Posts tonen met het label cultuur vertalen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cultuur vertalen. Alle posts tonen

vrijdag 22 augustus 2014

Het nut van glossy’s

Door Nelleke Faivre-Piguillet

Jaren geleden, tijdens mijn studie Franse taal- en letterkunde, volgde ik het vak connotations culturelles waarin aan de hand van allerlei situaties werd uitgelegd hoe belangrijk kennis van de cultuur van een land is. De lessen waren vooral toegespitst op het bedrijfsleven en daarnaast leerden we door het analyseren van situaties uit het dagelijks leven veel over de non-dits van de Franse cultuur. Zo herinner ik me een les waarin we vleesreclames vergeleken en er een wereld van verschil bleek te zijn tussen verpakkingen in beide landen: in het – traditioneel rurale – Frankrijk ziet de klant graag blakende biggen en vrolijke koeien op een pak worstjes, terwijl de Nederlander daar helemaal niet mee geconfronteerd wil worden en een sobere verpakking verwacht. Een gegeven waar bij het exporteren duidelijk rekening mee moet worden gehouden.

De context van taalgebruik

Dat belang van achtergrondkennis geldt net zo goed voor de vertaalsector. Letterlijk vertalen is zeker niet altijd wenselijk. Soms kun je volledig de plank misslaan, zoals bij een Frans-Nederlandse vertaling die ik ooit corrigeerde over een technische bouwinspectie. Deze tekst ging in het bijzonder over de vestiging in de plaats P., die in het Frans werd aangeduid als Antenne P. Doordat de vertaler alleen de standaardbetekenis van antenne kende ging het document ineens over de inspectie van antennes. Voor een Fransman of near-native corrector is de strekking meteen duidelijk; kennis van de context van taalgebruik is dus essentieel.

Meer dan alleen een opleiding nodig

Naar mijn inzicht is een afgeronde vertaalopleiding of universitaire talenstudie niet voldoende om een taal op dit niveau te beheersen. Een langdurig/regelmatig verblijf in het land in kwestie tussen natives voegt een nieuwe dimensie toe aan de schoolse taalkennis. Aangezien niet iedere vertaler permanent in het buitenland kan verblijven is het in ieder geval aan te raden om ‘ondergedompeld’ te blijven in de taal en cultuur van je tweede taal via de media, persoonlijke en zakelijke contacten met native speakers etc.

Bladen lezen

Aangezien ik regelmatig vertaal voor internationale kledingketens merk ik bijvoorbeeld dat het regelmatig lezen van Franse damesbladen als Elle of Glamour mij helpt de juiste toon te vinden om het gewenste publiek aan te spreken. Modetermen zijn erg vluchtig en staan zeker niet vermeld in de schoolboeken. Op die manier kwam ik er ook achter dat ook Franse twintigers gewend zijn om met vous te worden aangesproken, dat kun je je in een Nederlandse mail van een trendy modezaak niet voorstellen. Dit voorbeeld geldt net zo goed voor vele andere vertaalspecialismen als toerisme, marketing en handleidingen.

Hoe het niet moet

Toch kwam ik laatst ook een uitzondering op deze logica tegen bij het doorbladeren van de vertaalde versie van een Waals kwartaalblad. Het Frans was daar zo letterlijk vertaald dat de zinswendingen op de gemiddelde Nederlander erg gekunsteld overkomen. Ter afsluiting een kleine selectie leuke zinswendingen:

“Luxe herken je aan de zin voor het detail”
“Door zijn situatie is Wallonië trouwens dicht bij al zijn buren”
“De kans is groot dat u gecharmeerd wordt door dit dorpje”
“Dit vormelijke vocabulaire is niet eindeloos. We denken dat het net zo zinvol is om het object een andere richting uit te sturen.”

--
Nelleke Faivre-Piguillet is tolk en vertaalster Frans-Nederlands en geeft Franse les. Ze heeft onder meer een profiel op LinkedIn.

maandag 2 juni 2014

Iemand begroeten: het belang van de etnografie van de communicatie

Door Marthe Dijk

Als twee mensen elkaar iets willen meedelen, wordt vaak taal gebruikt. Bijvoorbeeld: ‘Kun je mij nog wat wijn bijschenken?’ Maar taal is zeker niet het enige communicatiemiddel. Degene die meer wijn wil, kan ook zijn glas ophouden. Beide mogelijkheden komen regelmatig voor aan Nederlandse eettafels. Deze manier van communiceren is echter lang niet overal gebruikelijk. Als vertalers zijn we veelal op taal gericht, maar er zijn heel veel culturele factoren die bijdragen aan wat en hoe er gecommuniceerd wordt. Deze worden beschreven in de etnografie van de communicatie.

Antropologie vs. taalkunde
De etnografie van de communicatie is een combinatie van etnografie en taalkunde. In de etnografie houdt men zich hoofdzakelijk bezig met de beschrijving en analyse van cultuur, en in de taalkunde met de beschrijving en analyse van taal. Bij etnografie van de communicatie wordt er een verband gelegd tussen cultuur, taal en gedachten.

Men was zich al langer bewust van het mogelijke verband tussen cultuur en taal, maar pas in 1962 werd de term etnografie van de communicatie voor het eerst gebruikt door Dell Hymes. Hij sloeg een brug tussen de antropologie en de taalkunde door te stellen dat taal niet los kan worden gezien van hoe en waarom mensen taal gebruiken. Het hoe en waarom dragen juist bij aan een beter begrip van de taal. En taal is onderdeel van cultuur.

De etnografie bestudeert de verschillende competenties van de spreker, zoals taalkundige competentie (ben je als spreker in staat een grammaticaal correcte zin te maken?) en communicatieve competentie (gebruik je als spreker een zin in de juiste context?). Een communicatief competente spreker houdt zich aan bepaalde regels. Je moet weten wanneer je moet spreken, wanneer niet, hoe je een gast moet ontvangen, hoe je moet groeten, wanneer je moet groeten, waarover je mag praten, enzovoort. De belangrijkste vraag binnen de etnografie is: wat moet een spreker weten om gepast te communiceren binnen een bepaalde samenleving, en hoe leert een spreker dat?

Groeten bij de Wolof
In de meeste samenlevingen is een vorm van groeten gebruikelijk, zoals ook bij de Wolof in Senegal. De samenleving van de Wolof is gebaseerd op sociale ongelijkheid. Dit is te zien in de hiërarchische verdeling in sociale groepen. Daarnaast komt het ook naar voren in sociale interacties, zoals groeten. Aan de manier van groeten kun je zien welke relatie de sprekers met elkaar hebben. Bij het groeten moeten de Wolof zich aan een aantal basisregels houden. Als twee mensen elkaar kunnen zien, moeten ze elkaar groeten. Zelfs als iemand moet omlopen om te groeten, moet hij of zij toch groeten. Iedereen binnen de dertig meter moet worden gegroet.

Het centrum van de stad, waar de markt is, is sociaal gezien een lastige plek, omdat er veel mensen zijn en alle mensen binnen dertig meter moeten worden gegroet. Om dit makkelijker te maken is het centrum in verschillende zones ingedeeld, zoals de markt, de waterbron, het gebied rond de moskee, de winkels, enzovoort. Je moet iedereen groeten die zich in dezelfde zone bevindt als jijzelf. Als er in jouw zone geen mensen zijn, dan moet je de mensen in de eerstvolgende zone groeten. Als het heel erg druk is in jouw zone, hoef je slechts de twintig dichtstbijzijnde mensen te groeten.

Groeten bij de Baatombu
In Afrikaanse culturen komt het vaak voor dat er iemand is die vragen stelt, en iemand anders die de vragen beantwoordt. Het hoeft niet altijd zo te zijn dat de ondergeschikte persoon de vragen stelt, zoals bij de Wolof het geval is. Het kan ook andersom. Dit verschilt per cultuur.

Bij de Baatombu uit Benin zijn het de personen met een hogere status die het initiatief nemen tijdens het groeten. De toon van de groet zet de toon voor de rest van het gesprek. De belangrijkste functie van de begroeting is om de relatie tussen twee mensen duidelijk te maken door het gebruik en de keuze van verschillende formuleringen.

Net als bij de Wolof is ook de samenleving van de Baatombu gebaseerd op sociale ongelijkheid. Wanneer twee mensen elkaar ontmoeten, is er altijd sprake van een statusverschil. Als beide sprekers dezelfde sociale status hebben, dan neemt een van de twee de rol aan van iemand met een hogere status. Als twee mensen die willen groeten geen bestaande relatie hebben, dan geeft leeftijd de doorslag. Ook onder familieleden bestaat geen gelijkheid. Zelfs bij tweelingen is er ongelijkheid. Degene die als tweede is geboren, heeft een hogere status, omdat hij de eerste eropuit heeft gestuurd om te verkennen.

Naast woordkeus en status speelt ook lichaamstaal een rol bij het groeten. Wanneer de Baatombu groeten, staan ze iets gebogen en zijn hun knieën gebogen. De ondergeschikte zal altijd lager staan, kijkt zijn meerdere niet direct aan en praat zachter. Hij zal altijd korte standaard antwoorden geven. Degene met de hogere status besluit wanneer hij de begroeting beëindigt. Hij bepaalt hoe lang het gesprek duurt. Hij mag wel de tijd van de ondergeschikte persoon ‘verdoen’, maar de ondergeschikte mag dat nooit bij zijn meerdere doen.

Vertalen maar!
Culturele aspecten, zoals de hierboven beschreven voorbeelden, liggen verborgen in geschreven teksten. Sommige hiervan zijn ook voor de vertaling van belang. Het is aan de vertaler om deze signalen te herkennen en om te zetten naar de doeltaal.


Bronnen
William Foley: Anthropological Linguistics: an introduction
Judith Irvine: ‘Strategies of Status Manipulation in the Wolof Greeting’
Muriel Saville-Troike: The Ethnography Of Communication: an introduction
Wendy Schotman: 'The Daily Ritual of Greeting Among the Baatombu of Benin'