Posts tonen met het label de talenreis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label de talenreis. Alle posts tonen

vrijdag 9 augustus 2013

De Talenreis: Kunsttalen

Door Sigrid Lensink-Damen

In deze aflevering van de Talenreis neem ik je mee over de grens van de werkelijkheid naar de wereld van de imaginaire en kunsttalen. Wat zijn kunsttalen en wie spreekt die talen eigenlijk, behalve de maker?

Definitie

Wie de term ‘kunsttaal’ hoort, denkt al snel aan computers, fantasyschrijvers of nerds die het spel Dungeons and Dragons spelen en er helemaal in op gaan. Maar het gebied van de kunsttaal is breder. Kunsttalen zijn inderdaad verzonnen of samengesteld door één persoon of een groep mensen, maar er bestaan enkele duizenden (!) kunsttalen. Een reden om een kunsttaal te ontwikkelen is bijvoorbeeld om het contact tussen culturen en volkeren te bevorderen. Een andere reden is wetenschappelijk: om structuren van een natuurlijke taal te testen en daaruit conclusies te trekken over de wetmatigheden in een taal. Iemand die een kunsttaal ontwerpt of ontwikkelt, heet een ideolinguïst.

Categorieën

Kunsttalen kunnen onderverdeeld worden naar doel of naar bronmateriaal. De eerste categorie levert de volgende lijst op: artistieke talen, internationale hulptalen, conceptuele talen, gereconstrueerde talen en computertalen. Verderop in dit artikel zal ik enkele voorbeelden geven.

De tweede categorie (indeling naar bronmateriaal) is in te delen in a priori-talen en a posteriori-talen. A priori-talen zijn talen die uit de fantasie van de maker komen. Het Quenya van de schrijver J.R.R. Tolkien is daar het bekendste voorbeeld van. Maar ook gebarentaal, filosofische en andere onspreekbare talen horen tot deze categorie.

A posteriori-talen zijn kunsttalen waaraan een natuurlijke taal of kunsttaal ten grondslag ligt. Zo ontstaan er talen die een mix zijn van verschillende talen, zoals het Esperanto en het Folkspraak (gebaseerd op Germaanse talen). Omgekeerd zijn er ook talen ontwikkeld die zich baseren op een deel van een natuurlijke taal, zoals het Basic English.

Ook standaardtalen (talen die door een regering gestandaardiseerd zijn) worden tot de a posteriori-talen gerekend. Het Hebreeuws en het Nynorsk zijn voorbeelden van een standaardtaal. Je kunt zeggen dat een standaardtaal een tot kunsttaal verstarde natuurlijke taal is.

Sapir-Whorfhypothese

Niet alle kunsttalen worden ontworpen om een personage in een (fantasy- of science fiction) boek of film van eigenheid te voorzien. Er zijn ook conceptuele talen die worden gemaakt voor de wetenschap. Conceptuele of logische talen worden gebouwd om een taalkundige hypothese te testen, of om de structuur van een taalsysteem te ontleden.

Het bekendste voorbeeld daarvan is de Sapir-Whorfhypothese. De taalkundigen Edward Sapir en Benjamin Lee Whorf stellen dat de taal die we spreken invloed heeft op hoe we denken over de werkelijkheid. Een Nederlander denkt dus anders dan een Rus of een Chinees, gewoon, omdat hij een andere taal spreekt. Vertalers zijn dan bij uitstek mensen die een brug tussen de verschillende denkwijzen kunnen vormen; ik als vertaler en Slavist ervaar dat in ieder geval wel zo.

Artistieke talen

De boeiendste categorie binnen de kunsttalen is die van de artistieke talen. Althans, dat vind ik. Hoe leuk, maar ook hoe moeilijk, moet het zijn om een eigen taal tot leven te wekken, zoals het Klingon (van de serie Star Trek), het Quenya en het Sindarijns (beide uit de boeken van J.R.R. Tolkien).

Vorlin en Verdurisch

Er zijn twee kunsttalen tot in de kleinste details uitgewerkt: het Vorlin en het Verdurisch.

Het Vorlin is bedacht door de Amerikaan Rick Harrison, redacteur van een tijdschrift over kunsttalen. Hij wilde de optimale internationale hulptaal maken en begon in 1991 aan het Vorlin. Hij zocht naar een mix tussen eenvoud en esthetiek, maar de taal moest ook grammaticaal werkbaar zijn. In 1997 gaf hij de poging tot het creëren van een optimale taal op, maar het Vorlin kan nog op veel steun rekenen. Het project loopt nog steeds.

Het Verdurisch is een taal die oorspronkelijk door de Amerikaan Mark Rosenfelder werd ontwikkeld voor het eerder genoemde spel Dungeons and Dragons. Het Verdurisch wordt gesproken in Verdurië op de wereld Almea (lijkend op aarde). Het Verdurisch is volledig uitgewerkt, met een taalfamilie, uitgestorven voorlopers (het Cadhinor) en een proto-taal. Het heeft dialecten en aftakkingen. Er bestaan op Almea zelfs andere taalfamilies waardoor het Verdurisch is beïnvloed. Daarnaast is de grammatica en de fonetiek tot in detail beschreven en zijn er cursussen.

Tot slot


Tolkien draagt het gedicht Namarië op in het Quenya


Hamlet in het Klingon (eigenlijke stuk begint bij 4.19)

Wat heeft jouw voorkeur?

Dit was de laatste aflevering van De Talenreis. Ik wens je een goede vaart en Qapla’!

Wil je De Talenreis nog eens nalezen, voer dan de zoekterm ‘talenreis’ hierboven in. Je kunt ook naar DamenVaria gaan. Daar staan alle afleveringen overzichtelijk op een rij.

Bronnen:
De Grote Taalatlas
Kunsttaal (wikipedia)
Esperanto (wikipedia)
Lijst van kunsttalen (wikipedia)
Invented Languages
Logische taal (wikipedia)
Sapir-Whorfhypothese (wikipedia)
Vorlin (eigen website)
Verdurisch of Verdurian
Verdurisch (wikipedia)
Vorlin (wikipedia)

vrijdag 12 juli 2013

De Talenreis: Zuidelijk Afrika

Door Sigrid Lensink-Damen

De Khoisan-talen zijn goed vertegenwoordigd in het zuidelijke deel van Afrika. Dit gebied omvat Zuid-Afrika, maar ook Namibië, Botswana, Lesotho en Swaziland.

Sprekers

De Khoisan-talen worden onderverdeeld in drie subfamilies, te weten Hazda, Sandawe en de Zuid-Afrikaanse Khoisan-talen. Deze kunnen weer onderverdeeld worden, zoals op deze pagina te zien is.

De meeste Khoisan-talen worden door inheemse volken van Afrika gesproken, vooral door de San (of Saan, voorheen Bosjesmannen) en Khoikhoi (voorheen Hottentotten).

Van enkele Zuid-Afrikaanse Khoisan-talen zijn er nog maar een handjevol sprekers over. Het Xiri wordt bijvoorbeeld door nog maar 90 mensen gesproken en het Korana door 6. Het Nama heeft het grootste aantal moedertaalsprekers, namelijk 250.000.

Bijzonderheden

Alle Khoisan-talen hebben het kenmerk ‘klikfonemen’. Dit zijn klanken die lijken op een klak met de tong of een klik, gemaakt in de keel of wang. Het Taa (ook wel !Xóõ genoemd) is het beroemdst onder de taalkundigen, vanwege de vele klanken: 5 klinkers, 56 medeklinkers en 80 klikmedeklinkers. Ook bevat het Taa een ‘kiss’, een klank met een zoengeluid. De verschillen tussen deze ‘kisses’ zijn heel subtiel en alleen te onderscheiden door het geoefende oor.

Hoe klinkt een klikmedeklinker? Dat kun je hier beluisteren.

In de volgende aflevering sluit ik deze talenreis af.

Bronnen:
De Grote Taalatlas
Afrikaanse talen (Wikipedia)
Kaart met talen van Afrika (door Mutur Zikin)
African languages
Hoeveel talen worden er in Afrika gesproken
Khoisantalen (Wikipedia)
Afrika (Engelstalige Wikipedia)
Klikmedeklinkers (Engelstalige Wikipedia)
Geluidkaart van klikmedeklinkers (Wikipedia)

zondag 9 juni 2013

De Talenreis: De Bantoetalen

Door Sigrid Lensink-Damen

Een van de grootste taalfamilies in Afrika is de Bantoetaalfamilie. Er vallen ruim 250 talen onder, of 535 talen als je de dialecten als taal meetelt. De Bantoetalen, ook wel Narrow Bantu genoemd, worden door heel Afrika gesproken.

Cijfers

De term ‘bantu’ betekent ‘mensen’ en is afgeleid van de stam ‘ntu’ dat ‘mens’ betekent. In alle Bantoetalen is de stam voor mens ‘ntu’ en verschilt alleen het voorvoegsel. In het Xhosa is ‘mensen’ bijvoorbeeld ‘abantu’ en in het Swahili ‘bantu’.

Omdat de Bantoetalen van Nigeria tot Zuid-Afrika worden gesproken, zijn er wel 310 miljoen sprekers. Een aantal bekende Bantoetalen zijn het Swahili, het Shona, het Sesotho, het Rwandi, het Zulu en het Xhosa. Het Swahili is de grootste taal met 40 miljoen sprekers. Hiervan zijn slechts 800.000 mensen moedertaalspreker. Van de Bantoetalen hebben het Shona (10,8 miljoen) en het Zulu (10,3 miljoen) de meeste moedertaalsprekers.

De Bantoetalen kunnen in verschillende subfamilies worden onderverdeeld. Zie hiervoor de uitgebreide lijst van Etnologue. Daar kun je ook zien in welk Afrikaans land of in welke Afrikaanse regio de taal wordt gesproken. Etnologue is wel heel gedetailleerd en uitgebreid; veel taalwetenschappers vinden dat een aantal Bantoetalen niet als taal, maar als dialect beschouwd moet worden. Vooral de onderlinge verstaanbaarheid is voor hen een bewijs daarvan.

Bakermat

Waarschijnlijk vinden de Bantoetalen hun oorsprong in Kameroen en zijn ze vandaaruit verspreid over het continent. Tussen de 11e en 14e eeuw migreerden de Bamileke, de grootste etnische groep van Bantoesprekers, van Egypte naar Kameroen. In de 17e eeuw trokken ze verder zuidwaarts om onderwerping aan de Islam te ontkomen.

Een andere bron meldt dat de Bantoesprekers zich vanuit het gebied rond de rivier de Congo hebben verspreid over heel Afrika. Dit zou zo’n 2500 tot 3000 jaar geleden plaatsgevonden hebben. Wetenschappers buigen zich nu over de vraag waar de bakermat van de Bantoesprekers ligt en hoe ze zich zo snel en massaal over zulke grote afstanden hebben kunnen verplaatsen.

Ontwikkeling

Er is veel discussie over hoe de Bantoetalen en de andere Afrikaanse taalfamilies zich tot elkaar verhouden en wanneer de talen zich afzonderlijk zijn gaan ontwikkelen. Taalwetenschappers denken dat de Bantoetalen al vroeg van de West-Afrikaanse talen zijn gesplitst. De onderlinge verschillen tussen Bantoetalen en West-Afrikaanse talen zijn namelijk erg groot, wat kan duiden op een vroege afscheiding.

Opvallend is wel er veel overeenkomsten zijn tussen de Bantoetalen. De stammen van veel woorden zijn bijvoorbeeld hetzelfde. Ook worden dezelfde voorvoegsels gebruikt om de diverse grammaticale kenmerken weer te geven en – zoals gezegd – is de onderlinge verstaanbaarheid groot. Door deze kenmerken staan taalonderzoekers weer voor raadsels. Uit onderzoek blijkt dat de verschillen tussen talen groter worden, naarmate ze verder van hun bakermat verwijderd zijn. Dit lijkt voor de Bantoetalen maar gedeeltelijk op te gaan.

In de volgende aflevering reis ik verder door Afrika en wel naar Zuidelijk Afrika. Daar worden onder andere de Khoisan-talen gesproken, beroemd om hun klik-fonemen.

Bronnen:
De Grote Taalatlas
Afrikaanse talen (Wikipedia)
Kaart met talen van Afrika (door Mutur Zikin)
African languages
Hoeveel talen worden er in Afrika gesproken
Niger-Congotalen (Wikipedia)
Bantoetalen
Bantoetalen (Engelstalige Wikipedia)
Bantoetalen (Encyclopedia Brittannica)
Bantu in Ancient Egypt
Bantu languages

maandag 15 april 2013

De Talenreis: het Egyptisch

Door Sigrid Lensink-Damen

Een van de bekendste Afro-Aziatische talen is het Egyptisch. Het spreekt tot de verbeelding door zijn schrift, de hiërogliefen, maar is inmiddels uitgestorven.

De taal

Tegenwoordig wordt er in Egypte Arabisch gesproken, maar van 2700 voor Christus tot 1000 na Christus was Egyptisch de voertaal. De ontwikkeling van de taal valt uiteen in vijf stadia: van het Oud-Egyptisch en het Middel-Egyptisch via het Nieuw-Egyptisch en het Demotisch naar het Koptisch. Het grootste verschil tussen deze fasen is dat de eerste twee taalvarianten vooral schrijftalen waren. Het Nieuw-Egyptisch was gebaseerd op de spreektaal van die tijd en nam elementen van deze spreektaal op in het schrift.

In 800 voor Christus ontstond er opnieuw een scheiding tussen de schrijf- en spreektaal. De toenmalige spreektaal werd door de Griekse geschiedschrijver Herodotus ‘demotisch’ (volks, van het volk) genoemd, om het volkskarakter ervan te benadrukken. Het Demotisch is langzaam overgegaan in het Koptisch. Het Koptisch is een creoolse taal: een mengvorm van Koinè-Grieks en Egyptisch. Het werd tot laat in de 17e eeuw gesproken, maar is intussen als spreektaal uitgestorven. Het geschreven Koptisch is nu een liturgische taal.

Het beeld

Een opvallend element van het Egyptisch is natuurlijk het schrift: de hiërogliefen. De inkepingen in de vorm van mensen, lichaamsdelen, vogels en andere dieren hebben pas na lange tijd hun geheimen prijsgegeven.

Eén van de beroemdste ontcijferaars van de hiërogliefen was Jean-François Champollion, een Franse taalkundige. Aan de hand van de steen van Rosetta en Griekse koningsnamen ontdekte hij dat de hiërogliefen zowel begrippen als klanken konden zijn.

Hiërogliefen kunnen in drie categorieën worden ingedeeld. De eerste categorie is het logogram, waarbij het symbool verwijst naar het voorwerp of de gebeurtenis dat het representeert. Een hiëroglief van een leeuw betekent dan ‘leeuw’. Een fonogram geeft een klank(groep) weer en hoort tot de tweede categorie hiërogliefen. Een leeuw geeft bijvoorbeeld de klank L weer. De derde categorie is het ideogram, die grammaticale elementen weergeeft. Een streepje onder een leeuw wil zeggen dat die hiëroglief als L gelezen moet worden en niet ‘leeuw’ betekent. Een ideogram wordt ook wel een semagram of determinatief genoemd.

Het ontcijferen van de Egyptische hiërogliefen was daarom nog niet zo eenvoudig. Waren alle puzzelstukjes gelegd, dan was de vertaler er nog niet: in het Egyptisch werden geen klinkers geschreven. De uitspraak moest daarom vaak gegokt worden. Later gingen de Egyptenaren op papyrus schrijven en werden de hiërogliefen vereenvoudigd weergegeven in het hiëratische schrift, dat vervolgens weer evolueerde in het Koptische schrift.

Beeldtaal

Hiërogliefen kunnen gezien worden als de voorloper van het pictogram. Een pictogram is een op zichzelf staande beeldtaal zonder grammaticale verwijzingen. Denk maar aan de bordjes op het station. Los van het feit dat pictogrammen tot hilarische interpretaties kunnen leiden, vertellen ze in één beeld een verhaal.

Andere uitingen van beeldtaal zijn bijvoorbeeld uithangborden, logo’s van bedrijven, muurschilderingen en graffiti. Nu vinden veel mensen graffiti vandalisme, maar toch vertelt een ‘tag’ een verhaal, het verhaal van de straat. Hoe zouden wetenschappers die 2000 jaar na ons leven die beeldtaal kunnen ontcijferen? Heeft de beeldtaal van onze tijd ook een soort steen van Rosetta? Daarop kan ik natuurlijk geen antwoord geven, maar beeldtaal heeft wel een context en een interpretatie nodig. Vaak zijn die drie dingen – beeldtaal, context en interpretatie – gekoppeld aan de cultuur waarin ze voorkomen.

Afbeelding gevonden op Facebook, bron onduidelijk
In het huidige Egypte worden muurschilderingen en graffiti gebruikt om een (revolutionaire) boodschap over te brengen. Sinds de Arabische Lente is het een populaire vorm om mensen te wijzen en bewust te maken van allerlei misstanden. Een blauwe bh siert bijvoorbeeld al tijden de muren in Cairo. De gebeurtenis die bij het beeld hoort, is van een vrouw die op hardhandige wijze van het Tahrirplein werd verwijderd. Daarbij trokken de agenten zo hard aan haar kleding dat haar blauwe bh zichtbaar werd. Nu staat de bh symbool voor de strijd tegen de onderdrukking van de vrouw.

De Egyptische graffiti is niet onopgemerkt gebleven in de wereld. Soraya Moyafat heeft er een boeiende blog over geschreven en Amnesty International gebruikt de beelden in hun campagne tegen discriminatie van vrouwen.

In de volgende aflevering reizen we verder door Afrika en bespreek ik de talen van het gebied dat ‘de Soedan’ wordt genoemd.


Bronnen:
De Grote Taalatlas
Afrikaanse talen (Wikipedia)
Kaart met talen van Afrika (door Mutur Zikin)
African languages
Afro-Aziatische talen (Wikipedia)
Hoeveel talen worden er in Afrika gesproken
Soraya Morayev's blog over graffiti in Egypte
Tussen taal en beeld
Het ontstaan van schrift (uit: Algemeen letterkundig lexicon)
Egyptisch (Wikipedia)
Egyptian hieroglyphs (Engelstalige Wikipedia)
Hiërogliefen (Wikipedia)
Beeldtaal (Wikipedia)
Jean-François Champollion (Wikipedia)

vrijdag 15 maart 2013

De Talenreis: Afrikaanse talen

Door Sigrid Lensink-Damen

Afrika is taalkundig in zes gebieden op te delen: Noord-Afrika, de Soedan (niet het land), Oost-Afrika, de Rift, Centraal-Afrika en Zuidelijk Afrika. In elk van deze regio’s worden talen van diverse taalfamilies gesproken. In deze aflevering zal ik ingaan op de regio Noord-Afrika en de Rift.

Noord-Afrika en de Rift

In Afrika worden ruwweg 2.000 talen gesproken. In Noord-Afrika en in de Hoorn van Afrika (ook wel de Rift genoemd) zijn dat Afro-Aziatische talen. Tot deze taalfamilie horen de Semitische talen, het Egyptisch, de Koesjitische talen, de Omotische talen, het Berber en de Tsjadische talen. In totaal omvat de Afro-Aziatische taalfamilie 400 talen die door 250 miljoen mensen worden gesproken.

Semitische talen

De Semitische taalfamilie is de grootste in de regio Noord-Afrika en de Rift. Onder het Semitisch vallen het Arabisch, het Amhaars, het Hebreeuws, het Tigrinya en het Maltees. De oudste talen die tot het Semitisch worden gerekend zijn het Akkadisch en het Eblaïtisch. Beide zijn uitgestorven.

Het Akkadisch werd al in 2800 voor Christus op schrift gesteld, in het beroemde spijkerschrift. De taal ging in de laatste eeuwen voor Christus over in het Aramees. Van het Eblaïtisch is een kleitablet-bibliotheek in de stad Ebla bewaard gebleven. De Akkadische en Eblaïtische teksten gingen onder andere over rituelen, gebeden, hymnen, voorspellingen, literatuur en zakelijke transacties.

Medeklinkers en klinkerpatronen

Een gedeeld kenmerk van de Semitische talen is dat de stam van een (werk)woord bestaat uit drie medeklinkers. Om tijden of meervoud te maken worden er klinkers toegevoegd. Een voorbeeld uit het Arabisch:

ktb = wortel van ‘schrijven’;
- - i - = klinkerpatroon dat de tegenwoordige tijd uitdrukt;
- a - a - = klinkerpatroon voor de verleden tijd;
- aa - i - = klinkerpatroon voor onvoltooid deelwoord;
- - uu - = klinkerpatroon voor voltooid deelwoord.

De liggende streepjes geven de weggelaten medeklinkers van de wortel aan. Als we het werkwoord ‘schrijven’ dus vervoegen krijg je: ktib (schrijf), katab (schreef), kaatib (schrijvend) en ktuub (geschreven). Zowel de medeklinkers als de klinkerpatronen zijn van belang om woorden te vormen. Dit verschijnsel doet zich ook voor bij zelfstandige naamwoorden.

Zoon van Noach

In de 19e eeuw probeerden (taal)wetenschappers de diverse talen en volkeren in Noord-Afrika op te delen aan de hand van een rassentheorie en gegevens uit de Bijbel. Van de zonen van Noach, Sem, Cham en Jafet, ontleenden de wetenschappers de namen voor de verschillende volken en talen. De term Hamieten (van Cham) is daar een voorbeeld van. Omdat er later geen bewijs gevonden werd voor deze indeling, is deze niet gehandhaafd.

De naam van het Semitisch, het Assyrisch en het Aramees heeft nog wel een bijbelse connotatie. Deze stamt af van de namen van Sem, zoon van Noach, en Sems zonen, Asshur en Aram.

De volgende keer belicht ik het Egyptisch en probeer ik een antwoord te vinden op de vraag in hoeverre de hiërogliefen invloed hebben gehad op moderne taal- en beeldtaaluitingen.

Bronnen:
De Grote Taalatlas
Afrikaanse talen (Wikipedia)
Kaart met talen van Afrika (door Mutur Zikin)
African languages
Afro-Aziatische talen (Wikipedia)
Hoeveel talen worden er in Afrika gesproken
Semitische talen (Wikipedia)
Semitische talen (Engelstalige Wikipedia)
het Akkadisch (Wikipedia)
het Eblaïtisch (Wikipedia)

vrijdag 15 februari 2013

De Talenreis: Papoea-Nieuw-Guinea

Door Sigrid Lensink-Damen

De Onafhankelijke Staat Papoea-Nieuw-Guinea is een eilandengroep in de Stille Oceaan, waarvan het grootste eiland aan Indonesië grenst. Er wonen 6,3 miljoen mensen die samen 823 talen spreken.

Talendiversiteit

In het Westen is Papoea-Nieuw-Guinea vooral bekend van de verhalen over geïsoleerde stammen die aan koppensnellen en vermeend kannibalisme doen. Om je maar meteen gerust te stellen: kannibalisme is de wereld uit.

In de binnenlanden leeft er toch nog een groot aantal stammen op traditionele wijze. Deze stammen zouden nauwelijks contact hebben met anderen en daarom hun eigen taal hebben ontwikkeld. Ook werd lang gedacht dat de diversiteit aan talen op Papoea-Nieuw-Guinea te maken heeft met de ontoegankelijkheid van de eilanden: ze bestaan hoofdzakelijk uit bergen en dicht regenwoud. Het is in ieder geval een feit dat er van de meeste talen op Papoea-Nieuw-Guinea slechts honderden tot enkele duizenden sprekers zijn.

Pidgintalen

Ontoegankelijk of niet, er was wel degelijk contact tussen de stammen. De meeste mensen konden vier, vijf of meer talen spreken om handel te drijven of hun buren te verstaan. De belangrijkste talen in de archipel zijn het Hiri Motu, het Tok Pisin en het Engels. De eerste is een moderne versies van een pidgintaal, de tweede is een creoolse taal.

Pidgintalen ontstaan wanneer twee talen in een vereenvoudigde versie met elkaar vermengen. Dit gebeurde vooral in koloniën waar bijvoorbeeld het Engels zich verstrengelde met de lokale talen. Als pidgintalen (per definitie een tweede taal) moedertaalsprekers krijgen wordt de taal een creoolse taal.

Taalgroepen (phyla)

De talrijke Papoeatalen zijn echter nog niet ingetekend op de linguïstische kaart. Slechts een handvol van deze talen is gedocumenteerd. Het is moeilijkom de verbanden tussen de Papoeatalen te achterhalen. Taalkundigen zoeken meestal naar overeenkomsten in woorden, zoals voornaamwoorden en namen van familierelaties (moeder, vader, zoon, dochter enz). Bij de Indo-Europese talen zie je dan al snel een patroon ontstaan. Bij de Papoeatalen niet. Toch zijn taalkundigen erin geslaagd de verschillende talen in taalgroepen, of phyla, te rangschikken.

Professor Stephan Wurm van de Australian National University heeft 16 phyla beschreven (later hebben anderen er nog 3 gevonden), waarvan het Trans-Nieuw-Guinese phylum het grootste is. Dit omvat 500 talen. Andere phyla zijn bijvoorbeeld het West-Papoea, het Oost-Papoea, het Geelvinkbaai, het Torricelli en het Sepik-Ramu.

Nieuwe vergelijkingsmethode

Linguïsten kunnen met de huidige onderzoeksmethoden talen reconstrueren tot zo’n 8000 jaar geleden. Een probleem bij het indelen van de Papoeatalen is dat deze talen veel ouder zijn dan 8000 jaar. Bodemvondsten bevestigen dit: er zouden al 35.000 jaar geleden mensen hebben gewoond op Papoea-Nieuw-Guinea.

In 2005 presenteerden taalwetenschappers van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek en het Centrum voor taalwetenschappen van de Radboud Universiteit, beide in Nijmegen, een nieuwe vergelijkingsmethode. De vergelijking vindt niet langer plaats tussen woorden, maar tussen grammaticale constructies. Van 15 Papoeatalen en 16 Austronesische talen plozen de onderzoekers uit of de gekozen 125 grammaticale kenmerken er wel of niet in voorkwamen.

Een computerprogramma verwerkte vervolgens de lijsten met ja/nee-antwoorden. Dit computerprogramma, ontwikkeld door biologen, was ervoor om via uiterlijke kenmerken stambomen te maken. De taalwetenschappers zagen hierin de kans om talen die ouder zijn dan 8000 jaar te kunnen duiden.

Stambomen

Het resultaat was één Austronesische stamboom en één stamboom van de Papoeatalen. De Austronesische stamboom kwam overeen met de indeling die al gemaakt was op grond van woordenvergelijking. Dit was hoopvol voor de stamboom van de Papoatalen: het zou goed kunnen kloppen. De stamboom liet zien dat de grootste taalgroepen op de grootste eilanden voorkwamen en dat er binnen elke eilandengroep subgroepen gevormd konden worden. Dit was opmerkelijk, omdat er bij de woordenvergelijking geen enkele overeenkomst werd gezien.

Hoewel de taalwetenschappers in 2005 zich nog voorzichtig uitdrukten wat betreft de interpretatie van de resultaten, kan de talenkaart van Papoea-Nieuw-Guinea hoogstwaarschijnlijk binnen afzienbare tijd worden ingekleurd.

In de volgende aflevering ga ik naar de binnenlanden van Afrika, waar naar verluidt de bakermat van onze taal ligt.

Bronnen:
De Grote Taalatlas
Papoeatalen
Papoea-Nieuw-Guinea
Wortels van de Papoeatalen - Wetenschap24.nl
Artikel van Michael Dunn c.s. in Science 2005 (Engels)
Op zoek naar de oertaal - artikel uit De Standaard

vrijdag 13 april 2012

De talenreis: het Nederlands

Door Sigrid Lensink-Damen

In dit deel van De Talenreis neem ik onze moedertaal onder de loep. Het Nederlands is samen met het Engels, Duits en Fries een West-Germaanse taal. Er zijn ruim 23 miljoen moedertaalsprekers van het Nederlands wereldwijd. Voor 5 miljoen mensen is Nederlands de tweede taal. Wat is eigenlijk de oudste Nederlandse zin? En hoe klonk het Nederlands in 500 na Christus?

Vogels
‘Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hi(c) (a)nda thu uuat unbidan uue nu.’ Dit is waarschijnlijk de bekendste geschreven Nederlandse zin. Het betekent: ‘Hebben alle vogels nesten begonnen, behalve ik en jij. Waarop wachten we nu?’ Het verhaal gaat dat dit zinnetje door een monnik, hevig verliefd, in de marge van een geschrift was neergepend. Waarschijnlijker is dat een kopiist gewoon zijn nieuwe pen uitprobeerde, voordat hij zijn overschrijfwerk hervatte. Hoe het ook zij, hij schreef het zinnetje in ieder geval in de 11e eeuw op.

Oudere zinnen
Toch zijn er nog oudere overblijfselen van geschreven Nederlands gevonden. ‘Malto thi afrio lito’ (‘Ik zeg je, ik maak je vrij, halfvrije.’) is daar een voorbeeld van. Deze formulering werd gebruikt om een lijfeigene zijn vrijheid terug te geven en komt uit de Salische Wet, het eerste wetboek sinds de Romeinen, van de 6e eeuw. Een ander mooi voorbeeld is: ‘Gelobistu in got alamehtigan fadaer?’ (‘Geloof je in God, de Almachtige Vader?’) uit een doopgelofte van eind 8e eeuw.

Deze voorbeelden gaan om enkele zinnen in een verder Latijns of Frans geschrift. De Wachtendonckse Psalmen vormen het eerste Oudnederlandse ‘boek’. Deze verzameling teksten stamt uit de 10e eeuw en is ook een van de eerste vertalingen in het Nederlands (uit het Latijn).

Van Oergermaans naar Nederlands
Wat maakt het Nederlands nou Nederlands? Welke kenmerken heeft onze moedertaal die hem onderscheidt van bijvoorbeeld het Duits? De antwoorden lijken voor de hand te liggen (uitspraak, grammatica), maar onze taal heeft pas na diverse ontwikkelingen de voor ons zo bekende klank en vorm gekregen. Het moderne Nederlands ontstond uit, van oud naar nieuw, het Nederfrankisch, Oudnederlands, Middelnederlands (Diets) en het Nederduits.

Verschillen met het Duits
Het Nederlands heeft de Hoogduitse klankverschuiving (zie Wikipedia voor een duidelijke uitleg hierover) niet ondergaan, maar het Duits wel. De scheiding tussen deze twee taalgebieden ligt ergens tussen het zuidoosten en noordwesten van het gebied waar Germaans werd gesproken. Hoe noordelijker, hoe minder klankverschuiving. Een ander verschil tussen Nederlands en Duits is dat het Duits naamvallen heeft behouden en het Nederlands niet. In zijn woordenschat heeft het Nederlands veel Romaanse invloeden, wat onze taal natuurlijk ook uniek maakt in vergelijking met het Duits.

Modern Nederlands
Het Nederlands is in de 20e eeuw qua spelling veel veranderd, onder andere door standaardisering en wetgeving. Ook is er een Taalunie in het leven geroepen, opgericht door België, Nederland en Suriname. Deze unie promoot en beschermt de Nederlandse taal.

Een paar grappige sites over taal, waarin jullie de ontwikkelingen van het Nederlands zelf kunnen bekijken, wil ik jullie niet onthouden. Ten eerste deze: sms-taal, een online woordenboek met alles wat je moet weten over sms’en, een van de modernste vormen van het Nederlands.

Totaal tegenovergesteld daaraan is de Vereniging ter Bevordering van het Gebruik van het Bedreigde Nederlandse Woord, die woorden als ‘onverdroten’, ‘karbonkel’ en ‘wankelmoedig’ graag weer in het alledaagse taalgebruik terugziet. Lees vooral ook de commentaren van de fans, sommige zijn hilarisch.

En als klap op de vuurpijl geef ik jullie een link naar een fragment uit een tv-programma van de Belgische tv-zender Canvas, waarin je kunt horen hoe het Nederlands in 1500, 1000 en 500 na Christus moet hebben geklonken: http://video.canvas.be/eeuwenoud-nederlands.

De volgende keer staat er weer een Indo-Europese taal in de schijnwerpers: het Russisch.

Bronnen:
Over de geschiedenis van het Nederlands
De video over hoe het Nederlands vroeger klonk
Over Hebban olla vogala
Over de Salische Wet
Wikipedia over het Nederlands
Over de Wachtendonkse Psalmen
De Grote Taalatlas
Over de tweede Germaanse klankverschuiving
Over sms-taal
De Vereniging ter Bevordering van het Gebruik van het Bedreigde Nederlandse Woord