Posts tonen met het label talenreis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label talenreis. Alle posts tonen

dinsdag 14 mei 2013

De Talenreis: de Soedan

Door Sigrid Lensink-Damen

De Soedan is een regio in Afrika die zich uitstrekt van Mali en Senegal in het westen tot het Ehtiopisch Hoogland in het oosten. De talen die in deze strook van Afrika worden gesproken, zijn voornamelijk de Niger-Congotalen.

Omvang

De Niger-Congotaalfamilie is de grootste van Afrika. Tot deze familie worden ruim 1500 talen gerekend. De Niger-Congotalen worden onderverdeeld in verschillende subfamilies. De grootste subfamilie is die van de Atlantische Congotalen. De grootste subfamilie onder de Atlantische Congotalen is de Volta-Congotaalfamilie. De grootste taalfamilies van deze subgroep zijn de Gurtalen en de Kwatalen. Tot slot schrijf ik nog een klein stukje over de talengroep Kordofaans, die wel tot de Niger-Congotalen wordt gerekend, maar er eigenlijk niet bij hoort. Over de Bantutalen, een van de meest verspreide talengroep van de Congotalen, zal ik in een volgende aflevering meer vertellen.

De taalkundige John Steward heeft in de jaren ’60 en ’70 historisch-vergelijkend taalonderzoek gedaan naar de Volta-Congotalen en vastgesteld dat er eigenlijk sprake is van een dialectcontinuüm. De onderlinge verschillen tussen de taalvariaties zijn gering, maar worden groter naarmate de geografische afstand groter wordt.

Gurtalen

De Gurtalen worden gesproken in Burkino Faso, Mali, Ivoorkust, Ghana en Togo. De taalgroep omvat ongeveer 70 talen. Gurtalen worden gekenmerkt door nominale klassen of naamwoordklassen. Dit is een grammaticale constructie waarbij zelfstandige naamwoorden bij verschillende klassen worden ingedeeld. Vergelijkbaar is de indeling in mannelijk/vrouwelijk/onzijdig in bijvoorbeeld het Nederlands. Alle woorden die verwijzen naar een mannelijk woord (werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, bijwoorden en lidwoorden), krijgen de mannelijke vervoegingen, verbuigingen en andere grammaticale kenmerken.
In de Gurtalen is dit principe nog iets verder doorgevoerd. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen bezield/onbezield, sterk/zwak, rationeel/irrationeel, de vorm van het voorwerp, enzovoorts. Er zijn tien of meer klassen, die ook gebruikt worden als vervanging van getal en naamval.

Kwatalen

De Kwatalen worden gesproken van Zuidoost-Ivoorkust tot Zuid-Ghana, maar ook in Midden-Togo. Het woord ‘kwa’ is afgeleid van het woord voor ‘mensen’ in die talen.

Kwatalen kenmerken zich door naamwoordklassen, voorvoegsels en klankverschuiving van de (begin)medeklinker (initiële consonantmutatie in vaktermen). Deze medeklinker verandert als gevolg van de klanken die in zijn omgeving staan. De meest voorkomende typen van consonantmutatie zijn lenitie en nasalisatie. Lenitie is het verschijnsel dat een medeklinker zachter wordt uitgesproken, net als bijvoorbeeld de ‘s’ in ‘meisje’. Nasalisatie is het nasaal laten klinken van de klank, bij ons komt de ‘ng’ daar nog het dichtst bij.

Kordofaanse talen

Een uitzondering op al deze taalfamilies is de geïsoleerde taalfamilie Kordofaans. Tot deze familie behoren de subtaalfamilies Talodi, Heiban, Katla, Kadu en Rashad. De Kordofaanse talen vertonen weinig overeenkomsten met de Niger-Congotalen, maar hebben onderling ook weinig samenhang. Zo hebben het Talodi en het Heiban wel de kenmerkende nominale klassen, maar het Katla en Kadu niet. Van de talen van de Rashadfamilie dachten taalwetenschappers eerst dat de nominale klassen bij de taal hoorden, maar nu zijn ze het er algemeen over eens dat die zijn geïmporteerd.

Hieruit blijkt maar weer hoe ingewikkeld het is om talen bij taalfamilies in te delen, vooral als er weinig schriftelijk bewijs is nagelaten.

In de volgende aflevering bespreek ik de belangrijkste taalfamilie onder de Afrikaanse talen: het Bantu.

Bronnen:
De Grote Taalatlas
Afrikaanse talen (Wikipedia)
Kaart met talen van Afrika (door Mutur Zikin)
African languages
Hoeveel talen worden er in Afrika gesproken
Niger-Congotalen (Wikipedia)
Atlantische Congotalen (Wikipedia)
Volta-Congotalen (Wikipedia)
Kordofaanse taalfamilie (Engelstalige Wikipedia)

vrijdag 18 januari 2013

De Talenreis: Indonesië

Door Sigrid Lensink-Damen

De Indonesische archipel wemelt van de talen: er zijn er ruim 700. Kunnen de Indonesiërs elkaar onderling verstaan? Of is er sprake van de spreekwoordelijke Babylonische spraakverwarring?

Tegenstellingen

De meeste talen, die op de 17.508 eilanden van Indonesië worden gesproken, horen tot de Maleis-Polynesische taalfamilie, die weer onder de Austronesische superfamilie valt. Het Indonesisch (Bahasa Indonesia) is de officiële taal. Het Javaans is de grootste taal die regionaal wordt gesproken (voornamelijk op Java). Het Maleis staat op de tweede plaats, maar vormt wel weer de basis van het Indonesisch.

De geschiedenis van Indonesië is een turbulente en kent een aantal cruciale tegenstellingen, zowel in zijn ontstaan als in zijn taalontwikkeling. In deze aflevering zet ik de opmerkelijkste tegenstellingen naast elkaar.

Boeddhisme vs Islam

De Indonesische eilanden werden al in de 7e eeuw na Christus druk bezocht, omdat ze een belangrijke handelsroute vormden tussen China en het koninkrijk Srivijaya (op Sumatra). De handel tussen de verschillende Indonesische eilanden floreerde eveneens. Door deze contacten ontstond in de 7e eeuw een vereenvoudigde versie van het Maleis: het Pasar-Maleis (‘pasar’ betekent markt). In de 20e eeuw werd het Bahasa Indonesia hierop gebaseerd.

Al dit handelsverkeer bracht mensen van divers pluimage naar de eilanden. Deze reizigers en handelaren hadden hun eigen taal en cultuur: het Oud-Maleis (ontstaan tussen 600 en 1500) raakte bijvoorbeeld doorspekt met het Sanskriet. Het klassiek Maleis (ontstaan in de 13e eeuw) kreeg daarentegen veel elementen van het Arabisch en het Perzisch. Eén en ander is direct terug te voeren op de meegebrachte religies: Sanskriet met het Boeddhisme, Arabisch en Perzisch met de Islam.

Nederlands vs Indonesisch

Met de komst van de Nederlandse kolonisten in de 18e eeuw ontstond het gouvernements-Maleis, een samenraapsel van Pasar-Maleis, klassiek Maleis, Javaans en Nederlands. Gouvernements-Maleis kreeg het latijnse schrift als uitdrukkingsvorm (in tegenstelling tot bijvoorbeeld het klassiek Maleis, dat in het rencong werd geschreven).

Nederlands werd alleen gesproken door Nederlanders en hooggeplaatste Indonesiërs. Voor alle andere Indonesiërs was het not done om Nederlands te spreken. De onderdrukking, het daarbij horende verlangen naar vrijheid en nationalistische gevoelens hebben waarschijnlijk de acceptatie van een standaardtaal bevorderd. Of het nu daaraan lag of niet, in de jaren 20 van de 20e eeuw werd het Bahasa Indonesia ontwikkeld en als officiële taal aangenomen.

Javaans vs Indonesisch

Hoe verhouden het Javaans en het Indonesisch zich tot elkaar? Allereerst zijn het twee verschillende talen, die beide tot de Austronesische superfamilie behoren, maar van een andere tak afstammen. De talen zijn net zo verschillend als het Nederlands en het Zweeds.

De positie van het Javaans in Indonesië is omgekeerd evenredig aan die van het Indonesisch: het Javaans heeft het grootste aantal moedertaalsprekers, maar heeft geen officiële status. Het Indonesisch is voor velen slechts een tweede taal, maar is wel de officiële taal van het land. Het Javaans heeft echter weer veel invloed op het Indonesisch, omdat het door zo veel mensen gesproken wordt.

Het Javaans stamt af van de West-Maleis-Polonesische subfamilie en wel van de Soendase tak. De taal is verwant aan het Maleis, Madoerees, Balinees en Soendanees. Omdat de verschillende fasen van zijn ontwikkeling al vroeg zijn opgetekend, wordt het Javaans tot de klassieke talen gerekend. De andere klassieke talen zijn: Latijn, Grieks, Hebreeuws, Arabisch, Sanskriet, Pali, klassiek Perzisch, Tamil en klassiek Chinees.

Maleis vs Indonesisch

Van de ruim 700 talen die in Indonesië worden gesproken zijn het Maleis en het Javaans de grootste. Javaans wordt op Java en op Oost-Timor gesproken. Het Maleis valt uiteen in diverse varianten en dialecten, elk met zijn regionale eigenaardigheden. Het Maleis wordt door ruim 77 miljoen mensen gesproken (in Brunei, Maleisië, Singapore en Indonesië).

Ook in Nederland wordt Maleis gesproken, voornamelijk door de 1e generatie immigranten uit Indië. Eigenlijk is dit geen ‘echt’ Maleis, maar de vereenvoudigde variant Pasar-Maleis. Ook de Molukkers die naar Nederland zijn gegaan, spreken een vorm van het Maleis, het Ambonees-Maleis, een dialect dat op Ambon wordt gesproken. Van de Molukkers spreken de 1e, 2e en 3e generatie deze taal.

Bhinneka Tunggal Ika

Het motto van Indonesië is Bhinneka Tunggal Ika, vrij vertaald ‘Eenheid in verscheidenheid’. Een toepasselijk motto voor een land met zo veel variatie aan talen, culturen en achtergronden, hoewel sektarisch geweld er niet onbekend is.

Het antwoord op de vraag of Indonesiërs elkaar onderling kunnen verstaan is ja, maar alleen via het Bahasa Indonesia. Naast de officiële taal spreken de Indonesiërs een regionale taal, die ook vaak hun moedertaal is.

De Javanen vormen met 42% van de bevolking de grootste etnische groep en bepalen daarmee veel van de Indonesische cultuur. Het is dan ook best vreemd dat niet het Javaans, maar (een variëteit van) het Maleis tot standaardtaal is gekozen.

In de volgende aflevering van De Talenreis rond ik de reis naar de Oost af met een bezoek aan Papua-Nieuw-Guinea.

Bronnen:
De Grote Taalatlas
Austronesische talen volgens Wikipedia
Leerboek Indonesisch - pdf op internet
Indonesisch volgens Wikipedia
Javaans volgens Wikipedia
Indonesië volgens Wikipedia
Indonesië - Talenlab
Maleis volgens Wikipedia
Molukkers volgens Wikipedia

vrijdag 23 november 2012

De Talenreis: het Tagalog

Door Sigrid Lensink-Damen

In deze aflevering van De Talenreis neem ik het Tagalog onder de loep. Deze taal wordt gesproken op de Filipijnen en valt onder de Malayo-Polynesische tak van de Austronesische taalfamilie.

175 talen

Op de Filipijnen worden ruim 175 talen gesproken. Vaak is de taal gebonden aan een bepaalde provincie of wordt specifiek gesproken op een van de eilanden. De officiële talen van het land zijn het Engels en het Filipino. Het Filipino is gebaseerd op het Tagalog.

Een greep uit de andere talen: het Bicolano, het Cebuano, het Ilocano, het Hiligaynon, het Kapampangan, het Pangasinaans en het Waray-Waray. Deze talen zijn in de grondwet van de Filipijnen vastgelegd als de officiële hulptalen. Voor een lijst met de andere talen die op de Filipijnen worden gesproken, verwijs ik je naar Etnologue.

Toch is de taaldichtheid in de Filipijnen niet eens zo heel groot met 175 talen. Op Papua-Nieuw-Guinea worden er 860 talen op nog geen 4 miljoen inwoners. Hierop zal ik in een volgend deel van De Talenreis uitgebreid ingaan.

Rivierbewoner

Tagalog komt van het woord ‘tagailog’, dat ‘rivierbewoner’ betekent. Over de geschiedenis van de taal is weinig bekend. Het eerste geschreven bewijs van de taal, de Laguna Copperplate Inscription, werd in 1989 door een arbeider gevonden in de rivier de Lumbang nabij Laguna de Bay. De inscriptie dateert van 900 na Christus. De taal op de inscriptie is ontcijferd door de Nederlandse antropoloog Antoon Postma, die ontdekte dat de taal overeenkomsten vertoonde met het schrift van het Kawi (Oud-Javaans). Hij vertaalde de koperplaat.

De vondst is van groot belang geweest voor het onderzoek naar de Filipijnse geschiedenis. Veel historici namen aan dat de Filipijnen geïsoleerd waren van de rest van Azië, maar deze vondst – en andere vondsten - tonen aan dat er wel degelijk contacten waren.

Invloeden

Het Tagalog heeft niet alleen invloeden van het Spaans en het Engels (de Filipijnen zijn ruim 300 jaar een kolonie van Spanje geweest en daarna een kleine 50 jaar van de Verenigde Staten), maar ook van het Sanskriet, het Oud-Javanees en het Maleis. En er zijn zelfs leenwoorden uit het Nahuatl (Mexicaans) gevonden in het Tagalog, omdat er in vroeger tijden handel werd gedreven met Mexico.

Het Tagalog is niet alleen beïnvloed door handelstalen, maar ook door buurtalen die op de diverse eilanden worden gesproken. Zo is het Tagalog een echte vergaarbak van invloeden en leenwoorden. Tegelijkertijd heeft de taal zijn eigenheid niet verloren.

Grammaticale bijzonderheden

Aangezien het Tagalog een Austronesische taal is, heeft het veel van de kenmerken die ik vorige keer beschreef voor deze taalfamilie, zoals reduplicatie, agglutinatie en open lettergrepen. Het Tagalog heeft al deze taalfenomenen, plus nog enkele eigenaardigheden van zichzelf, die ik hieronder zal beschrijven.

Het Tagalog maakt veel gebruik van passieve zinsconstructies die nog kunnen worden onderverdeeld in verschillende taalniveaus. Waar wij ‘de kip eet een mango’ zeggen, zegt een Filipijn ‘wordt door de kip de mango gegeten’. Deze indirecte vorm van uitdrukken wordt als beleefd ervaren.

Focusconstructie

Een ander opvallend verschijnsel in het Tagalog is de woordvolgorde. Zinnen beginnen met het werkwoord, dan volgt het onderwerp van de zin en tot slot komt het lijdend voorwerp (‘ving de kat de muis’). De spreker kan met een tussenvoegsel (partikel) nadruk leggen op één van de zinsdelen. Dit heet 'focusconstructie'. Het partikel heeft direct invloed op de vervoeging van het werkwoord dat eraan vooraf gaat. Hier een voorbeeld uit De Grote Taalatlas, waarbij ‘ang’ het partikel is dat de nadruk in de zin aangeeft:

Mag-bibigay ang babae ng bigas sa bata. – De vrouw zal het kind rijst geven.
I-bibigay ng babae ang igas sa bata. – De rijst zal de vrouw het kind geven.
Ibigy-an ng babae ng bigas ang bata. – Aan het kind zal de vrouw de rijst geven.

Voor een goed overzicht van de grammatica van het Tagalog verwijs ik je door naar de website Learing Tagalog of Tagalog grammar op de Engelse Wikipedia-site.

Tot slot nog een liedje in het Tagalog dat in 1980 in Nederland op nummer 2 in de hitparades heeft gestaan: ‘Anak’ van Freddie Aguilar.



In de volgende aflevering van De Talenreis schrijf ik wat meer over het Javanees en het Indonesisch.

Bronnen:
De Grote Taalatlas
Austronesische talen volgens Wikipedia
Etnologue - 175 talen van de Filipijnen
Tagalog (Wikipedia in het Engels)
Laguna Copperplate Inscription (Wikipedia in het Engels)
Antoon Postma (Wikipedia)

vrijdag 28 september 2012

De Talenreis: het Japans

Door Sigrid Lensink-Damen

In deze aflevering ga ik dieper in op het Japans en de relatie van het Japans met de Altaïsche talen. Het is namelijk nog maar de vraag of het Japans wel een Altaïsche taal is. Verder associëren mensen het Japans vaak met het Chinees en andersom, maar is dat wel terecht?

Altaïsche talen

Eerst iets over de Altaïsche talen. De Altaïsche taalfamilie is globaal te vinden in Noord-Azië en valt uiteen in de Micro-Altaïsche en Macro-Altaïsche talen, waaronder ook het Japans wordt gerekend. Na het indelen van de talen die in Europa en Azië worden gesproken in de Indo-Europese en Zuid- en Zuidoost-Aziatische taalfamilies, blijven er nog een paar taalgroepen over. Dit zijn het Turks, het Mongools en het Toengoezisch, maar ook het Koreaans en het Japans. Alle vijf de talen worden gerekend tot de Altaïsche talen, maar klopt dat wel?

Er is nog geen afgebakende definitie van de deze taalfamilie, omdat taalkundigen het hierover nog niet eens zijn geworden. Horen het Koreaans en het Japans nou wel of niet bij de Altaïsche talen en wat is de verwantschap tussen de vijf talen? Het zijn twee onderwerpen, waarover verhitte debatten worden gevoerd. Je zou kunnen zeggen dat de Altaïsche taalfamilie een vergaarbak is van taalgroepen die niet bij andere families in te delen zijn. Natuurlijk is dit wat kort door de bocht, maar de paar overeenkomsten tussen de taalgroepen (zoals agglutinatie, vocaalharmonie en de volgorde van het onderwerp en gezegde in de zin) zijn onvoldoende criteria om de talen definitief tot eenzelfde taalfamilie te rekenen.

Vreemde eend

Het Japans is de vreemde eend in de bijt. Zowel binnen de Altaïsche taalfamilie alsook op zichzelf staand. Het Japans heeft een schrift dat op het Chinees lijkt en daar grotendeels op gebaseerd is, maar Chinezen kunnen het Japans niet verstaan en nauwelijks lezen. Er zijn maar weinig overeenkomsten tussen het Chinees en het Japans, zeker sinds het begin van de moderne tijd. In de 8e eeuw bestond er nog een Chinees-Japanse mengvorm, die kanbun werd genoemd, wat de enige connectie tussen de twee totaal verschillende talen was.

Syllabenschriften

Het Japans heeft naast het Hanzi-schrift, het Chinese karakterschrift dat in het Japans Kanji heet, nog twee andere schriftsoorten in gebruik om de specifieke eigenschappen (zoals vervoegingspartikels, die het Chinees niet kent) van de taal te kunnen weergeven.

Deze twee andere schriften heten het Hiragana- en Katakana-schrift (of gezamenlijk kana) en zijn syllabenschriften. Dit betekent dat een teken een lettergreep of klank voorstelt in plaats van een letter.

Het Hiragana is een fonetisch schrift en is vrij gemakkelijk te leren. Via dit schrift leren kinderen in Japan lezen en schrijven. Het Katakana wordt gebruikt om buitenlandse woorden te translitereren, maar ook om een woord te benadrukken, klanknabootsing weer te geven en soortnamen van planten en dieren te beschrijven.

Taalniveaus

Een fenomeen dat in het Japans heel normaal is, maar dat sprekers van het Indo-Europees niet kennen, vormen de taalniveaus, of registers. Er zijn er drie: laag, middel en hoog. Ze hebben alle drie een eigen vocabulaire. Het ‘hoge’ register wordt gesproken tegen mensen die een hogere rang hebben, hoger op de sociale ladder staan of een bepaalde leeftijd hebben bereikt. Het is een vorm van beleefdheid; eentje die wel ver is doorgevoerd.

Sterke taal-cultuurverhouding

Het Japans is een bijzondere taal en Japan heeft ook een bijzondere cultuur. Het land bestaat uit vele eilanden en is van de 17e tot halverwege de 19e eeuw afgesloten geweest van buitenlandse invloeden. Door die geïsoleerde ligging kon de taal op zichzelf ontwikkelen en bleven vele cultuuruitingen behouden, bijvoorbeeld het dragen van de kimono, de theeceremonie en de samoerai.

Een cultuurtrekje dat direct in de taal tot uiting komt, is de zogenaamde ‘eercultuur’ of ‘schaamtecultuur’. Deze eercultuur speelt een grote rol in het leven van de Japanner. De eer kan op talloze manieren worden geschonden, zo kun je iemand beledigen door de verkeerde aanspreekvorm te gebruiken (een directe link tussen taal en cultuur!) of kun je een fout maken die niet alleen betrekking heeft op jezelf maar je hele sociale omgeving (familie of werkkring). Een Japanner zal zich daarom nooit zo direct uitdrukken als wij hier in het westen gewend zijn, want hij zou zijn gesprekspartner wel eens kunnen beledigen.

Als je meer wilt weten over Japan, de cultuur en de taal, neem dan eens een kijkje op www.uchiyama.nl, een website van een Nederlandse Japan-liefhebber.

De volgende keer zet ik de reis voort naar Oceanië.

Bronnen:

De Grote Taalatlas
Altaïsche talen (wikipedia)
Japans (wikipedia)
Japanese language (wikipedia, Engelstalige pagina's)
Japans volgens Japan Guide
Meer over de Japanse taal (Engelstalige site)
Over het Hiragana (wikipedia)
Over het Katakana (wikipedia)
Japans en Japanse vertalingen
Over de Japanse eercultuur volgens uchiyama.nl

vrijdag 31 augustus 2012

De Talenreis: Het Chinees

Door Sigrid Lensink-Damen

In deze aflevering van De Talenreis belicht ik de taal die op nummer één staat van de wereldranglijst meeste sprekers: het Chinees. Deze taal wordt door 1,2 miljard mensen gesproken. Toch bestaat ‘het Chinees’ als zodanig niet.

Chinese dialecten

De term ‘het Chinees’ is nogal misleidend voor een taal die uiteenvalt in 10 ‘dialecten’ die onderling net zo verschillen als het Nederlands van het Deens. Daarom worden ze ook wel de Chinese talen genoemd. De taal die iedereen gemakshalve met het Chinees aanduidt en die door 880 miljoen mensen wordt gesproken, is één van deze 10 ‘dialecten’: het Mandarijn, ook wel het standaardmandarijn genoemd. Deze taal is de officiële taal van de Volksrepubliek China en Taiwan. In Singapore is standaardmandarijn één van de officiële talen, naast het Maleis, Engels en Tamil.

De overige Chinese talen zijn het Xiang, het Gan, het Hakka (of Ke), het Wu, het Min en het Kantonees (of Yue) en verder zijn er nog het Jin, het Pinghua en het Hui. De talen zijn veelal verbonden aan een bepaalde provincie in China. Het Kantonees is een waar exportproduct: dat wordt gesproken door de Chinese diaspora in de hele wereld. Chinezen in Zuidoost-Azië spreken Hakka of het Tewchow, twee dialecten van het Kantonees.

Orakelbotten

De Chinese talen behoren tot de Sino-Tibetaanse taalfamilie en zijn al millennia oud. Er zijn schriften gevonden die van 2500 jaar geleden dateren. Nog oudere Chinese tekens zijn gevonden op zogenaamde orakelbotten.

Orakelbotten zijn schouderbladen van runderen, schapen of zelfs mensen en later van de platte delen van het schild van zoetwaterschildpadden die zieners in het vierde millennium voor Christus gebruikten om de toekomst te voorspellen. Dit werd gedaan door het schouderblad of schild met een hete pook te bewerken. Uit de barsten die daardoor ontstonden, werd een van tevoren gestelde vraag beantwoord.

In de loop van de 13e eeuw voor Christus werden er tekens op de orakelbotten gekerfd, die informatie gaven over de inhoud van de voorspelling, wie de voorspeller was en wie de vrager. Deze inscripties vormen de oudste geschreven bron van onze kennis van de Chinese geschiedenis.

Eigenschappen van het Chinees

Met de ‘eigenschappen van het Chinees’ bedoel ik in dit geval de eigenschappen van het Mandarijn. Voor de eigenschappen van de andere Chinese talen verwijs ik je door naar Wikipedia.

Het Mandarijn is een isolerende taal. Dit betekent dat de woorden niet verbogen of vervoegd worden, er geen enkel- en meervoudsvormen zijn en naamvallen niet bestaan. Om toch onderscheid te maken in verschillende situaties, of om aan te geven of iets nu plaatsvindt of in het verleden is gebeurd, gebruikt de Mandarijnsprekende Chinees hulpwoorden. Een zin als wŏ kàn nĭde shū kan betekenen: ik lees/las jouw boek(en). Uit de context moet blijken welke betekenis wordt bedoeld. Het woordje ‘le’ achter de werkwoordsvorm kàn geeft in dit geval aan dat de handeling voltooid is: ik heb jouw boek(en) gelezen (wŏ kàn-le nĭde shū).

Een zeer bekend verschijnsel in het Chinees zijn de toonhoogtes waarop een woord kan worden uitgesproken. Dit kenmerk hebben overigens alle Chinese talen, waarbij het Mandarijn de eenvoudigste versie heeft met vier verschillende toonhoogtes. Het Kantonees heeft er zes en andere Chinese talen zelfs nog meer.

De toon en intonatie van het gesproken woord zijn erg belangrijk bij een taal die verder geen vervoegingen of verbuigingen heeft; de toon geeft betekenis aan. Zo heeft ‘shi’ verschillende betekenissen als je het op verschillende toonhoogtes uitspreekt en kun je er zelfs een heel verhaal mee vertellen.

Karakters

Het ‘shi’ van hierboven wordt in elke betekenis anders geschreven; iets wat verloren zou gaan als je de Chinese karakters zou omzetten naar een latijns schrift. Alle Chinese talen worden dan ook met het Hanzi, Chinese karakters, geschreven.

De karakters kunnen onderverdeeld worden in vijf categorieën (ideogrammen, pictogrammen, samengestelde ideogrammen, fonogrammen en leenkarakters, zie voor een uitgebreide uitleg Wikipedia). De karakters vormen het teken. Eén woord kan verschillende tekens omvatten. Een Chinees moet minimaal 1500 karakters (van de ruim 12.000) uit zijn hoofd kennen om de strekking van een krant te kunnen begrijpen. Een afgestudeerde Chinees kent gemiddeld 7000 karakters. Ter vergelijking: een hoogopgeleide Nederlander kent (passief) zo’n 60.000 woorden.

De ingewikkelde vorm van de karakters maakt dat ‘slechts’ 92% van de bevolking goed kan lezen en schrijven. Voormalig dictator Mao Zedong heeft ervoor gezorgd dat de karakters werden vereenvoudigd, zodat meer mensen konden lezen en schrijven.

Chinese woorden in het Nederlands

Heeft het Nederlands Chinese leenwoorden, anders dan de menukaart van de afhaalchinees? Ja. Denk aan yin en yang, fengshui en Dalai Lama, die min of meer hun Chinese vorm hebben behouden. Maar een woord als ‘thee’ komt ook uit het Chinees.

En wat hebben ketchup en ketjap met elkaar gemeen? Beide woorden stammen af van het Chinese ‘koe tsiap’ (vissaus), een variant van het Chinees dat op Amoy werd gesproken. Ketchup is (veranderd in tomatensaus) volgens de taalregels van het Engels de verbastering van ‘koe tsiap’ en is recent door een bekende sausfabrikant in onze taal gekomen. Ketjap (veranderd in sojasaus) kwam via Maleisië met de VOC mee naar Nederland.
En wat is dan vissaus? ‘Yu lu’. Nu weet je weer wat je op tafel hebt staan.

De Talenreis verblijft nog even in het Verre Oosten. De volgende keer gaan we naar Japan.

Bronnen:

De Grote Taalatlas
Het Chinees volgens Kennislink
Het orakelbot
De Chinese talen volgens Wikipedia
Over vissaus
Chinese leenwoorden in het Nederlands
Meer woorden maken de tekst beknopter - NRC

vrijdag 11 mei 2012

De talenreis: het Russisch

Door Sigrid Lensink-Damen

In dit deel van De Talenreis ga ik dieper in op het Russisch. Het Russisch wordt gesproken door ruim 175 miljoen mensen en vormt samen met het Wit-Russisch en het Oekraïens de Oost-Slavische tak van de Slavische talen.

Jonge literatuurtraditie
Een Russisch gezegde luidt: “Woorden zijn winden, schriften verbinden.” Een van mijn docenten voerde dit gezegde aan als reden voor de vrij jonge literatuurtraditie in Rusland. Men zou bang zijn voor het geschreven woord, omdat iets wat zwart op wit staat niet zo makkelijk uitgewist kan worden. Feit is in ieder geval dat er geen noemenswaardige Russische literatuur van voor de 18e eeuw bestaat, met uitzondering van het Igorlied uit de 12e eeuw.

Een andere reden van de late bloei van de Russische literatuur is dat er tot 1800 een grote discrepantie bestond tussen gesproken Russisch en geschreven Russisch. Dit laatste leunde zwaar op het Oudkerkslavisch, wat vooral voor religieuze teksten werd gebruikt en vrijwel constant bleef qua vorm en woordenschat.

Leenwoorden
Het Oudkerkslavisch mist daardoor de gevoelswoorden en nuances die nodig zijn om proza of poëzie te schrijven. Deze elementen werden in de 18e eeuw onder anderen door schrijver en historicus Nikolaj Karamzin toegevoegd aan de Russische taal. Hij gebruikte daarvoor Franse en Duitse leenwoorden die hij “verrussischte”. Aleksandr Poesjkin maakte dankbaar gebruik van de taalhervormingen van Karamzin en groeide uit tot een van Ruslands grootste schrijvers.

Toch waren er al eerder leenwoorden in het Russisch gekomen. Dit gebeurde in de 17e eeuw toen tsaar Peter de Grote naar West-Europa reisde om daar diverse, zoals hij het noemde, ‘wetenschappen te leren’. Zoals bekend raakte de tsaar ook in Zaandam verzeild en leerde daar het vak van scheepsbouwer. Vele scheepstermen zijn rechtstreeks uit het Nederlands overgenomen, zoals ‘trjoem’ (het ruim) en ‘achtjersjtjevjenj’ (achtersteven). Maar met scheepstermen schrijf je nog geen literatuur...

Ontwikkeling naar modern Russisch
Voordat het zover was met de literatuur, moest het moderne Russisch zich natuurlijk eerst ontwikkelen. Taalkundigen denken dat het moderne Russisch is voortgekomen uit het Protoslavisch en het Oerslavisch. Vervolgens viel de taal in de 6e en 7e eeuw na Christus uiteen in drie dialecten: Oost-Slavisch, West-Slavisch en Zuid-Slavisch. In de 14e en 15e eeuw ontstonden uit het Oost-Slavisch de talen Russisch, Oekraïens en Wit-Russisch.

Glagolitisch alfabet
Modern Russisch wordt geschreven met het cyrillische alfabet. In de 10e eeuw ontwikkelden de broers en tevens monniken, Cyrillus en Methodius, het glagolitisch alfabet. Dit was hoofdzakelijk gebaseerd op het Griekse alfabet met toevoegingen voor de klanken die het Russisch wel had en het Grieks niet. De vereenvoudigde versie van dit glagolitisch alfabet is het cyrillisch geworden.

Er zijn zes Slavische talen met het cyrillische alfabet, te weten Russisch, Wit-Russisch, Oekraïens, Servisch, Macedonisch en Bulgaars. De andere Slavische talen gebruiken het Latijnse alfabet, een keuze die samenhing met de kerstening van de bijbehorende landen (bijvoorbeeld Polen). Tegenwoordig is het alfabet ook een politieke keuze; de Serviërs houden hun cyrillisch schrift om zo hun verbondenheid met Rusland te symboliseren.

Grammatica
De Grote Taalatlas beschrijft het Russisch (maar ook de andere Slavische talen) als ‘conservatief’, waarmee er relatief makkelijk een Protoslavisch kan worden gereconstrueerd. Onderscheidende kenmerken van het Russisch zijn onder meer de zes naamvallen, de drie geslachten voor naamwoorden, klinkerreductie, medeklinkerclusters en het hard-/zacht-teken. Dit teken is een foneem, omdat het de betekenis van een woord kan veranderen (mat = schuttingtaal, mat’ = moeder. De apostrof geeft het zachtteken aan).

Een ander, zeer ingewikkeld, aspect aan de Russische grammatica is het werkwoordensysteem, dat overigens ‘aspect’ wordt genoemd. Ik verwijs jullie naar een interessant artikel op internet voor meer informatie over dit fenomeen.

Literaire links
Tot slot kan ik het als enthousiaste letterkundige niet laten om jullie wat Russische literaire links mee te geven:
Muurgedichten - In Leiden is er een project gaande om blinde muren van gebouwen te verfraaien met gedichten uit de hele wereld. Hier een voorbeeldje. Wil je weten hoe het klinkt? Klik hier en klik dan op het groene pijltje.

Dit Nederlands gesproken filmpje (7 delen) is voor mij een prachtige versie van een Russisch sprookje. Wij kennen het onder de titel ‘De zeven dienaren’.

Ben je helemaal in de stemming, dan is deze muziek een sfeervolle afsluiting voor dit stukje.

De volgende keer staat de laatste Indo-Europese taal in de schijnwerper: het Sanskriet. De reis gaat daarna verder met een andere taalfamilie.

Bronnen:
Het Russisch volgens Wikipedia
Gesproken gedicht van Aleksandr Blok
Muurgedichten
Over Nikolaj Karamzin (Wikipedia)
Over Russische literatuur
De Russische Taal
Over het cyrillische alfabet
Over het glagolitische alfabet
De Grote Taalatlas

donderdag 15 maart 2012

De talenreis: Het Indo-Europees

Door Sigrid Lensink-Damen

De ruim 6500 talen van de wereld zijn in taalfamilies ingedeeld. Het Indo-Europees is daarvan de grootste en meest verspreide taalfamilie. In deze serie ga ik dieper in op de geschiedenis van het Indo-Europees en licht ik er in de komende delen een paar talen uit.

Toevallige ontdekkingen
Al in de 16e eeuw viel het de jezuïet Thomas Stevens op dat exotische talen als het Konkani (een Indiase taal) vele overeenkomsten hadden met het Grieks en Latijn. In die tijd ontdekte ook een geletterde Italiaan dat het Sanskriet en het Italiaans veel op elkaar lijkende woorden hebben, zoals devah/dio voor ‘god’, sapta/sette voor ‘zeven’ en nava/nove voor ‘negen’. Hij schreef hierover in zijn reisdagboek, maar zijn ontdekking en die van Stevens leidden toen nog niet naar vergelijkend taalonderzoek. Dat kwam pas in de 17e eeuw van de grond.

Taalverwantschap
In die eeuw begon, onder anderen, de Nederlander Marcus Zuerius van Boxhorn talen te classificeren. Hij deelde talen bij een bepaalde familie in op grond van overeenkomsten in telwoorden en namen voor familierelaties. Deze woordsoorten zijn in vrijwel alle talen relatief onveranderlijk en zijn daarom een goede keuze voor vergelijkend onderzoek.

Moeder
In de eeuwen na het onderzoek van Boxhorn is het onderzoek naar taalfamilies uitgebreid en verfijnd. Fonologische, morfologische en grammaticale overeenkomsten gingen de studies nu domineren. Tel hier de betekenis van een woord bij op en haal daar de factor ‘toeval’ weer vanaf en je houdt een taalverwantschap over. Het bekendste voorbeeld van zo’n taalverwantschap is misschien wel het woord ‘moeder’, dat in heel veel talen hetzelfde is: mother (Engels), Mutter (Duits), mère (Frans), madre (Italiaans), mat’ (Russisch) en mataji (Sanskriet). De uitkomsten van het vergelijkend taalonderzoek konden vervolgens uitstekend worden verbeeld in een stamboommodel.

Klankwetten
Een tweede facet dat meespeelt bij het categoriseren van talen betreft de klankwetten. Deze klankwetten stellen dat een klankontwikkeling in een taal in een bepaald tijdperk regelmatig is. In de tijd waarin bijvoorbeeld het Oergermaans overging in het Oudnederlands werd het einde van een woord ineens hard uitgesproken. Woorden die eindigden op bijvoorbeeld ‘b’, ‘d’ en ‘v’ klonken na die tijd als ‘p’, ‘t’ en ‘f’. Dat is in het Nederlands nog steeds zo (paard wordt nog steeds uitgesproken als ‘paart’).

Van verwantschap naar familie
Waarom zijn klankwetten van belang voor het opstellen van taalfamilies? Zijn de uitspraaktechnische aspecten, de vorm en de verbuiging niet voldoende?

De klankregels zeggen iets over de historische ontwikkeling van een taal. Dit is van belang, omdat verwante talen van een gemeenschappelijke vooroudertaal moeten afstammen. De klankwetten helpen bij de reconstructie door de wetmatigheid van de historische ontwikkeling in kaart te brengen. Zo zijn de sporen ervan terug te volgen tot het punt waarop er geen schriftelijke overleveringen van de onderzochte talen meer zijn. Op die manier wordt het andere doel van de indeling in taalfamilies duidelijk: komen tot de reconstructie van een proto-taal.

Omstreden theorieën
De stamboomindeling voor onze tak van het Indo-Europees is overbekend: Nederlands en Duits zijn zustertalen en tevens nichten van het Frans. De gezamenlijke ouders, Germaans en Romaans, zijn ook zusters van dezelfde voorouder, het Indo-Europees.

Tegenover de gangbare werkmodellen brengen enkele taalkundigen een ander visie in. De een, Joseph Greenberg, oppert dat het Indo-Europees is voortgekomen uit een nog oudere en grotere tak, de Euraziatische taalfamilie. Hij beargumenteert dit aan de hand van bewijzen die hij heeft gevonden in andere taalfamilies, zoals de Amerikaanse taalfamilies. Anderen gooien de hele Germaanse stamboomindeling op de schop. Blijkbaar vallen enkele Germaanse (sub)talen buiten de boot als het stamboommodel gehandhaafd blijft.

Recent onderzoek zou de weegschaal naar zowel de ene als de andere visie kunnen doen uitslaan, of misschien beide gelijk kunnen geven. Daarom werken onderzoekers nog steeds met de stambomen. Maar dit model lijkt wel speciaal gemaakt te zijn voor de Indo-Europese taalfamilie, die in leeftijd, verspreidingsgebied en aantal nakomelingen de boventoon voert.

In de volgende delen van De talenreis ga ik dieper in op drie Indo-Europese talen. Ik heb gekozen voor het Nederlands, omdat dat onze moedertaal is en het Russisch, omdat ik dat heb gestudeerd. Het Sanskriet is de derde keuze, omdat ik het fascinerend vind hoe een taal uit het oude, Verre Oosten verwant is aan onze moedertaal. Heb je ook een voorliefde voor een Indo-Europese taal? Laat dan een reactie achter en misschien kies ik jouw taal wel voor het vierde deel.


Bronnen:
Talen van de wereld
Taal
De Grote Taalatlas
Indo-Europese talen
Germaanse talen
Museumkennis.nl
Vreemde talen.nl - Stambomen