vrijdag 15 februari 2013

Hulpmiddelen voor sociale media

Door Cas Jamin

Sociale media zoals Twitter, LinkedIn en Facebook kunnen je helpen bij je marketing- en netwerkactiviteiten. Mederedacteur Silvie van der Zee zette in dit eerdere artikel de zakelijke mogelijkheden van sociale media al uiteen.

In dit artikel ga ik in op een aantal hulpmiddelen, waarmee je sociale media gerichter en effectiever kunt inzetten voor je bedrijf.

Efficiënt beheer van sociale media

Sociale media kunnen heel nuttig zijn om op de hoogte te blijven van wat er speelt in de vertaalwereld. Ook kun je contact onderhouden met collega’s en je vertaalbedrijf onder de aandacht brengen. Er kan echter ook de nodige tijd in gaan zitten, zeker als je een consequent beeld van je bedrijf wilt neerzetten. Hulpmiddelen zoals TweetDeck, Hootsuite en Buffer maken het beheer van je zakelijke sociale media een stuk eenvoudiger.

TweetDeck

Tweetdeck is een gratis programma voor het beheer van je Twitter-account. Het geeft je een duidelijk overzicht van wat er zich op Twitter afspeelt. De interface is opgebouwd uit kolommen waarover je naar wens je Twitter-berichtenstromen en bewaarde zoekopdrachten kunt verdelen. Met bewaarde zoekopdrachten kun je gericht en realtime de Twitter-berichten (‘tweets’) volgen rondom bepaalde thema’s. Een mogelijke toepassing van bewaarde zoekopdrachten is het volgen van tweets met daarin je bedrijfsnaam. Bij het samenstellen van zoekopdrachten komen de zoekoperatoren van Twitter goed van pas.

Heel handig is ook dat je met TweetDeck berichten kunt klaarzetten voor latere publicatie op Twitter en Facebook. Zo kun je tijdens drukke kantooruren toch wat van je laten horen, zonder dat het je van je werk houdt. Natuurlijk stellen mede-twitteraars het op prijs als je hun berichten leest en er actief op reageert, maar met enkele vooraf ingeplande berichten heb je al een basis.

HootSuite

De webapplicatie HootSuite werkt net als TweetDeck met berichtkolommen die je naar wens kunt instellen. HootSuite ondersteunt naast Twitter en Facebook ook Google+, LinkedIn, Foursquare, MySpace, WordPress en Mixi. HootSuite is bedoeld als een centrale plaats voor het beheer van al je zakelijke sociale media. Je kunt berichten inplannen voor latere publicatie en statistieken bekijken. Met de optionele apps en de ingebouwde feedreader haal je interessante webpublicaties rechtstreeks in HootSuite binnen, zodat je ze direct kunt delen op je sociale netwerken.

De gratis versie van HootSuite is beperkt tot het beheer van 5 sociale profielen, 2 RSS-nieuwsfeeds en een basaal analyserapport. Een PRO-abonnement kost op het moment 10 dollar per maand, maar wil je de nodige statistieken, dan betaal je per analyserapport 50 dollar.

Buffer

Buffer is een webapplicatie die je helpt om interessante links, afbeeldingen en webvideo’s te verzamelen, waarna deze op gezette tijden automatisch gedeeld worden op de sociale netwerken van je keuze. Op dit moment kun je berichten klaarzetten voor Twitter, Facebook, LinkedIn en App.net. Met de speciale browseruitbreiding kun je interessante webartikelen direct doorsturen naar je Buffer-account. Nadat een link gedeeld is, kun je in je Buffer-account het aantal muisklikken op de link en het aantal reacties en interacties (likes, retweets, mentions) volgen. Zo krijg je een idee van welke berichten aanslaan en welke niet.

Met een gratis account kun je maximaal 10 berichten klaarzetten. Ook kun je met een gratis account niet voor elke weekdag een ander publicatieschema instellen. Een abonnement zonder deze beperkingen kost 10 dollar per maand.

Analysehulpmiddelen

Met de volgende analysehulpmiddelen krijg je een beeld van het bereik en de populariteit van je berichten op sociale media, welke berichten precies aanslaan en wie het meest actief zijn rondom de voor jou relevante thema’s.

Klout

Door in te loggen bij klout.com krijg je een idee van het bereik en de populariteit van je berichten en blogposts op sociale media. Aan de hand van een duidelijk overzicht van de berichten en blogposts waarop het meeste gereageerd is, kun je beoordelen wat aanslaat en wat niet. Op basis van het aantal reacties op je berichten en het aantal volgers, vrienden of connecties, wordt er ook een kloutscore tussen 0 en 100 uitgerekend. Dit is een maat voor de “invloed” die je hebt op de aangesloten sociale media.

socialmention

Op socialmention.com kun je sociale media doorzoeken op bijvoorbeeld je bedrijfsnaam. Je krijgt dan interessante statistieken te zien over het bereik van de gevonden berichten en blogposts, veelgebruikte woorden en hashtags en het sentiment (positief, neutraal of negatief) van de berichten. Ook zie je welke gebruikers recent de grootste bijdrage hebben geleverd aan het bewuste thema.

Tweriod

Tweriod is een handig hulpmiddel om te zien op welke tijden de meesten van je Twitter-volgers online zijn. Met die kennis kun je strategisch tweeten voor een groter bereik.

Twittercounter

Op twittercounter kun je zoeken naar een twitternaam. Zo zie je de ontwikkeling van het aantal volgers, inclusief een prognose voor de toekomst. Als je ervoor kiest om je Twitter-account aan Twittercounter te koppelen, worden de statistieken ook tussentijds geüpdatet.

Twitter search

Via de officiële zoekpagina van Twitter kun je met de juiste zoekoperatoren heel gericht tweets terugvinden. Door een Twitter-zoekopdracht aan een kolom in het eerdergenoemde TweetDeck of HootSuite te koppelen, kun je nieuwe zoekresultaten realtime blijven volgen.

TweetReach

Een zoekopdracht op TweetReach levert statistieken op over het bereik van de 50 meest recente tweets die voldoen aan je zoekopdracht. Je kunt gebruik maken van de zoekoperatoren van TweetReach om gerichter te zoeken. Wil je gedetailleerde rapporten op basis van een grotere steekproef? Dan moet je daarvoor betalen. Dit kost 20 dollar per rapport, of voor uitgebreide realtime gegevens tussen de 84 en 899 dollar per maand.

Conclusie

De besproken hulpmiddelen voor sociale media zijn een nuttige aanvulling op de standaardmogelijkheden van de verschillende sociale platformen. Als zelfstandige tolk of vertaler kun je je voordeel doen met dergelijke hulpmiddelen: je bedrijf promoten, online netwerken of op de hoogte blijven van wat er in de vertaalbranche speelt.

Bronnen
The Top 5 Social Media Management Tools for Small Business
50 mostly free social media tools you can’t live without in 2012
Why You Should Be Using BufferApp To Schedule Content
Brand new Buffer analytics for Twitter, Facebook and LinkedIn
7 Reasons why you should use HootSuite
7 Reasons not to use HootSuite
De zoekgeheimen van twitter

De Talenreis: Papoea-Nieuw-Guinea

Door Sigrid Lensink-Damen

De Onafhankelijke Staat Papoea-Nieuw-Guinea is een eilandengroep in de Stille Oceaan, waarvan het grootste eiland aan Indonesië grenst. Er wonen 6,3 miljoen mensen die samen 823 talen spreken.

Talendiversiteit

In het Westen is Papoea-Nieuw-Guinea vooral bekend van de verhalen over geïsoleerde stammen die aan koppensnellen en vermeend kannibalisme doen. Om je maar meteen gerust te stellen: kannibalisme is de wereld uit.

In de binnenlanden leeft er toch nog een groot aantal stammen op traditionele wijze. Deze stammen zouden nauwelijks contact hebben met anderen en daarom hun eigen taal hebben ontwikkeld. Ook werd lang gedacht dat de diversiteit aan talen op Papoea-Nieuw-Guinea te maken heeft met de ontoegankelijkheid van de eilanden: ze bestaan hoofdzakelijk uit bergen en dicht regenwoud. Het is in ieder geval een feit dat er van de meeste talen op Papoea-Nieuw-Guinea slechts honderden tot enkele duizenden sprekers zijn.

Pidgintalen

Ontoegankelijk of niet, er was wel degelijk contact tussen de stammen. De meeste mensen konden vier, vijf of meer talen spreken om handel te drijven of hun buren te verstaan. De belangrijkste talen in de archipel zijn het Hiri Motu, het Tok Pisin en het Engels. De eerste is een moderne versies van een pidgintaal, de tweede is een creoolse taal.

Pidgintalen ontstaan wanneer twee talen in een vereenvoudigde versie met elkaar vermengen. Dit gebeurde vooral in koloniën waar bijvoorbeeld het Engels zich verstrengelde met de lokale talen. Als pidgintalen (per definitie een tweede taal) moedertaalsprekers krijgen wordt de taal een creoolse taal.

Taalgroepen (phyla)

De talrijke Papoeatalen zijn echter nog niet ingetekend op de linguïstische kaart. Slechts een handvol van deze talen is gedocumenteerd. Het is moeilijkom de verbanden tussen de Papoeatalen te achterhalen. Taalkundigen zoeken meestal naar overeenkomsten in woorden, zoals voornaamwoorden en namen van familierelaties (moeder, vader, zoon, dochter enz). Bij de Indo-Europese talen zie je dan al snel een patroon ontstaan. Bij de Papoeatalen niet. Toch zijn taalkundigen erin geslaagd de verschillende talen in taalgroepen, of phyla, te rangschikken.

Professor Stephan Wurm van de Australian National University heeft 16 phyla beschreven (later hebben anderen er nog 3 gevonden), waarvan het Trans-Nieuw-Guinese phylum het grootste is. Dit omvat 500 talen. Andere phyla zijn bijvoorbeeld het West-Papoea, het Oost-Papoea, het Geelvinkbaai, het Torricelli en het Sepik-Ramu.

Nieuwe vergelijkingsmethode

Linguïsten kunnen met de huidige onderzoeksmethoden talen reconstrueren tot zo’n 8000 jaar geleden. Een probleem bij het indelen van de Papoeatalen is dat deze talen veel ouder zijn dan 8000 jaar. Bodemvondsten bevestigen dit: er zouden al 35.000 jaar geleden mensen hebben gewoond op Papoea-Nieuw-Guinea.

In 2005 presenteerden taalwetenschappers van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek en het Centrum voor taalwetenschappen van de Radboud Universiteit, beide in Nijmegen, een nieuwe vergelijkingsmethode. De vergelijking vindt niet langer plaats tussen woorden, maar tussen grammaticale constructies. Van 15 Papoeatalen en 16 Austronesische talen plozen de onderzoekers uit of de gekozen 125 grammaticale kenmerken er wel of niet in voorkwamen.

Een computerprogramma verwerkte vervolgens de lijsten met ja/nee-antwoorden. Dit computerprogramma, ontwikkeld door biologen, was ervoor om via uiterlijke kenmerken stambomen te maken. De taalwetenschappers zagen hierin de kans om talen die ouder zijn dan 8000 jaar te kunnen duiden.

Stambomen

Het resultaat was één Austronesische stamboom en één stamboom van de Papoeatalen. De Austronesische stamboom kwam overeen met de indeling die al gemaakt was op grond van woordenvergelijking. Dit was hoopvol voor de stamboom van de Papoatalen: het zou goed kunnen kloppen. De stamboom liet zien dat de grootste taalgroepen op de grootste eilanden voorkwamen en dat er binnen elke eilandengroep subgroepen gevormd konden worden. Dit was opmerkelijk, omdat er bij de woordenvergelijking geen enkele overeenkomst werd gezien.

Hoewel de taalwetenschappers in 2005 zich nog voorzichtig uitdrukten wat betreft de interpretatie van de resultaten, kan de talenkaart van Papoea-Nieuw-Guinea hoogstwaarschijnlijk binnen afzienbare tijd worden ingekleurd.

In de volgende aflevering ga ik naar de binnenlanden van Afrika, waar naar verluidt de bakermat van onze taal ligt.

Bronnen:
De Grote Taalatlas
Papoeatalen
Papoea-Nieuw-Guinea
Wortels van de Papoeatalen - Wetenschap24.nl
Artikel van Michael Dunn c.s. in Science 2005 (Engels)
Op zoek naar de oertaal - artikel uit De Standaard

Spreek je moerstaal

Door Daan Bronkhorst

De Dag van de Moedertaal is nog maar dertien jaar oud en veel status heeft-ie niet. Als eerbetoon aan dit ondergeschoven VN-kind belicht Daan Bronkhorst in dit artikel wat moedertaal verbindt met mensenrechten.

21 februari, Dag van de Moedertaal

Deze nogal onbekende VN-dag werd voor het eerst gevierd in 2000. Het initiatief kwam uit Bangladesh. Daar wordt elk jaar op deze dag stilgestaan bij de demonstratie van 21 februari 1952 tegen het verbod van de (toenmalig Pakistaanse) regering op het spreken van Bengaals. Enkele demonstranten kwamen daarbij om. Na een langdurige lobby van Bangladesh beloonden de Verenigde Naties hun inspanningen door taalrechten en taalerfgoed een symbolische dag toe te kennen.

Wat is een taal?

Een dialect met een leger en een vloot, volgens een gevleugelde uitspraak. Een taal is niet zo makkelijk af te bakenen. Volgens het standaardwerk voor talen Etnologue telt de wereld op dit moment 6912 talen. Die zijn niet gelijkelijk over de wereld verdeeld. Nieuw-Guinea heeft met 820 verschillende talen het record per vierkante kilometer. Voor taalkundigen is het een paradijs. Maar de diversiteit grijpt ook diep op het menselijk leven in.

Taal als mensenrecht

Iedereen kan in een situatie komen waarin de eigen taal niet aansluit bij de taal die om je heen de dienst uitmaakt, zoals op een buitenlandse reis. Etnische minderheden stuiten nog veel vaker op dat probleem, bijvoorbeeld bij arrestaties, voor een rechtbank en op het gemeentehuis. In mensenrechtenverdragen is daarom veel vastgelegd over taal. Een overheid mag jou niet verbieden je eigen taal te spreken. Ouders mogen kinderen in een taal naar keuze opvoeden. Wie met justitie in aanraking komt, heeft recht op bijstand in een begrijpelijke taal. Taal is ook een cultureel recht, onderdeel van een identiteit.

Taalbeleid

Dat verschilt sterk van land tot land. België heeft drie officiële talen en veel taalstrijd; Spanje spreekt Spaans, maar drie andere talen hebben een officiële status en de taalstrijd is er fel. Zwitserland heeft vier talen, afgegrensd per kanton, en geen taalstrijd. India, met 1400 talen, ken geen officiële hoofdtaal, wel hebben Hindi en Engels een aparte status in overheidscommunicatie. Ronduit discriminerend was het beleid in Turkije, waar onderwijs of radio in het Koerdisch verboden was. Dat verbod is onder grote internationale druk opgeheven. Ooit verbood Spanje het Baskisch, België het Nederlands, Russisch het Fins, Japan het Koreaans – al die taalverboden zijn gesneuveld. In Zuid-Afrika ontstonden de hevigste anti-apartheidsrellen, die van Soweto in 1976, toen de overheid het Afrikaans als verplichte schooltaal wilde invoeren.

Vertalen

De bespreking van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, in 1948, gaf een mooi voorbeeld van vertaalproblemen. Frankrijk stelde voor: een mens mag nooit merchandise worden. De Engelse tolk nam dat woord letterlijk over. Die stelling vond de meerderheid van landen al te kras en het voorstel werd verworpen. Maar de Fransen bedoelden ‘gebruiksgoed’en niet het Engelse ‘koopwaar’.

Letterlijk vertalen is nooit helemaal mogelijk. In veel talen bestond bijvoorbeeld het woord ‘mensenrechten’ niet. Die talen moeten zo’n woord nieuw munten, zoals het Chinees en het Arabisch deden. En dat betekent dat het woord óf een net iets andere betekenisveld heeft, óf lange tijd een vreemde eend in de bijt zal blijven. Omgekeerd, wij hebben geen vertaling voor het Afrikaanse ubuntu (zoiets als gemeenschapszin) of het Chinese ren (min of meer: medemenselijkheid).

Hebben talen een recht op leven?

‘Met elke olifant sterft een woordenboek’, luidt een gezegde. Maar taal hoeft niet als bedreigde diersoort beschermd te worden. Als de laatste olifant sterft, komt die soort nooit meer terug, terwijl een dode taal makkelijk weer tot leven gewekt kan worden. Taal verbieden is een aanslag op de identiteit,maar taal verliezen is minder erg, je krijgt er gewoon een andere identiteit bij. Vijftig jaar geleden had niemand voorzien hoe Nederlandse jongeren nu opgroeien met het Engels van muziek, internet en televisie en met het Marokkaans en Surinaams van de straattaal. Engels wordt binnen afzienbare tijd waarschijnlijk de voertaal op onze universiteiten.

Dit artikel is met goedkeuring van de auteur overgenomen uit Wordt Vervolgd, editie februari 2013. Wordt Vervolgd is het maandblad van Amnesty International Nederland en wordt verspreid onder de leden van de organisatie.

Interessante links:
Internationale dag van de Moedertaal
Internationale Moedertaaldag volgens Wikipedia
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in alle talen

vrijdag 18 januari 2013

Netwerken met plezier: tips en trucs

Door Sigrid Kauffman, WerkAdvies 

De wintermaanden komen er weer aan. Voor velen ook de tijd waarin er veel mogelijkheden zijn voor netwerkbijeenkomsten, privé en zakelijke borrels. Zie je er weleens tegenop of vind je het fijn om tips te krijgen hoe je met plezier kunt netwerken, lees dan verder. 

Het woord netwerken zegt het al:het is net werken. Op regelmatige basis contact met iemand leggen of ervoor zorgen dat je op het netvlies blijft staan, is een onderdeel van netwerken. Het woord ‘net’ staat in mijn beleving voor zuinig met je contacten en relaties omgaan. 

Goed voorbereid op pad 

Zorg dat je visitekaartjes, folder of informatie meeneemt, die je gemakkelijk aan een ander kunt geven. Het is natuurlijk leuk als ze zien dat je er trots op bent. Je straalt dit uit en prikkelt de interesse van de ander. Bovendien heb je dan direct een aanleiding om enthousiast toe te lichten waar jij voor staat. Ik ben zelf een voorstander van het afgeven van mijn kaartje op het moment dat er een toegevoegde waarde is.

Bij bijna elke bijeenkomst is er een gastenlijst. Door op tijd naar een bijeenkomst te gaan heb je vaak de kans om deze in te zien. Voordeel daarvan is dat je kunt zien of er mensen zijn die je graag wilt aanschieten en je de kans kunt aangrijpen om ze te spreken. Als je vroeg op een bijeenkomst bent, kun je sneller contacten kunt leggen met anderen. Mensen zullen ook vaker naar jou toekomen om zich voor te stellen en bij jou komen staan.

Gouden regels die ik hanteer: 

Netwerken is altijd belangrijk. Of je nu voldoende opdrachten hebt of op zoek bent naar nieuwe. Het blijft belangrijk dat je jezelf goed presenteert. Hier geldt: “Wie goed zaait, zal goed oogsten.”

Netwerken moet ook plezierig zijn. Ga actief op zoek naar netwerken die bij je passen. Houd in de gaten dat netwerken ook in beweging zijn, net zoals je bedrijf. Netwerkpartners moeten je liggen. Laat je niet afschrikken als het gesprek niet loopt, ga rustig verder op zoek naar iemand anders. Een klik kun je niet forceren.

Naar een netwerkbijeenkomst ga je met een doel. Dit kan een zakelijk of persoonlijk doel zijn. Weet wat je wilt. Voordat je ergens naar toe gaat, denk er dan over na over wat je graag wilt bereiken. Dat kan natuurlijk ook gewoon een gezellige avond zijn.

Luister naar een ander en bied je kennis, adviezen en tips aan. Het geven van tips of namen die betrekking hebben op het onderwerp waarover je spreekt kunnen ook een een positieve reclame voor jou zijn. Zo zorg je ervoor dat mensen je herinneren.

Graag wil ik jullie het volgende meegeven: netwerken/contacten leggen is belangrijk voor jezelf en je bedrijf. Doe het alleen wel op een manier die bij je past. Er zijn heel veel gelegenheden waar je mensen kunt ontmoeten. Dit varieert van gestructureerd tot geheel vrijblijvend, van een hoge frequentie tot eenmalige bijeenkomsten. Een andere manier is zelf een bijeenkomst organiseren of aanbieden dat je gastspreker bent. Zorg ervoor dat je contacten legt en kom je gemaakt afspraken na,. Maak werk van de contacten die je hebt gelegd.

Ik wens jullie veel goede en zinvolle contacten toe die er aan bijdragen dat je met plezier blijft werken.

Language Show Live 2012

Door Cas Jamin

Language Show Live is een driedaagse beurs in Londen die jaarlijks zo’n 10.000 taalstudenten en taalprofessionals trekt. Van vertalen, (gebaren)tolken en taalonderwijs tot cultuur proeven en studeren in het buitenland, het is er allemaal vertegenwoordigd. Dit jaar bezocht ik dit evenement voor het eerst. Het was lastig om vooraf in te schatten of het geschikt zou zijn voor een vertaalstudent, maar het bleek alleszins de moeite waard.

Organisaties

Op Language Show live is een breed scala aan organisaties, beroepsverenigingen, bedrijven, onderwijsinstellingen en educatieve uitgevers vertegenwoordigd. Op het gebied van vertalen en tolken waren dit jaar ‘the Institute of Translation and Interpreting’ (ITI), ‘the Chartered Institute of Linguists’ (CIoL) en de Europese Unie aanwezig.

Tolken en vertalen voor de Europese Unie

De Europese Unie was prominent aanwezig met een grote stand, tolkdemonstraties, presentaties en fora. Wie overweegt om voor de EU te tolken of vertalen kreeg de kans om zich goed te oriënteren op de mogelijkheden.

Institute of Translation and Interpreting (ITI)

Voor vertalers en tolken verzorgde het Institute of Translation and Interpreting netwerksessies en de seminar ‘A day in the life of a translator’. ITI is een beroepsvereniging voor vertalers, tolken en vertaal- en tolkbedrijven in het Verenigd Koninkrijk.

Chartered Institute of Linguists (CIoL)

Het Chartered Institute of Linguists was aanwezig met een stand en hield een vragenuurtje voor geïnteresseerden. Dit instituut verzorgt tolk- en vertaalexamens, promoot de studie van moderne talen en is een beroepsvereniging van tolken en vertalers. Het heeft ook een eigen blad, ‘The Linguist’. Dit blad is gratis te bekijken en te downloaden via hun website.

Grant & Cutler at Foyles

Het beroemde hoofdfiliaal van de boekhandel ‘Foyles’, aan Charing Cross Road in Londen, heeft sinds de overname van Grant & Cutler in 2011 ook een uitgebreide afdeling met taalstudieboeken en literatuur in allerlei talen. Grant & Cutler at Foyles bracht dit onder de aandacht met een eigen stand. Toen ik later in het hoofdfiliaal van Foyles rondkeek op de taalafdeling, stonden daar ook een aantal boeken Nederlands als tweede taal, evenals de bekende Van Dale woordenboeken. Een leuke verrassing.

Overige organisaties

Naast de organisaties voor vertalen en tolken, bood de beurs ook plaats aan organisaties op het gebied van taalonderwijs, taal- en cultuuruitwisseling en studie in het buitenland.

Seminars

Elk jaar heeft Language Show Live een breed aanbod van seminars, waarbij je meestal zo kunt aanschuiven. Zo verzorgde het Institute of Translation and Interpreting (ITI) dit jaar de seminar ‘A day in the life of a translator’.

A day in the life of a translator

Kari Koonin en Philippe Galiner vertelden over hun dagelijkse beroepspraktijk als freelance vertalers en ITI-leden: de uitdaging om een eigen bedrijf op te zetten en te beheren, steeds weer te komen tot een evenwichtige en productieve dagindeling en de beslissing om zich te positioneren als generalist of juist als specialist. Een interessante seminar, die een goede indruk gaf van wat het betekent om zelfstandig vertaler te zijn.

Translation and interpreting leaders’ debate

Een interessante paneldiscussie, geleid door managers van drie grote vertaalbedrijven en een leverancier van vertaaltools. Het ging over de ontwikkelingen in de tolk- en vertaalmarkt, CAT-tools en hoe je als vertaler of tolk zo goed mogelijk kunt aansluiten bij de personeelsvraag van vertaalbedrijven.

Language learning and London Life

Lizzie Fane van ‘Third Year Abroad’ liet met haar inspirerende presentatie zien dat er, als je een beetje creatief denkt, verrassend veel mogelijkheden zijn om je hobby’s en sociaal leven op een leuke manier te combineren met het leren van een taal.

Overige seminars

Naast de seminars voor tolken en vertalers was er veel te doen voor taaldocenten. Denk hierbij aan uitleg over digitale leermiddelen, tips voor creatieve lesvormen en uitleg over lesmethoden. Ook kon ieder in minilessen proeven van allerlei talen, waaronder Britse gebarentaal.

Netwerken

Language Show Live kan interessant zijn om te netwerken met vakgenoten (in de geleide netwerksessies) en om je breed te oriënteren op carrièremogelijkheden in de taalsector. Met de aanwezige recruiters en de cv-workshops kan het ook een goed startpunt zijn in de zoektocht naar een baan of stageplaats in het Verenigd Koninkrijk.

Sociale media

Voor, tijdens en na het evenement is er de nodige activiteit op sociale media. Vooral op Twitter was dit jaar veel activiteit onder de officiële hashtag #LSLive.

Meer informatie

Op de website van Language Show Live vind je in de aanloop naar het evenement informatie over de deelnemende organisaties en het aanbod van seminars. Deelname is gratis omdat het evenement wordt bekostigd met sponsoring en de verkoop van standplaatsen. Promotiefilmpjes zoals deze geven een indruk van het evenement.

Conclusie

Language Show Live is een interessant evenement voor wie zich breed wil oriënteren op de taalsector en de organisaties die daarin actief zijn in het Verenigd Koninkrijk. Het kan ook een startpunt zijn in de zoektocht naar een baan, opleiding of stageplaats in het Verenigd Koninkrijk. Voor de doorgewinterde vertaler of tolk uit Nederland, zonder specifieke doelen in het Verenigd Koninkrijk, ligt een bezoek wellicht wat minder voor de hand.

Bronnen
Language Show Live 2012 show guide (uitgereikt aan bezoekers)
Website van Language Show Live
Website van the Institute of Translation and Interpreting
Website van the Chartered Institute of Linguists

De Talenreis: Indonesië

Door Sigrid Lensink-Damen

De Indonesische archipel wemelt van de talen: er zijn er ruim 700. Kunnen de Indonesiërs elkaar onderling verstaan? Of is er sprake van de spreekwoordelijke Babylonische spraakverwarring?

Tegenstellingen

De meeste talen, die op de 17.508 eilanden van Indonesië worden gesproken, horen tot de Maleis-Polynesische taalfamilie, die weer onder de Austronesische superfamilie valt. Het Indonesisch (Bahasa Indonesia) is de officiële taal. Het Javaans is de grootste taal die regionaal wordt gesproken (voornamelijk op Java). Het Maleis staat op de tweede plaats, maar vormt wel weer de basis van het Indonesisch.

De geschiedenis van Indonesië is een turbulente en kent een aantal cruciale tegenstellingen, zowel in zijn ontstaan als in zijn taalontwikkeling. In deze aflevering zet ik de opmerkelijkste tegenstellingen naast elkaar.

Boeddhisme vs Islam

De Indonesische eilanden werden al in de 7e eeuw na Christus druk bezocht, omdat ze een belangrijke handelsroute vormden tussen China en het koninkrijk Srivijaya (op Sumatra). De handel tussen de verschillende Indonesische eilanden floreerde eveneens. Door deze contacten ontstond in de 7e eeuw een vereenvoudigde versie van het Maleis: het Pasar-Maleis (‘pasar’ betekent markt). In de 20e eeuw werd het Bahasa Indonesia hierop gebaseerd.

Al dit handelsverkeer bracht mensen van divers pluimage naar de eilanden. Deze reizigers en handelaren hadden hun eigen taal en cultuur: het Oud-Maleis (ontstaan tussen 600 en 1500) raakte bijvoorbeeld doorspekt met het Sanskriet. Het klassiek Maleis (ontstaan in de 13e eeuw) kreeg daarentegen veel elementen van het Arabisch en het Perzisch. Eén en ander is direct terug te voeren op de meegebrachte religies: Sanskriet met het Boeddhisme, Arabisch en Perzisch met de Islam.

Nederlands vs Indonesisch

Met de komst van de Nederlandse kolonisten in de 18e eeuw ontstond het gouvernements-Maleis, een samenraapsel van Pasar-Maleis, klassiek Maleis, Javaans en Nederlands. Gouvernements-Maleis kreeg het latijnse schrift als uitdrukkingsvorm (in tegenstelling tot bijvoorbeeld het klassiek Maleis, dat in het rencong werd geschreven).

Nederlands werd alleen gesproken door Nederlanders en hooggeplaatste Indonesiërs. Voor alle andere Indonesiërs was het not done om Nederlands te spreken. De onderdrukking, het daarbij horende verlangen naar vrijheid en nationalistische gevoelens hebben waarschijnlijk de acceptatie van een standaardtaal bevorderd. Of het nu daaraan lag of niet, in de jaren 20 van de 20e eeuw werd het Bahasa Indonesia ontwikkeld en als officiële taal aangenomen.

Javaans vs Indonesisch

Hoe verhouden het Javaans en het Indonesisch zich tot elkaar? Allereerst zijn het twee verschillende talen, die beide tot de Austronesische superfamilie behoren, maar van een andere tak afstammen. De talen zijn net zo verschillend als het Nederlands en het Zweeds.

De positie van het Javaans in Indonesië is omgekeerd evenredig aan die van het Indonesisch: het Javaans heeft het grootste aantal moedertaalsprekers, maar heeft geen officiële status. Het Indonesisch is voor velen slechts een tweede taal, maar is wel de officiële taal van het land. Het Javaans heeft echter weer veel invloed op het Indonesisch, omdat het door zo veel mensen gesproken wordt.

Het Javaans stamt af van de West-Maleis-Polonesische subfamilie en wel van de Soendase tak. De taal is verwant aan het Maleis, Madoerees, Balinees en Soendanees. Omdat de verschillende fasen van zijn ontwikkeling al vroeg zijn opgetekend, wordt het Javaans tot de klassieke talen gerekend. De andere klassieke talen zijn: Latijn, Grieks, Hebreeuws, Arabisch, Sanskriet, Pali, klassiek Perzisch, Tamil en klassiek Chinees.

Maleis vs Indonesisch

Van de ruim 700 talen die in Indonesië worden gesproken zijn het Maleis en het Javaans de grootste. Javaans wordt op Java en op Oost-Timor gesproken. Het Maleis valt uiteen in diverse varianten en dialecten, elk met zijn regionale eigenaardigheden. Het Maleis wordt door ruim 77 miljoen mensen gesproken (in Brunei, Maleisië, Singapore en Indonesië).

Ook in Nederland wordt Maleis gesproken, voornamelijk door de 1e generatie immigranten uit Indië. Eigenlijk is dit geen ‘echt’ Maleis, maar de vereenvoudigde variant Pasar-Maleis. Ook de Molukkers die naar Nederland zijn gegaan, spreken een vorm van het Maleis, het Ambonees-Maleis, een dialect dat op Ambon wordt gesproken. Van de Molukkers spreken de 1e, 2e en 3e generatie deze taal.

Bhinneka Tunggal Ika

Het motto van Indonesië is Bhinneka Tunggal Ika, vrij vertaald ‘Eenheid in verscheidenheid’. Een toepasselijk motto voor een land met zo veel variatie aan talen, culturen en achtergronden, hoewel sektarisch geweld er niet onbekend is.

Het antwoord op de vraag of Indonesiërs elkaar onderling kunnen verstaan is ja, maar alleen via het Bahasa Indonesia. Naast de officiële taal spreken de Indonesiërs een regionale taal, die ook vaak hun moedertaal is.

De Javanen vormen met 42% van de bevolking de grootste etnische groep en bepalen daarmee veel van de Indonesische cultuur. Het is dan ook best vreemd dat niet het Javaans, maar (een variëteit van) het Maleis tot standaardtaal is gekozen.

In de volgende aflevering van De Talenreis rond ik de reis naar de Oost af met een bezoek aan Papua-Nieuw-Guinea.

Bronnen:
De Grote Taalatlas
Austronesische talen volgens Wikipedia
Leerboek Indonesisch - pdf op internet
Indonesisch volgens Wikipedia
Javaans volgens Wikipedia
Indonesië volgens Wikipedia
Indonesië - Talenlab
Maleis volgens Wikipedia
Molukkers volgens Wikipedia

vrijdag 11 januari 2013

Onverwachte wendingen, write-ins en plotbunnies: NaNoWriMo

Door Sigrid Lensink-Damen

Elk jaar wordt in november de National Novel Writing Month gehouden. Dit is een initiatief van een aantal Amerikaanse enthousiastelingen die iedereen de kans willen geven binnen één maand 50.000 woorden aan zijn of haar boek te schrijven. Het devies: zet die interne criticus een maand in de koelkast, ga zitten en schrijf!

Uitdaging

Het lijkt me een geweldige uitdaging: een hele maand alleen maar bezig zijn met je boek, je personages en je eigen gedachten. Ik klik wat rond op de NaNoWriMo-site om informatie in te winnen over het hoe en wat, mail schrijfgenoten en vraag naar hun ervaringen. De een adviseert me al een schema op te stellen en de personages uit te werken voordat de maand begint, een ander laat alles op zijn beloop en ziet wel wat ervan komt.

Ik hoef niet lang na te denken: dit móét ik doen. Ik geef me op en krijg op de NaNoWriMo-site toegang tot alle fora en functionaliteiten. Het is een kleine handeling, maar in mijn hoofd is het een grote stap: ik ben een drempel over. Mijn eerste overwinning.

Danswater

Ik ben van het plannen, dus mijn schema ligt naast mijn laptop. Helaas, daar heb ik niets meer aan op het moment suprème: er plopt een idee in mijn hoofd op (letterlijk) voor een ander verhaal dat al een tijdje op de plank ligt. Ik weet ook al hoe het verhaal moet heten: Danswater. Sterke aanwijzingen van mijn creatieve bewustzijn, besef ik. Ik besluit voor dit verhaal te gaan en het schema voor die andere roman voor volgend jaar te bewaren. Kiezen voor creativiteit: mijn tweede overwinning.

In week 1 gaat het schrijven voorspoedig. Het doet me goed mijn interne criticus opzij te schuiven en gewoon te schrijven. De organisatoren van NaNoWriMo sturen om de dag een peptalk per mail, die je doet glimlachen en laat doorschrijven. Mijn keuze om op het laatste moment van gedachten te veranderen, pakt goed uit. Ik schrijf mezelf zelfs door een blokkade heen. Mijn derde overwinning.

Individualistisch groepsfenomeen

Het fenomeen NaNoWriMo is individualistisch (je moet dat boek toch echt zelf schrijven), maar geeft je ook het prettige gevoel onderdeel te zijn van een groep. Er zijn 300.000 mensen wereldwijd met NaNoWriMo bezig en al snel blijkt dat de problemen waar mensen tegenaan lopen, dezelfde zijn als je eigen sores. Ik kijk dan ook regelmatig op de fora voor oplossingen en aanmoediging.

Week 2 wordt ook wel de Helweek genoemd, omdat het eerste enthousiasme van je afgeschreven is en je nu dóór moet gaan.

Onverwachte wendingen

Ik ervaar iets heel anders in week 2: onverwachte wendingen. Er wandelen ineens personages mijn verhaal binnen met een lading bagage en diepgang, waarvan mijn mond openzakt. Ik schrijf plotseling over een slechterik die over lijken gaat en het mijn hoofdpersonages flink moeilijk zal gaan maken. Mijn verhaal Danswater begint werkelijk te dansen en te stromen.

Ook bezoek ik in deze week bezoek ik een write-in. Dit is een schrijfbijeenkomst, georganiseerd door NaNoWriMo-deelnemers. Die van mij is in Groningen en ik combineer dit met een familiebezoek. De write-in is gezellig, te gezellig, maar zeer inspirerend. Ik ontmoet vier andere gemotiveerde schrijvers. We wisselen ervaringen uit en doen een ‘wordwar’: binnen 15 minuten zo veel mogelijk woorden schrijven. Ik win met 836 woorden. Mijn vierde overwinning en ik mag een 3D-muismat met paarden (voor mijn dochter) mee naar huis nemen.

Week 3

Dan komt in week 3 de klad erin. Ik loop achter door afspraken en de allerdaagse beslommeringen en ik krijg vertaalopdrachten aangeboden die ik héél graag zou aannemen (Russisch!), maar ik houd mij aan mijn belofte aan mezelf: één maand schrijven en niet vertalen. Heel dapper sla ik de opdrachten af. Mijn vijfde overwinning. Eigenlijk heb ik er geen seconde spijt van, want ik kies deze maand voor mijn schrijfwerk, mijn langgekoesterde droom.

Plotbunnies

En dan weet ik het niet meer. Ik staar naar het verhaal en ben totaal het overzicht kwijt. Ik weet niet meer wat de personages moeten doen, hoe de plot zich moet ontwikkelen en welke wegen ik moet bewandelen om mijn personages te krijgen waar ik ze hebben wil.

Ik besluit mijn schrijfvriendjes en -vriendinnetjes via het forum om raad te vragen. Die komen al snel met waanzinnige ideeën, die ze plotbunnies noemen: laat je personage een boterham smeren en beschrijf dat nauwkeurig. Laat een UFO landen, laat de personages ruzie krijgen, elkaar plotseling zoenen of vermoord iemand.

Ik heb er een hard hoofd in, maar laat mijn personage toch een boterham smeren en opeten. Het werkt! Het personage overdenkt de gebeurtenissen en weet ineens wat ze moet gaan doen. En ik ook. Ik schrijf binnen no time 3000 woorden. Mijn zesde overwinning.

Magische grens

Week 4 vormt voor mij de spreekwoordelijke ‘laatste loodjes’ en dan komt het einde van november komt sneller in zicht dan gehoopt. Ik sluit me nog één avondje op in mijn kamer, zet goede schrijfmuziek op en haal toch nog met gemak de 50.000 woorden op 29 november. Als het balkje onder mijn profielnaam, waar het aantal woorden wordt bijgehouden, de 50.000 woorden passeert, grijns ik naar de computer. Als ik de woorden van mijn verhaal heb laten tellen door de computer van de NaNoWriMo-site, verandert het balkje in een paarse kleur met in goud WINNER erin. Mijn zevende overwinning.

Ik ben trots, blij, opgelucht en uitgeput. Ik heb ruim 50.000 woorden aan mijn roman geschreven. Ik ben trouw gebleven aan mijn doel én ik weet nu dat ik het kan. Ik kan mezelf door blokkades heen schrijven. Ik kan slechteriken bedenken, maar ook de nodige diepgang aanbrengen.

Ligt mijn roman binnenkort in de winkel? Nee. Maar misschien wel over een paar jaar. NaNoWriMo was stap 1. Ik heb nu alle vertrouwen in de rest van het proces: ik kan het!