Door Sigrid Lensink-Damen
In dit deel van De Talenreis ga ik dieper in op het Russisch.
Het Russisch wordt gesproken door ruim 175 miljoen mensen en vormt samen met het Wit-Russisch en het Oekraïens de Oost-Slavische tak van de Slavische talen.
Jonge literatuurtraditie
Een Russisch gezegde luidt: “Woorden zijn winden, schriften verbinden.” Een van mijn docenten voerde dit gezegde aan als reden voor de vrij jonge literatuurtraditie in Rusland. Men zou bang zijn voor het geschreven woord, omdat iets wat zwart op wit staat niet zo makkelijk uitgewist kan worden. Feit is in ieder geval dat er geen noemenswaardige Russische literatuur van voor de 18e eeuw bestaat, met uitzondering van het Igorlied uit de 12e eeuw.
Een andere reden van de late bloei van de Russische literatuur is dat er tot 1800 een grote discrepantie bestond tussen gesproken Russisch en geschreven Russisch. Dit laatste leunde zwaar op het Oudkerkslavisch, wat vooral voor religieuze teksten werd gebruikt en vrijwel constant bleef qua vorm en woordenschat.
Leenwoorden
Het Oudkerkslavisch mist daardoor de gevoelswoorden en nuances die nodig zijn om proza of poëzie te schrijven. Deze elementen werden in de 18e eeuw onder anderen door schrijver en historicus Nikolaj Karamzin toegevoegd aan de Russische taal. Hij gebruikte daarvoor Franse en Duitse leenwoorden die hij “verrussischte”. Aleksandr Poesjkin maakte dankbaar gebruik van de taalhervormingen van Karamzin en groeide uit tot een van Ruslands grootste schrijvers.
Toch waren er al eerder leenwoorden in het Russisch gekomen. Dit gebeurde in de 17e eeuw toen tsaar Peter de Grote naar West-Europa reisde om daar diverse, zoals hij het noemde, ‘wetenschappen te leren’. Zoals bekend raakte de tsaar ook in Zaandam verzeild en leerde daar het vak van scheepsbouwer. Vele scheepstermen zijn rechtstreeks uit het Nederlands overgenomen, zoals ‘trjoem’ (het ruim) en ‘achtjersjtjevjenj’ (achtersteven). Maar met scheepstermen schrijf je nog geen literatuur...
Ontwikkeling naar modern Russisch
Voordat het zover was met de literatuur, moest het moderne Russisch zich natuurlijk eerst ontwikkelen. Taalkundigen denken dat het moderne Russisch is voortgekomen uit het Protoslavisch en het Oerslavisch. Vervolgens viel de taal in de 6e en 7e eeuw na Christus uiteen in drie dialecten: Oost-Slavisch, West-Slavisch en Zuid-Slavisch. In de 14e en 15e eeuw ontstonden uit het Oost-Slavisch de talen Russisch, Oekraïens en Wit-Russisch.
Glagolitisch alfabet
Modern Russisch wordt geschreven met het cyrillische alfabet. In de 10e eeuw ontwikkelden de broers en tevens monniken, Cyrillus en Methodius, het glagolitisch alfabet. Dit was hoofdzakelijk gebaseerd op het Griekse alfabet met toevoegingen voor de klanken die het Russisch wel had en het Grieks niet. De vereenvoudigde versie van dit glagolitisch alfabet is het cyrillisch geworden.
Er zijn zes Slavische talen met het cyrillische alfabet, te weten Russisch, Wit-Russisch, Oekraïens, Servisch, Macedonisch en Bulgaars. De andere Slavische talen gebruiken het Latijnse alfabet, een keuze die samenhing met de kerstening van de bijbehorende landen (bijvoorbeeld Polen). Tegenwoordig is het alfabet ook een politieke keuze; de Serviërs houden hun cyrillisch schrift om zo hun verbondenheid met Rusland te symboliseren.
Grammatica
De Grote Taalatlas beschrijft het Russisch (maar ook de andere Slavische talen) als ‘conservatief’, waarmee er relatief makkelijk een Protoslavisch kan worden gereconstrueerd. Onderscheidende kenmerken van het Russisch zijn onder meer de zes naamvallen, de drie geslachten voor naamwoorden, klinkerreductie, medeklinkerclusters en het hard-/zacht-teken. Dit teken is een foneem, omdat het de betekenis van een woord kan veranderen (mat = schuttingtaal, mat’ = moeder. De apostrof geeft het zachtteken aan).
Een ander, zeer ingewikkeld, aspect aan de Russische grammatica is het werkwoordensysteem, dat overigens ‘aspect’ wordt genoemd. Ik verwijs jullie naar een interessant artikel op internet voor meer informatie over dit fenomeen.
Literaire links
Tot slot kan ik het als enthousiaste letterkundige niet laten om jullie wat Russische literaire links mee te geven:
Muurgedichten - In Leiden is er een project gaande om blinde muren van gebouwen te verfraaien met gedichten uit de hele wereld. Hier een voorbeeldje. Wil je weten hoe het klinkt? Klik hier en klik dan op het groene pijltje.
Dit Nederlands gesproken filmpje (7 delen) is voor mij een prachtige versie van een Russisch sprookje. Wij kennen het onder de titel ‘De zeven dienaren’.
Ben je helemaal in de stemming, dan is deze muziek een sfeervolle afsluiting voor dit stukje.
De volgende keer staat de laatste Indo-Europese taal in de schijnwerper: het Sanskriet. De reis gaat daarna verder met een andere taalfamilie.
Bronnen:
Het Russisch volgens Wikipedia
Gesproken gedicht van Aleksandr Blok
Muurgedichten
Over Nikolaj Karamzin (Wikipedia)
Over Russische literatuur
De Russische Taal
Over het cyrillische alfabet
Over het glagolitische alfabet
De Grote Taalatlas
Vertalersnieuws was een informele blog en digitale knipselmap voor vertalers, tolken, ondertitelaars en iedereen die geïnteresseerd is in nieuws voor deze beroepsgroep. Op deze blog verschenen wetenswaardigheden over taal, vertalen, tolken, ondernemerschap, relevante wetswijzigingen, interessante websites, workshops en nog veel meer. Er verschijnen geen nieuwe edities meer.
Posts tonen met het label Euraziatische taalfamilie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Euraziatische taalfamilie. Alle posts tonen
vrijdag 11 mei 2012
donderdag 15 maart 2012
De talenreis: Het Indo-Europees
Door Sigrid Lensink-Damen
De ruim 6500 talen van de wereld zijn in taalfamilies ingedeeld. Het Indo-Europees is daarvan de grootste en meest verspreide taalfamilie. In deze serie ga ik dieper in op de geschiedenis van het Indo-Europees en licht ik er in de komende delen een paar talen uit.
Toevallige ontdekkingen
Al in de 16e eeuw viel het de jezuïet Thomas Stevens op dat exotische talen als het Konkani (een Indiase taal) vele overeenkomsten hadden met het Grieks en Latijn. In die tijd ontdekte ook een geletterde Italiaan dat het Sanskriet en het Italiaans veel op elkaar lijkende woorden hebben, zoals devah/dio voor ‘god’, sapta/sette voor ‘zeven’ en nava/nove voor ‘negen’. Hij schreef hierover in zijn reisdagboek, maar zijn ontdekking en die van Stevens leidden toen nog niet naar vergelijkend taalonderzoek. Dat kwam pas in de 17e eeuw van de grond.
Taalverwantschap
In die eeuw begon, onder anderen, de Nederlander Marcus Zuerius van Boxhorn talen te classificeren. Hij deelde talen bij een bepaalde familie in op grond van overeenkomsten in telwoorden en namen voor familierelaties. Deze woordsoorten zijn in vrijwel alle talen relatief onveranderlijk en zijn daarom een goede keuze voor vergelijkend onderzoek.
Moeder
In de eeuwen na het onderzoek van Boxhorn is het onderzoek naar taalfamilies uitgebreid en verfijnd. Fonologische, morfologische en grammaticale overeenkomsten gingen de studies nu domineren. Tel hier de betekenis van een woord bij op en haal daar de factor ‘toeval’ weer vanaf en je houdt een taalverwantschap over. Het bekendste voorbeeld van zo’n taalverwantschap is misschien wel het woord ‘moeder’, dat in heel veel talen hetzelfde is: mother (Engels), Mutter (Duits), mère (Frans), madre (Italiaans), mat’ (Russisch) en mataji (Sanskriet). De uitkomsten van het vergelijkend taalonderzoek konden vervolgens uitstekend worden verbeeld in een stamboommodel.
Klankwetten
Een tweede facet dat meespeelt bij het categoriseren van talen betreft de klankwetten. Deze klankwetten stellen dat een klankontwikkeling in een taal in een bepaald tijdperk regelmatig is. In de tijd waarin bijvoorbeeld het Oergermaans overging in het Oudnederlands werd het einde van een woord ineens hard uitgesproken. Woorden die eindigden op bijvoorbeeld ‘b’, ‘d’ en ‘v’ klonken na die tijd als ‘p’, ‘t’ en ‘f’. Dat is in het Nederlands nog steeds zo (paard wordt nog steeds uitgesproken als ‘paart’).
Van verwantschap naar familie
Waarom zijn klankwetten van belang voor het opstellen van taalfamilies? Zijn de uitspraaktechnische aspecten, de vorm en de verbuiging niet voldoende?
De klankregels zeggen iets over de historische ontwikkeling van een taal. Dit is van belang, omdat verwante talen van een gemeenschappelijke vooroudertaal moeten afstammen. De klankwetten helpen bij de reconstructie door de wetmatigheid van de historische ontwikkeling in kaart te brengen. Zo zijn de sporen ervan terug te volgen tot het punt waarop er geen schriftelijke overleveringen van de onderzochte talen meer zijn. Op die manier wordt het andere doel van de indeling in taalfamilies duidelijk: komen tot de reconstructie van een proto-taal.
Omstreden theorieën
De stamboomindeling voor onze tak van het Indo-Europees is overbekend: Nederlands en Duits zijn zustertalen en tevens nichten van het Frans. De gezamenlijke ouders, Germaans en Romaans, zijn ook zusters van dezelfde voorouder, het Indo-Europees.
Tegenover de gangbare werkmodellen brengen enkele taalkundigen een ander visie in. De een, Joseph Greenberg, oppert dat het Indo-Europees is voortgekomen uit een nog oudere en grotere tak, de Euraziatische taalfamilie. Hij beargumenteert dit aan de hand van bewijzen die hij heeft gevonden in andere taalfamilies, zoals de Amerikaanse taalfamilies. Anderen gooien de hele Germaanse stamboomindeling op de schop. Blijkbaar vallen enkele Germaanse (sub)talen buiten de boot als het stamboommodel gehandhaafd blijft.
Recent onderzoek zou de weegschaal naar zowel de ene als de andere visie kunnen doen uitslaan, of misschien beide gelijk kunnen geven. Daarom werken onderzoekers nog steeds met de stambomen. Maar dit model lijkt wel speciaal gemaakt te zijn voor de Indo-Europese taalfamilie, die in leeftijd, verspreidingsgebied en aantal nakomelingen de boventoon voert.
In de volgende delen van De talenreis ga ik dieper in op drie Indo-Europese talen. Ik heb gekozen voor het Nederlands, omdat dat onze moedertaal is en het Russisch, omdat ik dat heb gestudeerd. Het Sanskriet is de derde keuze, omdat ik het fascinerend vind hoe een taal uit het oude, Verre Oosten verwant is aan onze moedertaal. Heb je ook een voorliefde voor een Indo-Europese taal? Laat dan een reactie achter en misschien kies ik jouw taal wel voor het vierde deel.
Bronnen:
Talen van de wereld
Taal
De Grote Taalatlas
Indo-Europese talen
Germaanse talen
Museumkennis.nl
Vreemde talen.nl - Stambomen
De ruim 6500 talen van de wereld zijn in taalfamilies ingedeeld. Het Indo-Europees is daarvan de grootste en meest verspreide taalfamilie. In deze serie ga ik dieper in op de geschiedenis van het Indo-Europees en licht ik er in de komende delen een paar talen uit.
Toevallige ontdekkingen
Al in de 16e eeuw viel het de jezuïet Thomas Stevens op dat exotische talen als het Konkani (een Indiase taal) vele overeenkomsten hadden met het Grieks en Latijn. In die tijd ontdekte ook een geletterde Italiaan dat het Sanskriet en het Italiaans veel op elkaar lijkende woorden hebben, zoals devah/dio voor ‘god’, sapta/sette voor ‘zeven’ en nava/nove voor ‘negen’. Hij schreef hierover in zijn reisdagboek, maar zijn ontdekking en die van Stevens leidden toen nog niet naar vergelijkend taalonderzoek. Dat kwam pas in de 17e eeuw van de grond.
Taalverwantschap
In die eeuw begon, onder anderen, de Nederlander Marcus Zuerius van Boxhorn talen te classificeren. Hij deelde talen bij een bepaalde familie in op grond van overeenkomsten in telwoorden en namen voor familierelaties. Deze woordsoorten zijn in vrijwel alle talen relatief onveranderlijk en zijn daarom een goede keuze voor vergelijkend onderzoek.
Moeder
In de eeuwen na het onderzoek van Boxhorn is het onderzoek naar taalfamilies uitgebreid en verfijnd. Fonologische, morfologische en grammaticale overeenkomsten gingen de studies nu domineren. Tel hier de betekenis van een woord bij op en haal daar de factor ‘toeval’ weer vanaf en je houdt een taalverwantschap over. Het bekendste voorbeeld van zo’n taalverwantschap is misschien wel het woord ‘moeder’, dat in heel veel talen hetzelfde is: mother (Engels), Mutter (Duits), mère (Frans), madre (Italiaans), mat’ (Russisch) en mataji (Sanskriet). De uitkomsten van het vergelijkend taalonderzoek konden vervolgens uitstekend worden verbeeld in een stamboommodel.
Klankwetten
Een tweede facet dat meespeelt bij het categoriseren van talen betreft de klankwetten. Deze klankwetten stellen dat een klankontwikkeling in een taal in een bepaald tijdperk regelmatig is. In de tijd waarin bijvoorbeeld het Oergermaans overging in het Oudnederlands werd het einde van een woord ineens hard uitgesproken. Woorden die eindigden op bijvoorbeeld ‘b’, ‘d’ en ‘v’ klonken na die tijd als ‘p’, ‘t’ en ‘f’. Dat is in het Nederlands nog steeds zo (paard wordt nog steeds uitgesproken als ‘paart’).
Van verwantschap naar familie
Waarom zijn klankwetten van belang voor het opstellen van taalfamilies? Zijn de uitspraaktechnische aspecten, de vorm en de verbuiging niet voldoende?
De klankregels zeggen iets over de historische ontwikkeling van een taal. Dit is van belang, omdat verwante talen van een gemeenschappelijke vooroudertaal moeten afstammen. De klankwetten helpen bij de reconstructie door de wetmatigheid van de historische ontwikkeling in kaart te brengen. Zo zijn de sporen ervan terug te volgen tot het punt waarop er geen schriftelijke overleveringen van de onderzochte talen meer zijn. Op die manier wordt het andere doel van de indeling in taalfamilies duidelijk: komen tot de reconstructie van een proto-taal.
Omstreden theorieën
De stamboomindeling voor onze tak van het Indo-Europees is overbekend: Nederlands en Duits zijn zustertalen en tevens nichten van het Frans. De gezamenlijke ouders, Germaans en Romaans, zijn ook zusters van dezelfde voorouder, het Indo-Europees.
Tegenover de gangbare werkmodellen brengen enkele taalkundigen een ander visie in. De een, Joseph Greenberg, oppert dat het Indo-Europees is voortgekomen uit een nog oudere en grotere tak, de Euraziatische taalfamilie. Hij beargumenteert dit aan de hand van bewijzen die hij heeft gevonden in andere taalfamilies, zoals de Amerikaanse taalfamilies. Anderen gooien de hele Germaanse stamboomindeling op de schop. Blijkbaar vallen enkele Germaanse (sub)talen buiten de boot als het stamboommodel gehandhaafd blijft.
Recent onderzoek zou de weegschaal naar zowel de ene als de andere visie kunnen doen uitslaan, of misschien beide gelijk kunnen geven. Daarom werken onderzoekers nog steeds met de stambomen. Maar dit model lijkt wel speciaal gemaakt te zijn voor de Indo-Europese taalfamilie, die in leeftijd, verspreidingsgebied en aantal nakomelingen de boventoon voert.
In de volgende delen van De talenreis ga ik dieper in op drie Indo-Europese talen. Ik heb gekozen voor het Nederlands, omdat dat onze moedertaal is en het Russisch, omdat ik dat heb gestudeerd. Het Sanskriet is de derde keuze, omdat ik het fascinerend vind hoe een taal uit het oude, Verre Oosten verwant is aan onze moedertaal. Heb je ook een voorliefde voor een Indo-Europese taal? Laat dan een reactie achter en misschien kies ik jouw taal wel voor het vierde deel.
Bronnen:
Talen van de wereld
Taal
De Grote Taalatlas
Indo-Europese talen
Germaanse talen
Museumkennis.nl
Vreemde talen.nl - Stambomen
Abonneren op:
Posts (Atom)