Door Marthe Dijk
Als twee mensen elkaar iets willen meedelen, wordt vaak taal gebruikt. Bijvoorbeeld: ‘Kun je mij nog wat wijn bijschenken?’ Maar taal is zeker niet het enige communicatiemiddel. Degene die meer wijn wil, kan ook zijn glas ophouden. Beide mogelijkheden komen regelmatig voor aan Nederlandse eettafels. Deze manier van communiceren is echter lang niet overal gebruikelijk. Als vertalers zijn we veelal op taal gericht, maar er zijn heel veel culturele factoren die bijdragen aan wat en hoe er gecommuniceerd wordt. Deze worden beschreven in de etnografie van de communicatie.
Antropologie vs. taalkunde
De etnografie van de communicatie is een combinatie van etnografie en taalkunde. In de etnografie houdt men zich hoofdzakelijk bezig met de beschrijving en analyse van cultuur, en in de taalkunde met de beschrijving en analyse van taal. Bij etnografie van de communicatie wordt er een verband gelegd tussen cultuur, taal en gedachten.
Men was zich al langer bewust van het mogelijke verband tussen cultuur en taal, maar pas in 1962 werd de term etnografie van de communicatie voor het eerst gebruikt door Dell Hymes. Hij sloeg een brug tussen de antropologie en de taalkunde door te stellen dat taal niet los kan worden gezien van hoe en waarom mensen taal gebruiken. Het hoe en waarom dragen juist bij aan een beter begrip van de taal. En taal is onderdeel van cultuur.
De etnografie bestudeert de verschillende competenties van de spreker, zoals taalkundige competentie (ben je als spreker in staat een grammaticaal correcte zin te maken?) en communicatieve competentie (gebruik je als spreker een zin in de juiste context?). Een communicatief competente spreker houdt zich aan bepaalde regels. Je moet weten wanneer je moet spreken, wanneer niet, hoe je een gast moet ontvangen, hoe je moet groeten, wanneer je moet groeten, waarover je mag praten, enzovoort. De belangrijkste vraag binnen de etnografie is: wat moet een spreker weten om gepast te communiceren binnen een bepaalde samenleving, en hoe leert een spreker dat?
Groeten bij de Wolof
In de meeste samenlevingen is een vorm van groeten gebruikelijk, zoals ook bij de Wolof in Senegal. De samenleving van de Wolof is gebaseerd op sociale ongelijkheid. Dit is te zien in de hiërarchische verdeling in sociale groepen. Daarnaast komt het ook naar voren in sociale interacties, zoals groeten. Aan de manier van groeten kun je zien welke relatie de sprekers met elkaar hebben. Bij het groeten moeten de Wolof zich aan een aantal basisregels houden. Als twee mensen elkaar kunnen zien, moeten ze elkaar groeten. Zelfs als iemand moet omlopen om te groeten, moet hij of zij toch groeten. Iedereen binnen de dertig meter moet worden gegroet.
Het centrum van de stad, waar de markt is, is sociaal gezien een lastige plek, omdat er veel mensen zijn en alle mensen binnen dertig meter moeten worden gegroet. Om dit makkelijker te maken is het centrum in verschillende zones ingedeeld, zoals de markt, de waterbron, het gebied rond de moskee, de winkels, enzovoort. Je moet iedereen groeten die zich in dezelfde zone bevindt als jijzelf. Als er in jouw zone geen mensen zijn, dan moet je de mensen in de eerstvolgende zone groeten. Als het heel erg druk is in jouw zone, hoef je slechts de twintig dichtstbijzijnde mensen te groeten.
Groeten bij de Baatombu
In Afrikaanse culturen komt het vaak voor dat er iemand is die vragen stelt, en iemand anders die de vragen beantwoordt. Het hoeft niet altijd zo te zijn dat de ondergeschikte persoon de vragen stelt, zoals bij de Wolof het geval is. Het kan ook andersom. Dit verschilt per cultuur.
Bij de Baatombu uit Benin zijn het de personen met een hogere status die het initiatief nemen tijdens het groeten. De toon van de groet zet de toon voor de rest van het gesprek. De belangrijkste functie van de begroeting is om de relatie tussen twee mensen duidelijk te maken door het gebruik en de keuze van verschillende formuleringen.
Net als bij de Wolof is ook de samenleving van de Baatombu gebaseerd op sociale ongelijkheid. Wanneer twee mensen elkaar ontmoeten, is er altijd sprake van een statusverschil. Als beide sprekers dezelfde sociale status hebben, dan neemt een van de twee de rol aan van iemand met een hogere status. Als twee mensen die willen groeten geen bestaande relatie hebben, dan geeft leeftijd de doorslag. Ook onder familieleden bestaat geen gelijkheid. Zelfs bij tweelingen is er ongelijkheid. Degene die als tweede is geboren, heeft een hogere status, omdat hij de eerste eropuit heeft gestuurd om te verkennen.
Naast woordkeus en status speelt ook lichaamstaal een rol bij het groeten. Wanneer de Baatombu groeten, staan ze iets gebogen en zijn hun knieën gebogen. De ondergeschikte zal altijd lager staan, kijkt zijn meerdere niet direct aan en praat zachter. Hij zal altijd korte standaard antwoorden geven. Degene met de hogere status besluit wanneer hij de begroeting beëindigt. Hij bepaalt hoe lang het gesprek duurt. Hij mag wel de tijd van de ondergeschikte persoon ‘verdoen’, maar de ondergeschikte mag dat nooit bij zijn meerdere doen.
Vertalen maar!
Culturele aspecten, zoals de hierboven beschreven voorbeelden, liggen verborgen in geschreven teksten. Sommige hiervan zijn ook voor de vertaling van belang. Het is aan de vertaler om deze signalen te herkennen en om te zetten naar de doeltaal.
Bronnen
William Foley: Anthropological Linguistics: an introduction
Judith Irvine: ‘Strategies of Status Manipulation in the Wolof Greeting’
Muriel Saville-Troike: The Ethnography Of Communication: an introduction
Wendy Schotman: 'The Daily Ritual of Greeting Among the Baatombu of Benin'
Vertalersnieuws was een informele blog en digitale knipselmap voor vertalers, tolken, ondertitelaars en iedereen die geïnteresseerd is in nieuws voor deze beroepsgroep. Op deze blog verschenen wetenswaardigheden over taal, vertalen, tolken, ondernemerschap, relevante wetswijzigingen, interessante websites, workshops en nog veel meer. Er verschijnen geen nieuwe edities meer.
Posts tonen met het label Afrikaanse literatuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Afrikaanse literatuur. Alle posts tonen
maandag 2 juni 2014
Iemand begroeten: het belang van de etnografie van de communicatie
vrijdag 3 januari 2014
De vertaalproblemen van Afrikaanse literatuur: cultuurspecifieke elementen
Door Marthe Dijk
In mijn laatste artikel over de vertaalproblemen van Afrikaanse literatuur heb ik het gehad over de problemen die ontstaan door geafrikaniseerd taalgebruik, bijvoorbeeld door semantische verschuivingen en een afwijkende zinsstructuur. Maar soms bestaat er in de doeltaal geen equivalent van het woord uit de brontaal en bevindt het vertaalprobleem zich op cultureel niveau. Dergelijke woorden worden ook wel cultuurspecifieke elementen (cse’s) of realia genoemd.
Cultuurspecifieke elementen, zoals namen van lokale organisaties, straten en historische figuren, zijn een veelvoorkomend vertaalprobleem en kunnen op verschillende manieren vertaald worden. Silvie gaf in haar artikel in de vorige Vertalersnieuws al een overzicht van de strategieën van Diederik Grit. De keuze voor een bepaalde vertaalstrategie hangt vaak samen met de functie van de vertaling. De functie van de doeltekst in de doelcultuur hoeft niet altijd dezelfde te zijn als de functie van de brontekst in de broncultuur. Dit is echter wel vaak het geval bij literaire vertalingen.
Peter Newmark onderscheidt twee soorten vertalingen: communicatieve vertalingen en semantische vertalingen. Communicatieve vertalingen proberen het effect van de vertaling zo dicht mogelijk te houden bij het effect dat de brontekst had op zijn lezers. Technische teksten worden vaak op deze manier vertaald. Semantische vertalingen proberen de contextuele betekenis van het origineel over te brengen, zover de semantische en syntactische structuur van de doeltaal dat toelaat (Newmark). Hier vallen literaire teksten vaak onder.
Handhaving versus vervanging
In communicatieve vertalingen krijgt de betekenis van de brontekst het meeste gewicht, terwijl in semantische vertalingen de nadruk ligt op de manier waarop de boodschap wordt overgebracht. Een vertaler moet dus kiezen waar hij de meeste nadruk op wil leggen. Hij moet zijn vertaalstrategie bepalen. De vertaler heeft voor het vertalen van het cultuurspecifieke element de keus uit methoden in twee categorieën. In de ene categorie behoudt hij het cse, bijvoorbeeld door het brontaalelement te handhaven of een leenvertaling te gebruiken. In de andere categorie vervangt hij het cse door een woord of frase uit de doeltaal, bijvoorbeeld met een kernvertaling of een adaptatie van het brontaalwoord.
Cultuurspecifieke elementen bevatten vaak nieuwe informatie voor de doeltaallezer. De vertaler moet een balans zien te vinden in de hoeveelheid uitleg die hij gebruikt voor de cse’s in zijn vertaling. Als de vertaling te veel nieuwe informatie bevat, raakt hij de lezer kwijt, maar als er niet genoeg nieuwe informatie is ook. Weinig uitleg zorgt wel voor een vloeiendere tekst, omdat er minder onderbrekingen zijn, maar heeft als nadeel dat de lezer het cultuurspecifieke element mogelijk niet begrijpt. Onvertaalde woorden zonder uitleg gebruiken is echter niet altijd een tekortkoming van de vertaalde tekst. Vertalen is juist een culturele activiteit waarbij taalkundige mogelijkheden kunnen worden uitgebreid door leenwoorden aan de doeltaal toe te voegen (Tymoczko).
De woordenlijst
Zoals ik in mijn vorige artikel schreef, is bij Afrikaanse schrijvers de invloed van hun moedertaal vaak terug te vinden in de tekst, met name in hun gebruik van cultuurspecifieke elementen. Dit is een typisch kenmerk van postkoloniale literatuur. Volgens Raoul Granqvist willen Afrikaanse schrijvers graag begrepen en gezien worden. Om deze reden gebruiken ze vaak voetnoten en cursiveren ze de woorden uit hun moedertaal, die soms ook worden opgenomen in een woordenlijst aan het begin of eind van het boek.
Chinua Achebe gebruikt in zijn roman Things Fall Apart zowel cursivering als een woordenlijst, zoals ‘udu: a type of drum made from pottery’. Hierdoor wordt de lezer eigenlijk op twee manieren opgehouden in zijn leesproces. Het gecursiveerde woord springt er direct uit en de betekenis moet worden opgezocht op een andere locatie in het boek. Maar er zijn ook niet-gecursiveerde woorden opgenomen in de lijst. Dit zijn dan vaak geen Afrikaanstalige, maar Engelse woorden, die een extra uitleg krijgen in de Afrikaanse context, zoals ‘palm oil: used in cooking and for preparing food, also a major cash crop exported to Europe’.
Naast woordenlijsten gebruiken Afrikaanse schrijvers soms een korte uitleg in de lopende tekst. Buchi Emecheta gebruikt in haar roman Joys of Motherhood een handhavende strategie met korte uitleg in de tekst: ‘He ... paid ten shillings towards his esusu, a kind of savings among friends whereby each member of the group collected contributions in turn’. De vertaler kan ervoor kiezen deze strategie over te nemen in zijn vertaling, maar dat hoeft natuurlijk niet. In de Zweedse vertaling van Things Fall Apart heeft de vertaler ervoor gekozen om de woordenlijst weg te laten en deze te incorporeren in de tekst zelf. Daarnaast heeft hij in zijn vertaling de Igbo woorden, die in het origineel gecursiveerd waren, niet gecursiveerd, omdat cursivering de lezer zou afleiden van de tekst.
De vertaler hoeft de strategie van de schrijver dus niet over te nemen. Maar als je de strategiekeuze van de schrijver bekijkt in het licht van de discussie over welke taal te gebruiken voor Afrikaanse literatuur, dan zie je dat de schrijver die keuze bewust heeft gemaakt. Chinua Achebe, voorstander van het gebruik van de koloniale talen, heeft gekozen voor cursivering en een woordenlijst ter verduidelijking. Ngugi wa Thiong’o, voorstander van het gebruik van Afrikaanse talen, heeft er in zijn roman A Grain of Wheat echter voor gekozen om geen uitleg te geven van de termen in het Kikuyu. Een duidelijk statement en een bewuste keuze. De vraag is of je daar als vertaler van af moet wijken.
Bronnen
Granqvist, Raoul. J. “A Postcolonial Grammar of Translation: Chinua Achebe’s Things Fall Apart as a Metonymic Text.” In: Overvold, Angelina E., Richard K. Priebe and Louis Tremaine, eds. The Creative Circle. Artist, Critic and Translator in African literature. Asmara: Africa World Press, Inc., 2003. 59-71.
Newmark, Peter. Approaches to translation. Oxford: Pergamom Press, 1981.
Tymoczko, Maria. “Post-colonial writing and literary translation.” In: Susan Bassnett and Harish Trivedi, eds. Post-colonial Translation. Theory and Practice. London: Routledge, 1999. 19-40.
In mijn laatste artikel over de vertaalproblemen van Afrikaanse literatuur heb ik het gehad over de problemen die ontstaan door geafrikaniseerd taalgebruik, bijvoorbeeld door semantische verschuivingen en een afwijkende zinsstructuur. Maar soms bestaat er in de doeltaal geen equivalent van het woord uit de brontaal en bevindt het vertaalprobleem zich op cultureel niveau. Dergelijke woorden worden ook wel cultuurspecifieke elementen (cse’s) of realia genoemd.
Cultuurspecifieke elementen, zoals namen van lokale organisaties, straten en historische figuren, zijn een veelvoorkomend vertaalprobleem en kunnen op verschillende manieren vertaald worden. Silvie gaf in haar artikel in de vorige Vertalersnieuws al een overzicht van de strategieën van Diederik Grit. De keuze voor een bepaalde vertaalstrategie hangt vaak samen met de functie van de vertaling. De functie van de doeltekst in de doelcultuur hoeft niet altijd dezelfde te zijn als de functie van de brontekst in de broncultuur. Dit is echter wel vaak het geval bij literaire vertalingen.
Peter Newmark onderscheidt twee soorten vertalingen: communicatieve vertalingen en semantische vertalingen. Communicatieve vertalingen proberen het effect van de vertaling zo dicht mogelijk te houden bij het effect dat de brontekst had op zijn lezers. Technische teksten worden vaak op deze manier vertaald. Semantische vertalingen proberen de contextuele betekenis van het origineel over te brengen, zover de semantische en syntactische structuur van de doeltaal dat toelaat (Newmark). Hier vallen literaire teksten vaak onder.
Handhaving versus vervanging
In communicatieve vertalingen krijgt de betekenis van de brontekst het meeste gewicht, terwijl in semantische vertalingen de nadruk ligt op de manier waarop de boodschap wordt overgebracht. Een vertaler moet dus kiezen waar hij de meeste nadruk op wil leggen. Hij moet zijn vertaalstrategie bepalen. De vertaler heeft voor het vertalen van het cultuurspecifieke element de keus uit methoden in twee categorieën. In de ene categorie behoudt hij het cse, bijvoorbeeld door het brontaalelement te handhaven of een leenvertaling te gebruiken. In de andere categorie vervangt hij het cse door een woord of frase uit de doeltaal, bijvoorbeeld met een kernvertaling of een adaptatie van het brontaalwoord.
Cultuurspecifieke elementen bevatten vaak nieuwe informatie voor de doeltaallezer. De vertaler moet een balans zien te vinden in de hoeveelheid uitleg die hij gebruikt voor de cse’s in zijn vertaling. Als de vertaling te veel nieuwe informatie bevat, raakt hij de lezer kwijt, maar als er niet genoeg nieuwe informatie is ook. Weinig uitleg zorgt wel voor een vloeiendere tekst, omdat er minder onderbrekingen zijn, maar heeft als nadeel dat de lezer het cultuurspecifieke element mogelijk niet begrijpt. Onvertaalde woorden zonder uitleg gebruiken is echter niet altijd een tekortkoming van de vertaalde tekst. Vertalen is juist een culturele activiteit waarbij taalkundige mogelijkheden kunnen worden uitgebreid door leenwoorden aan de doeltaal toe te voegen (Tymoczko).
De woordenlijst
Zoals ik in mijn vorige artikel schreef, is bij Afrikaanse schrijvers de invloed van hun moedertaal vaak terug te vinden in de tekst, met name in hun gebruik van cultuurspecifieke elementen. Dit is een typisch kenmerk van postkoloniale literatuur. Volgens Raoul Granqvist willen Afrikaanse schrijvers graag begrepen en gezien worden. Om deze reden gebruiken ze vaak voetnoten en cursiveren ze de woorden uit hun moedertaal, die soms ook worden opgenomen in een woordenlijst aan het begin of eind van het boek.
Chinua Achebe gebruikt in zijn roman Things Fall Apart zowel cursivering als een woordenlijst, zoals ‘udu: a type of drum made from pottery’. Hierdoor wordt de lezer eigenlijk op twee manieren opgehouden in zijn leesproces. Het gecursiveerde woord springt er direct uit en de betekenis moet worden opgezocht op een andere locatie in het boek. Maar er zijn ook niet-gecursiveerde woorden opgenomen in de lijst. Dit zijn dan vaak geen Afrikaanstalige, maar Engelse woorden, die een extra uitleg krijgen in de Afrikaanse context, zoals ‘palm oil: used in cooking and for preparing food, also a major cash crop exported to Europe’.
Naast woordenlijsten gebruiken Afrikaanse schrijvers soms een korte uitleg in de lopende tekst. Buchi Emecheta gebruikt in haar roman Joys of Motherhood een handhavende strategie met korte uitleg in de tekst: ‘He ... paid ten shillings towards his esusu, a kind of savings among friends whereby each member of the group collected contributions in turn’. De vertaler kan ervoor kiezen deze strategie over te nemen in zijn vertaling, maar dat hoeft natuurlijk niet. In de Zweedse vertaling van Things Fall Apart heeft de vertaler ervoor gekozen om de woordenlijst weg te laten en deze te incorporeren in de tekst zelf. Daarnaast heeft hij in zijn vertaling de Igbo woorden, die in het origineel gecursiveerd waren, niet gecursiveerd, omdat cursivering de lezer zou afleiden van de tekst.
De vertaler hoeft de strategie van de schrijver dus niet over te nemen. Maar als je de strategiekeuze van de schrijver bekijkt in het licht van de discussie over welke taal te gebruiken voor Afrikaanse literatuur, dan zie je dat de schrijver die keuze bewust heeft gemaakt. Chinua Achebe, voorstander van het gebruik van de koloniale talen, heeft gekozen voor cursivering en een woordenlijst ter verduidelijking. Ngugi wa Thiong’o, voorstander van het gebruik van Afrikaanse talen, heeft er in zijn roman A Grain of Wheat echter voor gekozen om geen uitleg te geven van de termen in het Kikuyu. Een duidelijk statement en een bewuste keuze. De vraag is of je daar als vertaler van af moet wijken.
Bronnen
Granqvist, Raoul. J. “A Postcolonial Grammar of Translation: Chinua Achebe’s Things Fall Apart as a Metonymic Text.” In: Overvold, Angelina E., Richard K. Priebe and Louis Tremaine, eds. The Creative Circle. Artist, Critic and Translator in African literature. Asmara: Africa World Press, Inc., 2003. 59-71.
Newmark, Peter. Approaches to translation. Oxford: Pergamom Press, 1981.
Tymoczko, Maria. “Post-colonial writing and literary translation.” In: Susan Bassnett and Harish Trivedi, eds. Post-colonial Translation. Theory and Practice. London: Routledge, 1999. 19-40.
vrijdag 1 november 2013
De vertaalproblemen van Afrikaanse literatuur: geafrikaniseerd taalgebruik
Door Marthe Dijk
In mijn artikel over Afrikaanse literatuur in de vorige editie van Vertalersnieuws heb ik de discussie over de taalkeuze besproken. Chinua Achebe staat aan de kant van de koloniale talen, terwijl Ngugi wa Thiong´o juist voor het gebruik van Afrikaanse talen is. Ngugi noemt het schrijven in de koloniale talen zelfs neokolonialisme. Achebe stelt daar tegenover dat het op zijn manier gebruiken van de koloniale talen juist een gevoel van vrijheid geeft. Het resultaat is een geafrikaniseerde Europese taal, onder meer door het toevoegen van grammaticale en lexicale eigenschappen van de onderliggende Afrikaanse talen aan de koloniale taal. Twee voorbeelden hiervan zijn het verbreden van de betekenis van woorden en het veranderen van de zinsstructuur.
Semantische verschuiving
De betekenisverandering of semantische verschuiving van woorden zorgt voor het eerste vertaalprobleem. De betekenis van een woord of concept in de Europese taal wordt uitgebreid om ook de betekenis van dit woord in de Afrikaanse context uit te drukken. De Europese lezer is niet bekend met deze nieuwe betekenis. In sommige gevallen zal de nieuwe betekenis uit de context gehaald kunnen worden. Zo kan een woord als `schaamte´ bijvoorbeeld ook `bescheidenheid´ betekenen. Dit is slechts een subtiele verschuiving, maar minder subtiele verschuivingen komen ook voor. Het is aan de vertaler om een vertaalstrategie te bepalen.
Er zijn twee opties die de vertaler heeft voor het vertalen van semantische verschuivingen. De vertaler zou de betreffende frase kunnen vertalen met een idiomatische frase uit de doeltaal, maar de vertaler kan er ook voor kiezen om de frase net zo gemarkeerd te vertalen als deze frase ook is in de brontaal. Dit laatste is dezelfde strategie die de schrijver zelf al heeft toegepast toen hij de tekst schreef in de koloniale taal, omdat de auteur de tekst in zijn hoofd al heeft omgezet vanuit zijn moedertaal in de koloniale taal. Dit wordt ook wel vertalen zonder brontekst genoemd. Het is belangrijk dat de vertaler zich bewust is van de mogelijkheid van semantische verschuivingen in de Afrikaanse context.
In het boek The Voice van de Nigeriaanse schrijver Gabriel Okara komen meerdere aspecten van geafrikaniseerd taalgebruik voor. Semantische verschuiving is daar een van. In zijn artikel bespreekt Ebi Yeibo de volgende zin: `What I do with my money does not touch you.´ De betekenis van het werkwoord `to touch´ is in deze zin uitgebreid met de betekenis `to concern´. Een gemarkeerde vertaling zou in dit geval kunnen zijn: `Wat ik doe met mijn geld raakt jou niet.´ Aan de andere kant is ook een idiomatische vertaling mogelijk: `Wat ik doe met mijn geld gaat jou niet aan.´
Spreekwoorden
Een ander voorbeeld waarin de onderliggende Afrikaanse taal terug te vinden is in de koloniale taal zijn spreekwoorden. In veel Afrikaanse talen zijn spreekwoorden een essentieel onderdeel van het taalgebruik. Schrijvers vertalen vaak het spreekwoord uit hun moedertaal één op één naar de koloniale taal. Als je al deze spreekwoorden ook daadwerkelijk vertaalt naar het Nederlands, zal het voor een Nederlandse tekst waarschijnlijk een beetje veel lijken, omdat wij spreekwoorden minder frequent gebruiken. Maar aan de andere kant zorgen juist deze spreekwoorden wel voor de Afrikaanse context.
Opnieuw heeft de vertaler de keuze tussen twee hoofdstrategieën. De vertaler kan ervoor kiezen om de spreekwoorden één op één te vertalen, net als de schrijver van het origineel heeft gedaan. Maar de vertaler kan ook een equivalent van het spreekwoord zoeken in de doeltaal. Met andere woorden, de vertaler moet een keuze maken tussen exotiseren en naturaliseren. In de postkoloniale vertaalwetenschap is er veel onderzoek gedaan naar de keuze van vertalers. In de meeste gevallen koos de vertaler ervoor om de tekst te normaliseren, met uitzondering van dialogen, waar meer gemarkeerde vertalingen te vinden zijn. Kathryn Woodham spreekt dan ook van rekoloniseren. Critici zien liever een meer exotiserende strategie door zoveel mogelijk de eigenschappen van de brontekst te behouden.
In Things Fall Apart van Chinua Achebe wordt veelvuldig gebruik gemaakt van spreekwoorden en metaforen. Slechts enkele voorbeelden zijn: `He who brings kola brings life,´ `A chick that will grow into a cock can be spotted the very day it hatches,´ en `A baby on its mother´s back does not know that the way is long.´ Een equivalent in het Nederlands komt mij niet een-twee-drie boven. Een meer letterlijke vertaling zal de Afrikaanse context bewaren en zorgt ervoor dat de frase net zo gemarkeerd blijft als in de brontekst.
De keuze van de vertaler
Invloeden van Afrikaanse talen zijn dus zichtbaar in het gebruik van de koloniale talen, met name op het gebied van de semantiek en de grammatica. Het resultaat is een geafrikaniseerde Europese taal. Woordbetekenissen worden verbreed, zinsstructuren worden aangepast en uitdrukkingen worden toegevoegd. Dit zijn allemaal gemarkeerde veranderingen. De vertaler moet kiezen tussen een idiomatische vertaling van de tekst, meer richting de doeltaal, of een gemarkeerde vertaling van de tekst, meer richting de brontaal en de onderliggende Afrikaanse taal, waarbij de uitdrukkingen in de doeltaal net zo vreemd zijn als de uitdrukkingen in de brontaal.
Omdat het boek dat is geschreven in de koloniale taal een vertaling is zonder brontekst, heeft de auteur al verschillende strategieën toegepast. De vertaler kan ervoor kiezen deze strategieën over te nemen of een andere strategie toe te passen, exotiserend dan wel naturaliserend. De vertaler moet echter wel onthouden dat de Afrikaanse schrijver al bewuste keuzes heeft gemaakt. Een al te naturaliserende aanpak zal dus niet altijd gewaardeerd worden.
Bronnen
Fioupou, Christiane. “Translating Pidgin English, Rotten English and Ubuesque English into French.”
Gullin, Christina. “Translation on Trial: Nadine Gordimer in Swedish.”
Woodham, Kathryn. “Linguistic Decolonisation and Recolonisation? Fluent Translation Strategies in the Context of Francophone African Literature.”
Allen in: Granqvist, Raoul. J., ed. Writing Back in/and Translation. Wien: Peter Lang, 2006.
Gyasi, Kwaku A. “Writing as Translation: African Literature and the Challenges of Translation.” Research in African Literatures 30.2 (1999): 75-87.
Igboanusi, Herbert. “The Igbo Tradition in the Nigerian Novel.” African Study Monographs 22.2 (2001): 53-72.
Yeibo, Ebi. “Nativization of English in African Literary Texts: a Lexico-semantic Study of Transliteration in Gabriel Okara´s The Voice.” International Journal of Humanities and Social Science 1.13 (2011): 202-8.
In mijn artikel over Afrikaanse literatuur in de vorige editie van Vertalersnieuws heb ik de discussie over de taalkeuze besproken. Chinua Achebe staat aan de kant van de koloniale talen, terwijl Ngugi wa Thiong´o juist voor het gebruik van Afrikaanse talen is. Ngugi noemt het schrijven in de koloniale talen zelfs neokolonialisme. Achebe stelt daar tegenover dat het op zijn manier gebruiken van de koloniale talen juist een gevoel van vrijheid geeft. Het resultaat is een geafrikaniseerde Europese taal, onder meer door het toevoegen van grammaticale en lexicale eigenschappen van de onderliggende Afrikaanse talen aan de koloniale taal. Twee voorbeelden hiervan zijn het verbreden van de betekenis van woorden en het veranderen van de zinsstructuur.
Semantische verschuiving
De betekenisverandering of semantische verschuiving van woorden zorgt voor het eerste vertaalprobleem. De betekenis van een woord of concept in de Europese taal wordt uitgebreid om ook de betekenis van dit woord in de Afrikaanse context uit te drukken. De Europese lezer is niet bekend met deze nieuwe betekenis. In sommige gevallen zal de nieuwe betekenis uit de context gehaald kunnen worden. Zo kan een woord als `schaamte´ bijvoorbeeld ook `bescheidenheid´ betekenen. Dit is slechts een subtiele verschuiving, maar minder subtiele verschuivingen komen ook voor. Het is aan de vertaler om een vertaalstrategie te bepalen.
Er zijn twee opties die de vertaler heeft voor het vertalen van semantische verschuivingen. De vertaler zou de betreffende frase kunnen vertalen met een idiomatische frase uit de doeltaal, maar de vertaler kan er ook voor kiezen om de frase net zo gemarkeerd te vertalen als deze frase ook is in de brontaal. Dit laatste is dezelfde strategie die de schrijver zelf al heeft toegepast toen hij de tekst schreef in de koloniale taal, omdat de auteur de tekst in zijn hoofd al heeft omgezet vanuit zijn moedertaal in de koloniale taal. Dit wordt ook wel vertalen zonder brontekst genoemd. Het is belangrijk dat de vertaler zich bewust is van de mogelijkheid van semantische verschuivingen in de Afrikaanse context.
In het boek The Voice van de Nigeriaanse schrijver Gabriel Okara komen meerdere aspecten van geafrikaniseerd taalgebruik voor. Semantische verschuiving is daar een van. In zijn artikel bespreekt Ebi Yeibo de volgende zin: `What I do with my money does not touch you.´ De betekenis van het werkwoord `to touch´ is in deze zin uitgebreid met de betekenis `to concern´. Een gemarkeerde vertaling zou in dit geval kunnen zijn: `Wat ik doe met mijn geld raakt jou niet.´ Aan de andere kant is ook een idiomatische vertaling mogelijk: `Wat ik doe met mijn geld gaat jou niet aan.´
Spreekwoorden
Een ander voorbeeld waarin de onderliggende Afrikaanse taal terug te vinden is in de koloniale taal zijn spreekwoorden. In veel Afrikaanse talen zijn spreekwoorden een essentieel onderdeel van het taalgebruik. Schrijvers vertalen vaak het spreekwoord uit hun moedertaal één op één naar de koloniale taal. Als je al deze spreekwoorden ook daadwerkelijk vertaalt naar het Nederlands, zal het voor een Nederlandse tekst waarschijnlijk een beetje veel lijken, omdat wij spreekwoorden minder frequent gebruiken. Maar aan de andere kant zorgen juist deze spreekwoorden wel voor de Afrikaanse context.
Opnieuw heeft de vertaler de keuze tussen twee hoofdstrategieën. De vertaler kan ervoor kiezen om de spreekwoorden één op één te vertalen, net als de schrijver van het origineel heeft gedaan. Maar de vertaler kan ook een equivalent van het spreekwoord zoeken in de doeltaal. Met andere woorden, de vertaler moet een keuze maken tussen exotiseren en naturaliseren. In de postkoloniale vertaalwetenschap is er veel onderzoek gedaan naar de keuze van vertalers. In de meeste gevallen koos de vertaler ervoor om de tekst te normaliseren, met uitzondering van dialogen, waar meer gemarkeerde vertalingen te vinden zijn. Kathryn Woodham spreekt dan ook van rekoloniseren. Critici zien liever een meer exotiserende strategie door zoveel mogelijk de eigenschappen van de brontekst te behouden.
In Things Fall Apart van Chinua Achebe wordt veelvuldig gebruik gemaakt van spreekwoorden en metaforen. Slechts enkele voorbeelden zijn: `He who brings kola brings life,´ `A chick that will grow into a cock can be spotted the very day it hatches,´ en `A baby on its mother´s back does not know that the way is long.´ Een equivalent in het Nederlands komt mij niet een-twee-drie boven. Een meer letterlijke vertaling zal de Afrikaanse context bewaren en zorgt ervoor dat de frase net zo gemarkeerd blijft als in de brontekst.
De keuze van de vertaler
Invloeden van Afrikaanse talen zijn dus zichtbaar in het gebruik van de koloniale talen, met name op het gebied van de semantiek en de grammatica. Het resultaat is een geafrikaniseerde Europese taal. Woordbetekenissen worden verbreed, zinsstructuren worden aangepast en uitdrukkingen worden toegevoegd. Dit zijn allemaal gemarkeerde veranderingen. De vertaler moet kiezen tussen een idiomatische vertaling van de tekst, meer richting de doeltaal, of een gemarkeerde vertaling van de tekst, meer richting de brontaal en de onderliggende Afrikaanse taal, waarbij de uitdrukkingen in de doeltaal net zo vreemd zijn als de uitdrukkingen in de brontaal.
Omdat het boek dat is geschreven in de koloniale taal een vertaling is zonder brontekst, heeft de auteur al verschillende strategieën toegepast. De vertaler kan ervoor kiezen deze strategieën over te nemen of een andere strategie toe te passen, exotiserend dan wel naturaliserend. De vertaler moet echter wel onthouden dat de Afrikaanse schrijver al bewuste keuzes heeft gemaakt. Een al te naturaliserende aanpak zal dus niet altijd gewaardeerd worden.
Bronnen
Fioupou, Christiane. “Translating Pidgin English, Rotten English and Ubuesque English into French.”
Gullin, Christina. “Translation on Trial: Nadine Gordimer in Swedish.”
Woodham, Kathryn. “Linguistic Decolonisation and Recolonisation? Fluent Translation Strategies in the Context of Francophone African Literature.”
Allen in: Granqvist, Raoul. J., ed. Writing Back in/and Translation. Wien: Peter Lang, 2006.
Gyasi, Kwaku A. “Writing as Translation: African Literature and the Challenges of Translation.” Research in African Literatures 30.2 (1999): 75-87.
Igboanusi, Herbert. “The Igbo Tradition in the Nigerian Novel.” African Study Monographs 22.2 (2001): 53-72.
Yeibo, Ebi. “Nativization of English in African Literary Texts: a Lexico-semantic Study of Transliteration in Gabriel Okara´s The Voice.” International Journal of Humanities and Social Science 1.13 (2011): 202-8.
vrijdag 4 oktober 2013
Afrikaanse literatuur, wat is dat?
Door Marthe Dijk
Elke te vertalen tekst brengt bepaalde vertaalproblemen met zich mee. Het ene probleem is sneller opgelost dan het andere. Sommige problemen zijn specifiek voor de tekst, andere zijn veelvoorkomend in het genre van de tekst. Het vertalen van literatuur kent andere problemen dan het vertalen van een juridisch stuk. Literatuur zelf kan ook weer opgedeeld worden in kleinere groepen. In de komende edities van Vertalersnieuws zal ik ingaan op de specifieke vertaalproblemen van Afrikaanse literatuur. Nu zal ik eerst het begrip ‘Afrikaanse literatuur’ verder toelichten.
Afrikaanse literatuur is een begrip waar helaas geen eenduidige definitie voor te geven is. Is het literatuur uit Afrika? Veel schrijvers wonen niet in Afrika, maar hebben nog wel een Afrikaanse nationaliteit. Literatuur over Afrika? Dit zou betekenen dat een verhaal geschreven door een Afrikaanse auteur dat zich afspeelt buiten Afrika niet zou vallen onder Afrikaanse literatuur. Literatuur geschreven in een Afrikaanse taal? De meeste boeken worden geschreven in het Engels of het Frans, de koloniale talen. Enige verheldering is dus van toepassing.
Het is duidelijk dat een omschrijving van het begrip Afrikaanse literatuur niet makkelijk te geven is. Dit heeft onder andere te maken met het koloniale verleden, de geografische oppervlakte van het gebied en het enorme aantal Afrikaanse talen. Al deze factoren spelen een rol bij de vertaalproblemen van Afrikaanse literatuur. In de volgende editie zal ik verder ingaan op deze specifieke vertaalproblemen.
Bronnen
Achebe, Chinua. “English and the African Writer.” Transition 18 (1965): 27-30.
Bossema, Wim. “Ngugi: 'Jullie laten onze Afrikaanse talen doodgaan!'” de Volkskrant, 23 juli 2013.
Gyasi, Kwaku A. “Translation as a Postcolonial Practice: the African Writer as Translator.” In: Granqvist, Raoul. J., ed. Writing Back in/and Translation. Wien: Peter Lang, 2006. 103-18.
Elke te vertalen tekst brengt bepaalde vertaalproblemen met zich mee. Het ene probleem is sneller opgelost dan het andere. Sommige problemen zijn specifiek voor de tekst, andere zijn veelvoorkomend in het genre van de tekst. Het vertalen van literatuur kent andere problemen dan het vertalen van een juridisch stuk. Literatuur zelf kan ook weer opgedeeld worden in kleinere groepen. In de komende edities van Vertalersnieuws zal ik ingaan op de specifieke vertaalproblemen van Afrikaanse literatuur. Nu zal ik eerst het begrip ‘Afrikaanse literatuur’ verder toelichten.
Afrikaanse literatuur is een begrip waar helaas geen eenduidige definitie voor te geven is. Is het literatuur uit Afrika? Veel schrijvers wonen niet in Afrika, maar hebben nog wel een Afrikaanse nationaliteit. Literatuur over Afrika? Dit zou betekenen dat een verhaal geschreven door een Afrikaanse auteur dat zich afspeelt buiten Afrika niet zou vallen onder Afrikaanse literatuur. Literatuur geschreven in een Afrikaanse taal? De meeste boeken worden geschreven in het Engels of het Frans, de koloniale talen. Enige verheldering is dus van toepassing.
Koloniaal erfgoed
In de eerste postkoloniale jaren werd er voornamelijk in het Engels of Frans geschreven door Afrikaanse schrijvers die in Europa of de VS hadden gestudeerd. Hun teksten waren een antwoord op Europese schrijvers en critici. Maar al snel ontstond er een tegenbeweging, onder leiding van Ngugi wa Thiong’o, die vond dat het schrijven in de koloniale talen een vorm was van neokolonialisme en dat literatuur geschreven in een Europese taal moest vallen onder Europese literatuur. Zij propageerden het gebruik van Afrikaanse talen. Hier was Chinua Achebe, `de vader van de Afrikaanse literatuur´, het niet mee eens. Achebe schrijft in het Engels, maar zegt dat hij het Engels aanpast aan zijn Afrikaanse achtergrond door deze Europese taal te doorspekken met Afrikaanse cultuur en Afrikaanse begrippen. Op deze manier kan hij de taal gebruiken voor zijn creatieve uitingen. Hierdoor zijn het Engels en het Frans in dit geval geen Europese talen meer, maar worden het Afrikaanse talen.Het doelpubliek
In de discussie over de meest geschikte taal voor Afrikaanse literatuur speelt ook een tweede overweging, namelijk het doelpubliek van de tekst. Nederlandse literatuur wordt voornamelijk geschreven voor Nederlanders. Maar Afrika is geen land. Het is een continent waar meer dan 2.000 talen gesproken worden. Als Afrikaanse literatuur geschreven moet worden voor een Afrikaans publiek, in welke taal schrijf je dan? Ook al zijn het Engels of het Frans van oorsprong geen Afrikaanse talen, met deze talen bereik je waarschijnlijk wel het grootste Afrikaanse publiek.De schrijver als vertaler
Daarnaast moet rekening worden gehouden met het feit dat schrijvers die ervoor hebben gekozen om in het Engels of het Frans te schrijven, zeer waarschijnlijk niet in hun moedertaal schrijven. Zij zullen het verhaal dat zij in hun hoofd hebben geformuleerd direct moeten omzetten in een andere taal. Kwaku Gyasi noemt dit ook wel vertalen zonder brontekst. De schrijvers hebben dus al bepaalde strategieën toegepast om hun verhaal in de doeltaal te laten passen. Hier kan een vertaler gebruik van maken. Daarbij moet de vertaler volgens Gyasi niet alleen taalkundige kennis bezitten, maar de context van de Afrikaanse literaire tekst ook kunnen begrijpen.Het is duidelijk dat een omschrijving van het begrip Afrikaanse literatuur niet makkelijk te geven is. Dit heeft onder andere te maken met het koloniale verleden, de geografische oppervlakte van het gebied en het enorme aantal Afrikaanse talen. Al deze factoren spelen een rol bij de vertaalproblemen van Afrikaanse literatuur. In de volgende editie zal ik verder ingaan op deze specifieke vertaalproblemen.
Bronnen
Achebe, Chinua. “English and the African Writer.” Transition 18 (1965): 27-30.
Bossema, Wim. “Ngugi: 'Jullie laten onze Afrikaanse talen doodgaan!'” de Volkskrant, 23 juli 2013.
Gyasi, Kwaku A. “Translation as a Postcolonial Practice: the African Writer as Translator.” In: Granqvist, Raoul. J., ed. Writing Back in/and Translation. Wien: Peter Lang, 2006. 103-18.
Abonneren op:
Posts (Atom)