Posts tonen met het label Afrikaanse talen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Afrikaanse talen. Alle posts tonen

vrijdag 1 november 2013

De vertaalproblemen van Afrikaanse literatuur: geafrikaniseerd taalgebruik

Door Marthe Dijk

In mijn artikel over Afrikaanse literatuur in de vorige editie van Vertalersnieuws heb ik de discussie over de taalkeuze besproken. Chinua Achebe staat aan de kant van de koloniale talen, terwijl Ngugi wa Thiong´o juist voor het gebruik van Afrikaanse talen is. Ngugi noemt het schrijven in de koloniale talen zelfs neokolonialisme. Achebe stelt daar tegenover dat het op zijn manier gebruiken van de koloniale talen juist een gevoel van vrijheid geeft. Het resultaat is een geafrikaniseerde Europese taal, onder meer door het toevoegen van grammaticale en lexicale eigenschappen van de onderliggende Afrikaanse talen aan de koloniale taal. Twee voorbeelden hiervan zijn het verbreden van de betekenis van woorden en het veranderen van de zinsstructuur.

Semantische verschuiving
De betekenisverandering of semantische verschuiving van woorden zorgt voor het eerste vertaalprobleem. De betekenis van een woord of concept in de Europese taal wordt uitgebreid om ook de betekenis van dit woord in de Afrikaanse context uit te drukken. De Europese lezer is niet bekend met deze nieuwe betekenis. In sommige gevallen zal de nieuwe betekenis uit de context gehaald kunnen worden. Zo kan een woord als `schaamte´ bijvoorbeeld ook `bescheidenheid´ betekenen. Dit is slechts een subtiele verschuiving, maar minder subtiele verschuivingen komen ook voor. Het is aan de vertaler om een vertaalstrategie te bepalen.

Er zijn twee opties die de vertaler heeft voor het vertalen van semantische verschuivingen. De vertaler zou de betreffende frase kunnen vertalen met een idiomatische frase uit de doeltaal, maar de vertaler kan er ook voor kiezen om de frase net zo gemarkeerd te vertalen als deze frase ook is in de brontaal. Dit laatste is dezelfde strategie die de schrijver zelf al heeft toegepast toen hij de tekst schreef in de koloniale taal, omdat de auteur de tekst in zijn hoofd al heeft omgezet vanuit zijn moedertaal in de koloniale taal. Dit wordt ook wel vertalen zonder brontekst genoemd. Het is belangrijk dat de vertaler zich bewust is van de mogelijkheid van semantische verschuivingen in de Afrikaanse context.

In het boek The Voice van de Nigeriaanse schrijver Gabriel Okara komen meerdere aspecten van geafrikaniseerd taalgebruik voor. Semantische verschuiving is daar een van. In zijn artikel bespreekt Ebi Yeibo de volgende zin: `What I do with my money does not touch you.´ De betekenis van het werkwoord `to touch´ is in deze zin uitgebreid met de betekenis `to concern´. Een gemarkeerde vertaling zou in dit geval kunnen zijn: `Wat ik doe met mijn geld raakt jou niet.´ Aan de andere kant is ook een idiomatische vertaling mogelijk: `Wat ik doe met mijn geld gaat jou niet aan.´

Spreekwoorden
Een ander voorbeeld waarin de onderliggende Afrikaanse taal terug te vinden is in de koloniale taal zijn spreekwoorden. In veel Afrikaanse talen zijn spreekwoorden een essentieel onderdeel van het taalgebruik. Schrijvers vertalen vaak het spreekwoord uit hun moedertaal één op één naar de koloniale taal. Als je al deze spreekwoorden ook daadwerkelijk vertaalt naar het Nederlands, zal het voor een Nederlandse tekst waarschijnlijk een beetje veel lijken, omdat wij spreekwoorden minder frequent gebruiken. Maar aan de andere kant zorgen juist deze spreekwoorden wel voor de Afrikaanse context.

Opnieuw heeft de vertaler de keuze tussen twee hoofdstrategieën. De vertaler kan ervoor kiezen om de spreekwoorden één op één te vertalen, net als de schrijver van het origineel heeft gedaan. Maar de vertaler kan ook een equivalent van het spreekwoord zoeken in de doeltaal. Met andere woorden, de vertaler moet een keuze maken tussen exotiseren en naturaliseren. In de postkoloniale vertaalwetenschap is er veel onderzoek gedaan naar de keuze van vertalers. In de meeste gevallen koos de vertaler ervoor om de tekst te normaliseren, met uitzondering van dialogen, waar meer gemarkeerde vertalingen te vinden zijn. Kathryn Woodham spreekt dan ook van rekoloniseren. Critici zien liever een meer exotiserende strategie door zoveel mogelijk de eigenschappen van de brontekst te behouden.

In Things Fall Apart van Chinua Achebe wordt veelvuldig gebruik gemaakt van spreekwoorden en metaforen. Slechts enkele voorbeelden zijn: `He who brings kola brings life,´ `A chick that will grow into a cock can be spotted the very day it hatches,´ en `A baby on its mother´s back does not know that the way is long.´ Een equivalent in het Nederlands komt mij niet een-twee-drie boven. Een meer letterlijke vertaling zal de Afrikaanse context bewaren en zorgt ervoor dat de frase net zo gemarkeerd blijft als in de brontekst.

De keuze van de vertaler
Invloeden van Afrikaanse talen zijn dus zichtbaar in het gebruik van de koloniale talen, met name op het gebied van de semantiek en de grammatica. Het resultaat is een geafrikaniseerde Europese taal. Woordbetekenissen worden verbreed, zinsstructuren worden aangepast en uitdrukkingen worden toegevoegd. Dit zijn allemaal gemarkeerde veranderingen. De vertaler moet kiezen tussen een idiomatische vertaling van de tekst, meer richting de doeltaal, of een gemarkeerde vertaling van de tekst, meer richting de brontaal en de onderliggende Afrikaanse taal, waarbij de uitdrukkingen in de doeltaal net zo vreemd zijn als de uitdrukkingen in de brontaal.

Omdat het boek dat is geschreven in de koloniale taal een vertaling is zonder brontekst, heeft de auteur al verschillende strategieën toegepast. De vertaler kan ervoor kiezen deze strategieën over te nemen of een andere strategie toe te passen, exotiserend dan wel naturaliserend. De vertaler moet echter wel onthouden dat de Afrikaanse schrijver al bewuste keuzes heeft gemaakt. Een al te naturaliserende aanpak zal dus niet altijd gewaardeerd worden.


Bronnen
Fioupou, Christiane. “Translating Pidgin English, Rotten English and Ubuesque English into French.”
Gullin, Christina. “Translation on Trial: Nadine Gordimer in Swedish.”
Woodham, Kathryn. “Linguistic Decolonisation and Recolonisation? Fluent Translation Strategies in the Context of Francophone African Literature.”
Allen in: Granqvist, Raoul. J., ed. Writing Back in/and Translation. Wien: Peter Lang, 2006.

Gyasi, Kwaku A. “Writing as Translation: African Literature and the Challenges of Translation.” Research in African Literatures 30.2 (1999): 75-87.

Igboanusi, Herbert. “The Igbo Tradition in the Nigerian Novel.” African Study Monographs 22.2 (2001): 53-72.

Yeibo, Ebi. “Nativization of English in African Literary Texts: a Lexico-semantic Study of Transliteration in Gabriel Okara´s The Voice.” International Journal of Humanities and Social Science 1.13 (2011): 202-8.

vrijdag 4 oktober 2013

Afrikaanse literatuur, wat is dat?

Door Marthe Dijk

Elke te vertalen tekst brengt bepaalde vertaalproblemen met zich mee. Het ene probleem is sneller opgelost dan het andere. Sommige problemen zijn specifiek voor de tekst, andere zijn veelvoorkomend in het genre van de tekst. Het vertalen van literatuur kent andere problemen dan het vertalen van een juridisch stuk. Literatuur zelf kan ook weer opgedeeld worden in kleinere groepen. In de komende edities van Vertalersnieuws zal ik ingaan op de specifieke vertaalproblemen van Afrikaanse literatuur. Nu zal ik eerst het begrip ‘Afrikaanse literatuur’ verder toelichten.

Afrikaanse literatuur is een begrip waar helaas geen eenduidige definitie voor te geven is. Is het literatuur uit Afrika? Veel schrijvers wonen niet in Afrika, maar hebben nog wel een Afrikaanse nationaliteit. Literatuur over Afrika? Dit zou betekenen dat een verhaal geschreven door een Afrikaanse auteur dat zich afspeelt buiten Afrika niet zou vallen onder Afrikaanse literatuur. Literatuur geschreven in een Afrikaanse taal? De meeste boeken worden geschreven in het Engels of het Frans, de koloniale talen. Enige verheldering is dus van toepassing.

Koloniaal erfgoed

In de eerste postkoloniale jaren werd er voornamelijk in het Engels of Frans geschreven door Afrikaanse schrijvers die in Europa of de VS hadden gestudeerd. Hun teksten waren een antwoord op Europese schrijvers en critici. Maar al snel ontstond er een tegenbeweging, onder leiding van Ngugi wa Thiong’o, die vond dat het schrijven in de koloniale talen een vorm was van neokolonialisme en dat literatuur geschreven in een Europese taal moest vallen onder Europese literatuur. Zij propageerden het gebruik van Afrikaanse talen. Hier was Chinua Achebe, `de vader van de Afrikaanse literatuur´, het niet mee eens. Achebe schrijft in het Engels, maar zegt dat hij het Engels aanpast aan zijn Afrikaanse achtergrond door deze Europese taal te doorspekken met Afrikaanse cultuur en Afrikaanse begrippen. Op deze manier kan hij de taal gebruiken voor zijn creatieve uitingen. Hierdoor zijn het Engels en het Frans in dit geval geen Europese talen meer, maar worden het Afrikaanse talen.

Het doelpubliek 

In de discussie over de meest geschikte taal voor Afrikaanse literatuur speelt ook een tweede overweging, namelijk het doelpubliek van de tekst. Nederlandse literatuur wordt voornamelijk geschreven voor Nederlanders. Maar Afrika is geen land. Het is een continent waar meer dan 2.000 talen gesproken worden. Als Afrikaanse literatuur geschreven moet worden voor een Afrikaans publiek, in welke taal schrijf je dan? Ook al zijn het Engels of het Frans van oorsprong geen Afrikaanse talen, met deze talen bereik je waarschijnlijk wel het grootste Afrikaanse publiek.

De schrijver als vertaler

Daarnaast moet rekening worden gehouden met het feit dat schrijvers die ervoor hebben gekozen om in het Engels of het Frans te schrijven, zeer waarschijnlijk niet in hun moedertaal schrijven. Zij zullen het verhaal dat zij in hun hoofd hebben geformuleerd direct moeten omzetten in een andere taal. Kwaku Gyasi noemt dit ook wel vertalen zonder brontekst. De schrijvers hebben dus al bepaalde strategieën toegepast om hun verhaal in de doeltaal te laten passen. Hier kan een vertaler gebruik van maken. Daarbij moet de vertaler volgens Gyasi niet alleen taalkundige kennis bezitten, maar de context van de Afrikaanse literaire tekst ook kunnen begrijpen.

Het is duidelijk dat een omschrijving van het begrip Afrikaanse literatuur niet makkelijk te geven is. Dit heeft onder andere te maken met het koloniale verleden, de geografische oppervlakte van het gebied en het enorme aantal Afrikaanse talen. Al deze factoren spelen een rol bij de vertaalproblemen van Afrikaanse literatuur. In de volgende editie zal ik verder ingaan op deze specifieke vertaalproblemen.


Bronnen

Achebe, Chinua. “English and the African Writer.” Transition 18 (1965): 27-30.
Bossema, Wim. “Ngugi: 'Jullie laten onze Afrikaanse talen doodgaan!'” de Volkskrant, 23 juli 2013.
Gyasi, Kwaku A. “Translation as a Postcolonial Practice: the African Writer as Translator.” In: Granqvist, Raoul. J., ed. Writing Back in/and Translation. Wien: Peter Lang, 2006. 103-18.

vrijdag 12 juli 2013

De Talenreis: Zuidelijk Afrika

Door Sigrid Lensink-Damen

De Khoisan-talen zijn goed vertegenwoordigd in het zuidelijke deel van Afrika. Dit gebied omvat Zuid-Afrika, maar ook Namibië, Botswana, Lesotho en Swaziland.

Sprekers

De Khoisan-talen worden onderverdeeld in drie subfamilies, te weten Hazda, Sandawe en de Zuid-Afrikaanse Khoisan-talen. Deze kunnen weer onderverdeeld worden, zoals op deze pagina te zien is.

De meeste Khoisan-talen worden door inheemse volken van Afrika gesproken, vooral door de San (of Saan, voorheen Bosjesmannen) en Khoikhoi (voorheen Hottentotten).

Van enkele Zuid-Afrikaanse Khoisan-talen zijn er nog maar een handjevol sprekers over. Het Xiri wordt bijvoorbeeld door nog maar 90 mensen gesproken en het Korana door 6. Het Nama heeft het grootste aantal moedertaalsprekers, namelijk 250.000.

Bijzonderheden

Alle Khoisan-talen hebben het kenmerk ‘klikfonemen’. Dit zijn klanken die lijken op een klak met de tong of een klik, gemaakt in de keel of wang. Het Taa (ook wel !Xóõ genoemd) is het beroemdst onder de taalkundigen, vanwege de vele klanken: 5 klinkers, 56 medeklinkers en 80 klikmedeklinkers. Ook bevat het Taa een ‘kiss’, een klank met een zoengeluid. De verschillen tussen deze ‘kisses’ zijn heel subtiel en alleen te onderscheiden door het geoefende oor.

Hoe klinkt een klikmedeklinker? Dat kun je hier beluisteren.

In de volgende aflevering sluit ik deze talenreis af.

Bronnen:
De Grote Taalatlas
Afrikaanse talen (Wikipedia)
Kaart met talen van Afrika (door Mutur Zikin)
African languages
Hoeveel talen worden er in Afrika gesproken
Khoisantalen (Wikipedia)
Afrika (Engelstalige Wikipedia)
Klikmedeklinkers (Engelstalige Wikipedia)
Geluidkaart van klikmedeklinkers (Wikipedia)

zondag 9 juni 2013

De Talenreis: De Bantoetalen

Door Sigrid Lensink-Damen

Een van de grootste taalfamilies in Afrika is de Bantoetaalfamilie. Er vallen ruim 250 talen onder, of 535 talen als je de dialecten als taal meetelt. De Bantoetalen, ook wel Narrow Bantu genoemd, worden door heel Afrika gesproken.

Cijfers

De term ‘bantu’ betekent ‘mensen’ en is afgeleid van de stam ‘ntu’ dat ‘mens’ betekent. In alle Bantoetalen is de stam voor mens ‘ntu’ en verschilt alleen het voorvoegsel. In het Xhosa is ‘mensen’ bijvoorbeeld ‘abantu’ en in het Swahili ‘bantu’.

Omdat de Bantoetalen van Nigeria tot Zuid-Afrika worden gesproken, zijn er wel 310 miljoen sprekers. Een aantal bekende Bantoetalen zijn het Swahili, het Shona, het Sesotho, het Rwandi, het Zulu en het Xhosa. Het Swahili is de grootste taal met 40 miljoen sprekers. Hiervan zijn slechts 800.000 mensen moedertaalspreker. Van de Bantoetalen hebben het Shona (10,8 miljoen) en het Zulu (10,3 miljoen) de meeste moedertaalsprekers.

De Bantoetalen kunnen in verschillende subfamilies worden onderverdeeld. Zie hiervoor de uitgebreide lijst van Etnologue. Daar kun je ook zien in welk Afrikaans land of in welke Afrikaanse regio de taal wordt gesproken. Etnologue is wel heel gedetailleerd en uitgebreid; veel taalwetenschappers vinden dat een aantal Bantoetalen niet als taal, maar als dialect beschouwd moet worden. Vooral de onderlinge verstaanbaarheid is voor hen een bewijs daarvan.

Bakermat

Waarschijnlijk vinden de Bantoetalen hun oorsprong in Kameroen en zijn ze vandaaruit verspreid over het continent. Tussen de 11e en 14e eeuw migreerden de Bamileke, de grootste etnische groep van Bantoesprekers, van Egypte naar Kameroen. In de 17e eeuw trokken ze verder zuidwaarts om onderwerping aan de Islam te ontkomen.

Een andere bron meldt dat de Bantoesprekers zich vanuit het gebied rond de rivier de Congo hebben verspreid over heel Afrika. Dit zou zo’n 2500 tot 3000 jaar geleden plaatsgevonden hebben. Wetenschappers buigen zich nu over de vraag waar de bakermat van de Bantoesprekers ligt en hoe ze zich zo snel en massaal over zulke grote afstanden hebben kunnen verplaatsen.

Ontwikkeling

Er is veel discussie over hoe de Bantoetalen en de andere Afrikaanse taalfamilies zich tot elkaar verhouden en wanneer de talen zich afzonderlijk zijn gaan ontwikkelen. Taalwetenschappers denken dat de Bantoetalen al vroeg van de West-Afrikaanse talen zijn gesplitst. De onderlinge verschillen tussen Bantoetalen en West-Afrikaanse talen zijn namelijk erg groot, wat kan duiden op een vroege afscheiding.

Opvallend is wel er veel overeenkomsten zijn tussen de Bantoetalen. De stammen van veel woorden zijn bijvoorbeeld hetzelfde. Ook worden dezelfde voorvoegsels gebruikt om de diverse grammaticale kenmerken weer te geven en – zoals gezegd – is de onderlinge verstaanbaarheid groot. Door deze kenmerken staan taalonderzoekers weer voor raadsels. Uit onderzoek blijkt dat de verschillen tussen talen groter worden, naarmate ze verder van hun bakermat verwijderd zijn. Dit lijkt voor de Bantoetalen maar gedeeltelijk op te gaan.

In de volgende aflevering reis ik verder door Afrika en wel naar Zuidelijk Afrika. Daar worden onder andere de Khoisan-talen gesproken, beroemd om hun klik-fonemen.

Bronnen:
De Grote Taalatlas
Afrikaanse talen (Wikipedia)
Kaart met talen van Afrika (door Mutur Zikin)
African languages
Hoeveel talen worden er in Afrika gesproken
Niger-Congotalen (Wikipedia)
Bantoetalen
Bantoetalen (Engelstalige Wikipedia)
Bantoetalen (Encyclopedia Brittannica)
Bantu in Ancient Egypt
Bantu languages

dinsdag 14 mei 2013

De Talenreis: de Soedan

Door Sigrid Lensink-Damen

De Soedan is een regio in Afrika die zich uitstrekt van Mali en Senegal in het westen tot het Ehtiopisch Hoogland in het oosten. De talen die in deze strook van Afrika worden gesproken, zijn voornamelijk de Niger-Congotalen.

Omvang

De Niger-Congotaalfamilie is de grootste van Afrika. Tot deze familie worden ruim 1500 talen gerekend. De Niger-Congotalen worden onderverdeeld in verschillende subfamilies. De grootste subfamilie is die van de Atlantische Congotalen. De grootste subfamilie onder de Atlantische Congotalen is de Volta-Congotaalfamilie. De grootste taalfamilies van deze subgroep zijn de Gurtalen en de Kwatalen. Tot slot schrijf ik nog een klein stukje over de talengroep Kordofaans, die wel tot de Niger-Congotalen wordt gerekend, maar er eigenlijk niet bij hoort. Over de Bantutalen, een van de meest verspreide talengroep van de Congotalen, zal ik in een volgende aflevering meer vertellen.

De taalkundige John Steward heeft in de jaren ’60 en ’70 historisch-vergelijkend taalonderzoek gedaan naar de Volta-Congotalen en vastgesteld dat er eigenlijk sprake is van een dialectcontinuüm. De onderlinge verschillen tussen de taalvariaties zijn gering, maar worden groter naarmate de geografische afstand groter wordt.

Gurtalen

De Gurtalen worden gesproken in Burkino Faso, Mali, Ivoorkust, Ghana en Togo. De taalgroep omvat ongeveer 70 talen. Gurtalen worden gekenmerkt door nominale klassen of naamwoordklassen. Dit is een grammaticale constructie waarbij zelfstandige naamwoorden bij verschillende klassen worden ingedeeld. Vergelijkbaar is de indeling in mannelijk/vrouwelijk/onzijdig in bijvoorbeeld het Nederlands. Alle woorden die verwijzen naar een mannelijk woord (werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, bijwoorden en lidwoorden), krijgen de mannelijke vervoegingen, verbuigingen en andere grammaticale kenmerken.
In de Gurtalen is dit principe nog iets verder doorgevoerd. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen bezield/onbezield, sterk/zwak, rationeel/irrationeel, de vorm van het voorwerp, enzovoorts. Er zijn tien of meer klassen, die ook gebruikt worden als vervanging van getal en naamval.

Kwatalen

De Kwatalen worden gesproken van Zuidoost-Ivoorkust tot Zuid-Ghana, maar ook in Midden-Togo. Het woord ‘kwa’ is afgeleid van het woord voor ‘mensen’ in die talen.

Kwatalen kenmerken zich door naamwoordklassen, voorvoegsels en klankverschuiving van de (begin)medeklinker (initiële consonantmutatie in vaktermen). Deze medeklinker verandert als gevolg van de klanken die in zijn omgeving staan. De meest voorkomende typen van consonantmutatie zijn lenitie en nasalisatie. Lenitie is het verschijnsel dat een medeklinker zachter wordt uitgesproken, net als bijvoorbeeld de ‘s’ in ‘meisje’. Nasalisatie is het nasaal laten klinken van de klank, bij ons komt de ‘ng’ daar nog het dichtst bij.

Kordofaanse talen

Een uitzondering op al deze taalfamilies is de geïsoleerde taalfamilie Kordofaans. Tot deze familie behoren de subtaalfamilies Talodi, Heiban, Katla, Kadu en Rashad. De Kordofaanse talen vertonen weinig overeenkomsten met de Niger-Congotalen, maar hebben onderling ook weinig samenhang. Zo hebben het Talodi en het Heiban wel de kenmerkende nominale klassen, maar het Katla en Kadu niet. Van de talen van de Rashadfamilie dachten taalwetenschappers eerst dat de nominale klassen bij de taal hoorden, maar nu zijn ze het er algemeen over eens dat die zijn geïmporteerd.

Hieruit blijkt maar weer hoe ingewikkeld het is om talen bij taalfamilies in te delen, vooral als er weinig schriftelijk bewijs is nagelaten.

In de volgende aflevering bespreek ik de belangrijkste taalfamilie onder de Afrikaanse talen: het Bantu.

Bronnen:
De Grote Taalatlas
Afrikaanse talen (Wikipedia)
Kaart met talen van Afrika (door Mutur Zikin)
African languages
Hoeveel talen worden er in Afrika gesproken
Niger-Congotalen (Wikipedia)
Atlantische Congotalen (Wikipedia)
Volta-Congotalen (Wikipedia)
Kordofaanse taalfamilie (Engelstalige Wikipedia)

vrijdag 15 maart 2013

De Talenreis: Afrikaanse talen

Door Sigrid Lensink-Damen

Afrika is taalkundig in zes gebieden op te delen: Noord-Afrika, de Soedan (niet het land), Oost-Afrika, de Rift, Centraal-Afrika en Zuidelijk Afrika. In elk van deze regio’s worden talen van diverse taalfamilies gesproken. In deze aflevering zal ik ingaan op de regio Noord-Afrika en de Rift.

Noord-Afrika en de Rift

In Afrika worden ruwweg 2.000 talen gesproken. In Noord-Afrika en in de Hoorn van Afrika (ook wel de Rift genoemd) zijn dat Afro-Aziatische talen. Tot deze taalfamilie horen de Semitische talen, het Egyptisch, de Koesjitische talen, de Omotische talen, het Berber en de Tsjadische talen. In totaal omvat de Afro-Aziatische taalfamilie 400 talen die door 250 miljoen mensen worden gesproken.

Semitische talen

De Semitische taalfamilie is de grootste in de regio Noord-Afrika en de Rift. Onder het Semitisch vallen het Arabisch, het Amhaars, het Hebreeuws, het Tigrinya en het Maltees. De oudste talen die tot het Semitisch worden gerekend zijn het Akkadisch en het Eblaïtisch. Beide zijn uitgestorven.

Het Akkadisch werd al in 2800 voor Christus op schrift gesteld, in het beroemde spijkerschrift. De taal ging in de laatste eeuwen voor Christus over in het Aramees. Van het Eblaïtisch is een kleitablet-bibliotheek in de stad Ebla bewaard gebleven. De Akkadische en Eblaïtische teksten gingen onder andere over rituelen, gebeden, hymnen, voorspellingen, literatuur en zakelijke transacties.

Medeklinkers en klinkerpatronen

Een gedeeld kenmerk van de Semitische talen is dat de stam van een (werk)woord bestaat uit drie medeklinkers. Om tijden of meervoud te maken worden er klinkers toegevoegd. Een voorbeeld uit het Arabisch:

ktb = wortel van ‘schrijven’;
- - i - = klinkerpatroon dat de tegenwoordige tijd uitdrukt;
- a - a - = klinkerpatroon voor de verleden tijd;
- aa - i - = klinkerpatroon voor onvoltooid deelwoord;
- - uu - = klinkerpatroon voor voltooid deelwoord.

De liggende streepjes geven de weggelaten medeklinkers van de wortel aan. Als we het werkwoord ‘schrijven’ dus vervoegen krijg je: ktib (schrijf), katab (schreef), kaatib (schrijvend) en ktuub (geschreven). Zowel de medeklinkers als de klinkerpatronen zijn van belang om woorden te vormen. Dit verschijnsel doet zich ook voor bij zelfstandige naamwoorden.

Zoon van Noach

In de 19e eeuw probeerden (taal)wetenschappers de diverse talen en volkeren in Noord-Afrika op te delen aan de hand van een rassentheorie en gegevens uit de Bijbel. Van de zonen van Noach, Sem, Cham en Jafet, ontleenden de wetenschappers de namen voor de verschillende volken en talen. De term Hamieten (van Cham) is daar een voorbeeld van. Omdat er later geen bewijs gevonden werd voor deze indeling, is deze niet gehandhaafd.

De naam van het Semitisch, het Assyrisch en het Aramees heeft nog wel een bijbelse connotatie. Deze stamt af van de namen van Sem, zoon van Noach, en Sems zonen, Asshur en Aram.

De volgende keer belicht ik het Egyptisch en probeer ik een antwoord te vinden op de vraag in hoeverre de hiërogliefen invloed hebben gehad op moderne taal- en beeldtaaluitingen.

Bronnen:
De Grote Taalatlas
Afrikaanse talen (Wikipedia)
Kaart met talen van Afrika (door Mutur Zikin)
African languages
Afro-Aziatische talen (Wikipedia)
Hoeveel talen worden er in Afrika gesproken
Semitische talen (Wikipedia)
Semitische talen (Engelstalige Wikipedia)
het Akkadisch (Wikipedia)
het Eblaïtisch (Wikipedia)